Europese polka

Oud-premier Kok heeft eens treffend samengevat waarom de Europese Unie moet worden uitgebreid met kandidaat-lidstaten. Allereerst omdat die landen dat zelf wensen; om de scheidslijn die bijna een halve eeuw dwars door Europa liep teniet te doen; omdat uitbreiding bijdraagt aan vrede op het continent en de stabiliteit versterkt; en tot slot omdat een grotere EU economische voordelen oplevert en de rol van Europa in de wereld belangrijker maakt. Op elk van deze punten, behalve het eerste, valt wel iets af te dingen. Dat is de laatste tijd dan ook gebeurd. In veel lidstaten heerst aanzienlijke scepsis over de komst van zulke uiteenlopende landen als Estland, Slowakije, Cyprus, Malta – laat staan Bulgarije en Turkije. Het zal nog wel even duren voordat dat laatste land zich tot de EU mag rekenen, maar los daarvan is het een onomstotelijk feit dat iedere staat met een Europese roeping lid kan worden van de Unie als hij aan de voorwaarden voldoet.

Gisteren presenteerde de Europese Commissie haar strategisch rapport over de uitbreiding. Als het aan het EU-bestuur ligt, kunnen in 2004 acht Midden- en Oost-Europese landen toetreden, te weten Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Estland, Letland en Litouwen, alsmede twee mediterrane eilanden, Cyprus en Malta. In 2004 zullen deze tien hoogstwaarschijnlijk voldoen aan de toelatingscriteria. Ze moeten dan democratische rechtsstaten zijn die de mensenrechten eerbiedigen en minderheden beschermen; die goedwerkende markteconomieën hebben die kunnen concurreren met andere landen van de interne markt en die alle regels en wetten van de EU (het `acquis communautaire') overnemen en toepassen. Ze moeten, aldus Kok destijds, ,,juridisch en bestuurlijk op één lijn komen met de rest van Europa''.

Mooie woorden, die de weerbarstige Europese praktijk tarten. Want duidelijk is sinds lang dat de EU-lidstaten zich slechts met de grootste moeite op één lijn laten brengen. Een niet onrealistisch scenario luidt dat een grotere Unie door gebrek aan homogeniteit welhaast onbestuurbaar zal zijn. En duur – want de uitbreiding kost miljarden. Uitbreiden zonder het beleid te wijzigen is vragen om kostenstijgingen en daarmee om problemen. Europa's grootste financiële slokop is de landbouw. Het is dan ook volkomen terecht dat EU-commissaris Fischler het landbouwbeleid wil hervormen, een taai proces dat, los van de uitbreiding, toch moest worden volvoerd. Net zo belangrijk is het nieuwe verdrag dat de Unie zichzelf vanaf 2004 heeft beloofd en waaraan nu in de Europese conventie wordt gewerkt. Het moet de EU democratischer en doorzichtiger voor de burger maken.

De Europese eenwording heeft menigmaal te maken gehad met achterdocht en scepsis, vaak gerechtvaardigd. Tegelijkertijd bewijst de EU iedere dag weer haar bestaansrecht, al was het alleen maar door haar economische en monetaire succes. Zonder moeilijkheden en terugval zal de uitbreiding niet verlopen. Maar zò werkt Europa misschien nog wel het best: volgens het beproefde recept van de Echternacher springprocessie. Drie stappen vooruit, twee terug. Op de maat van Midden-Europese polkamuziek.