Fiscaal dwaalspoor

Weldenkende burgers zijn blij dat zij belasting mogen betalen. Een lege schatkist zou betekenen dat de middelen ontbreken om onmisbare overheidsproducten te bekostigen, zoals openbaar bestuur, waterkeringen, onderwijs en politie.

In de jaren negentig raakte de hoofddoelstelling van de belastingheffing – het vullen van de schatkist – steeds verder op de achtergrond. Haagse politici gebruikten kwistig fiscale instrumenten om hun ideologische stokpaardjes te laten draven in de wei van de collectieve voorzieningen. Zo werden werknemers via de spaarloonregeling aangespoord belastingvrij geld opzij te leggen voor de oude dag. De fietsaftrek was bedoeld om hen te bewegen voortaan per rijwiel naar het werk te gaan.

Op hun beurt kregen werkgevers aanspraak op een fiscale premie om weinig productieve werknemers toch op de loonlijst te zetten, en te investeren in milieuvriendelijke machines en energiebesparing. Particulieren konden fiscaal gefaciliteerd hun geld steken in startende bedrijven, scheepvaartondernemingen en de productie van nieuwe speelfilms. De geestelijke vader van de meeste van deze regelingen was het PvdA-Kamerlid en de latere staatssecretaris Willem Vermeend.

Al jaren geleden heb ik de zucht tot `instrumentalisering' van de belastingheffing op deze plek aan de kaak gesteld als een nieuw politiek ziektebeeld: Vermeenditis. De verslaving aan belastingsubsidies maakt de wetgeving ongehoord ingewikkeld en jaagt belastingbetalers op hoge kosten, terwijl de doeltreffendheid van de faciliteiten in veel gevallen twijfelachtig is.

Het kabinet-Balkenende maakt terecht korte metten met een aantal uitwassen op dit gebied. Met ingang van volgend jaar sneuvelen onder andere de spaarloonregeling en de fietsaftrek, terwijl een begin wordt gemaakt met de ontmanteling van diverse belastingfaciliteiten voor ondernemers.

Tot zover het goede nieuws.

Tegelijkertijd legt het regeerakkoord op fiscaal gebied enkele afspraken van de regeringspartijen vast die volledig indruisen tegen wat het gezonde verstand dicteert.

Ten eerste verkwanselt het kabinet een half miljard euro door een verlaging van de benzineaccijns. Door de gedaalde benzineprijs gaan meer mensen de weg op. Dit verergert de verkeersoverlast en de uitstoot van broeikasgassen. De voorgenomen schamele investering in het rijkswegennet is onvoldoende om alle extra kilometers van blijde rijders te accommoderen. Per saldo zullen de fileproblemen door het kabinetsbeleid slechts toenemen.

Het kabinet verkwist nog eens twee miljard euro door met ingang van 2005 de onroerendezaakbelasting (OZB) voor woningen af te schaffen. Deze ingreep betekent overigens geen lastenverlichting, integendeel, want de ziekenfondspremie stijgt tegelijk met bijna vier miljard euro. Veel burgers hebben een hekel aan de OZB. De confrontatie met deze via een jaarlijkse aanslag opgelegde gemeentelijke heffing is keihard. Zij valt niet te vermijden door gebruik te maken van slimme belastingbesparende constructies. Evenmin kan zij frauduleus worden ontdoken, want eigenaren en gebruikers van woningen staan nauwkeurig geregistreerd. Gezien de onvrede met de OZB draagt haar afschaffing wellicht bij aan de populariteit van de regeringscoalitie. Maar de nadelen van deze ingreep zijn groot.

Ten eerste stellen de eigen belastingen van onze gemeenten toch al bitter weinig voor, in vergelijking met de fiscale armslag van lokale overheden in andere lidstaten van de Europese Unie. Verdwijnt ook nog eens de mogelijkheid te heffen over de waarde van woningen, dan verliezen gemeenten in feite hun financiële autonomie. Lokale bestuurders kunnen het voorzieningenniveau niet langer verbeteren wanneer inwoners bereid zijn daarvoor meer OZB te betalen. Het kabinet heeft beloofd gemeenten twee miljard euro extra te geven uit het gemeentefonds, als compensatie voor de OZB die zij niet langer mogen heffen. In totaal is dat voldoende, maar om technische redenen worden sommige gemeenten straks overgecompenseerd, andere komen aan de operatie te kort. Het grootste voordeel (ongeveer honderd euro per inwoner) boeken lommerrijke villadorpen zoals Laren, Blaricum en Wassenaar. De sociaal zwakke steden Leiden, Nijmegen en Arnhem verliezen meer dan honderd euro per inwoner. De 159 mingemeenten kunnen de financiële klap vaak uitsluitend opvangen door drastisch te bezuinigen. Via een verhoging van de hondenbelasting en de parkeerbelasting kunnen zij het gat in hun begroting niet stoppen. De OZB op niet-woningen mogen zij van de VVD niet verhogen. De liberale fractieleider Zalm heeft voor dat geval al met Haagse sancties gedreigd.

Gemeenten zijn met ingang van 2005 ook hun belastingbuffer kwijt om eventuele tegenvallers bij de uitgaven op te vangen. De kans op tegenvallers neemt toe, omdat het kabinet gemeenten volledig verantwoordelijk wil maken voor de bijstandsuitgaven, die ze nu nog voor driekwart in Den Haag kunnen declareren. De kosten van de bijstand zullen fors stijgen, door de oplopende werkloosheid en strengere keuringen voor de WAO. Mensen die nu nog afvloeien als arbeidsongeschikt verklaarden, kloppen straks aan bij de sociale dienst. De gezaghebbende fiscalist Leo Stevens karakteriseerde de verlaging van de benzineaccijns en de voorgenomen afschaffing van de OZB op woningen onlangs als ,,populistische electorale fratsen". Voorstanders van een rationele belastingpolitiek kunnen slechts hopen op voortschrijdend inzicht bij de regeringspartijen. Op een zege van het gezond verstand valt echter niet rekenen. De jachthonden van CDA, LPF en VVD volgen hoogstwaarschijnlijk vrolijk blaffend het in het regeerakkoord uitgezette dwaalspoor.