Gezocht: uitvoerder voor Musharraf

Ruim 70 miljoen Pakistanen mogen vandaag weer een parlement kiezen. Maar generaal Musharraf houdt de komende vijf jaar de macht.

Knarsetandend hebben ze hun campagnes gevoerd, de meeste van de ongeveer zeventig partijen en onafhankelijke kandidaten die vandaag meedoen aan de parlementsverkiezingen in Pakistan. Veel eer valt er voorlopig niet te behalen voor hen. Want president Pervez Musharraf, de opperbevelhebber van de strijdkrachten die drie jaar geleden de volksvertegenwoordiging buitenspel zette, heeft zijn machtspositie aan alle kanten dichtgetimmerd.

Ook de komende vijf jaar zal hij als president de lakens blijven uitdelen. Hij wil er voor waken dat de terugkeer naar civiel bestuur niet opnieuw leidt tot ontaarding van de democratie en plundering van de economie in de handen van corrupte politici — in zijn woorden.

Opvallende afwezigen bij de stembusgang zijn twee ex-premiers: Benazir Bhutto, onlangs herkozen tot president van de Pakistaanse Volkspartij PPP, en Nawaz Sharif van de Molsimliga PML, die bij de coup van oktober 1999 het veld moest ruimen. Als Musharraf het heeft over corrupte politici die alleen maar uit waren op zelfverrijking, doelt hij met name op hen.

Zowel Bhutto als Sharif verblijft noodgewongen in ballingschap. Bij terugkeer in het vaderland wacht hun de cel, heeft de generaal gewaarschuwd. Daarom moest Bhutto haar aanhangers afgelopen maandag op een verkiezingsbijeenkomst in Lahore via een satellietverbinding toespreken. Sharif heeft het leiderschap van de uiteengevallen PML inmiddels overgedragen. Net als Bhutto blijft hij een aansprekende figuur onder zijn vroegere aanhang. In een recente peiling van de BBC kwam Bhutto naar voren als beste én als slechtste premier van Pakistan in de afgelopen twintig jaar, gevolgd door Sharif.

Dat de 59-jarige Musharraf zijn twee in potentie gevaarlijkste tegenstanders buiten de deur heeft gehouden, roept bij critici twijfels op over zijn concept van `echte democratie'. Bhutto en Sharif mogen dan wel corrupt zijn geweest, anders dan Musharraf waren ze wel gekozen door het volk.

Ook Musharraf heeft geprobeerd zich democratische legitimiteit te verschaffen. Afgelopen april maakte hij zijn presidentschap inzet van een referendum. Hij was de enige kandidaat. Volgens de regering was er een opkomst van 50 procent en stemde 98 procent voor. Volgens de oppositie en mensenrechtenorganisaties was de opkomst veel lager en werd de uitkomst gemanipuleerd. Zij vrezen voor een herhaling vandaag.

Musharrafs wegwijzer naar democratie is volgens critici in werkelijkheid een blauwdruk voor een sterker militair bewind. Dat werd voor hen bevestigd toen hij in generaalsuniform in augustus een reeks amendementen op de grondwet afkondigde. Hij herstelde het recht van de president om premier en parlement naar huis te sturen. Hij zei nog vijf jaar president te blijven.

Ook kondigde Musharraf de oprichting aan van een Nationale Veiligheidsraad, met hemzelf als voorzitter. Daarin zullen verder de premier, de leider van de oppositie, de voorzitters van Senaat en Nationale Assemblee en de premiers van de vier provincies zitting hebben, maar ook de bevelhebbers van de drie strijdmachtonderdelen en de voorzitter van de verenigde chefs van staven. Door die constructie is een blijvende rol van de militairen in 's lands bestuur geïnstitutionaliseerd en komt het lot van de toekomstige gekozen premier in handen te liggen van de president en de militairen, reageerde de oppositie.

In een onheilspellend artikel over Pakistan in The New York Review of Books stelde de gezaghebbende Pakistaanse publicist Ahmed Rashid onlangs vast dat na het begin van de Amerikaanse aanvallen in Afghanistan een jaar geleden er een wankele maar min of meer democratisch gekozen regering in Kabul zetelt, maar dat de dictaturen in de Centraal-Aziatische republieken en in Pakistan steviger in het zadel zitten dan ooit. Hij kritiseert Musharrafs halfhartige houding jegens het islamitisch extremisme, verwijzend naar zijn preoccupatie met Kashmir. Net als andere critici verwijt Rashid de internationale gemeenschap, de Verenigde Staten voorop, de ogen te sluiten voor het lamleggen van de politieke klasse in Pakistan. Voor Washington is generaal Musharraf, voorheen beschouwd als een paria, nu in de eerste plaats een bondgenoot in de strijd tegen Al-Qaeda.

Met de verkiezingen van vandaag, waarbij ook de parlementen van de vier provincies worden gekozen, gaat Musharraf een nieuw experiment aan van cohabition tussen de militairen en de politiek. Volgens de BBC-peiling zal de PPP de verkiezingen nipt winnen, maar maakt Mian Mohammad Azhar, leider van een factie die zich in 2000 afsplitste van Sharifs PML, de meeste kans de nieuwe premier te worden. Dat laatste is niet zo vreemd. De 61-jarige Azhar, ooit gouverneur van de provincie Punjab, heeft de afgelopen jaren zijn steun uitgesproken voor het hervormingsprogramma van Musharraf.

Volgens waarnemers wordt zijn partij, de PML-Q, achter de schermen actief gesteund door de militairen. In de wandelgangen wordt de PML-Q aangeduid als de `King's Party', na het gedwongen vertrek van Sharif opgezet om de PML uiteen te spelen. Vandaag zal blijken of de partij voldoende aanhang krijgt om een voortrekkersrol te spelen in Musharrafs `echte democratie' – al dan niet met medewerking van `pragmatische' politici van elders.

Velen wachten ook met belangstelling de resultaten van een andere lijst af. Het gaat om Muttahidda Majilis-e-Amal, een alliantie van zes fundamentalistische partijen die fel protesteerden tegen Musharrafs steun aan de Amerikaanse aanvallen in Afghanistan. Haar leider, Fazal ur-Rehman, de belangrijkste bondgenoot van de Talibaan in Pakistan, verdween vorig jaar in de gevangenis. De fundamentalistische partijen hebben bewezen grote mensenmassa's op de been te kunnen brengen, maar scoorden bij verkiezingen steeds povertjes. Niet iedereen durft erop te gokken dat dat, na de gebeurtenissen in Afghanistan, nu weer het geval zal zijn.