De resten van de homo economicus

Daniël Kahneman en Vernon Smith krijgen de Nobelprijs voor de Economie. Hun ideeën over irrationeel gedrag in de economie, en het daadwerkelijk testen van theorieën sluiten keurig aan bij de tijdgeest.

Iedereen kan het om zich heen zien, maar de economische wetenschap heeft het er lange tijd moeilijk mee gehad: mensen gedragen zich niet zo rationeel als de economische modellen vooronderstellen. De `homo economicus', de mens die zich altijd volgens het principe van het grootste voordeel gedraagt, bestaat in de praktijk niet of nauwelijks. De Nobelprijs voor de van oorsprong psycholoog Daniël (68), geboren in Tel Aviv maar sinds 1961 al werkzaam in de Verenigde Staten en nu hoogleraar aan de Princeton Universiteit, is in wetenschappelijke kring dan ook gunstig ontvangen. ,,Ik ben er blij mee,' zegt F. van Raaij, hoogleraar economische Psychologie aan de Katholieke Universiteit Brabant. ,,Het is een erkenning dat psychologische factoren in de economie een belangrijke rol spelen.'

Kahneman kwam al in 1978 met zijn belangrijkste propositie, die hij daarna in vele varianten uitwerkte: verlies wordt door mensen als veel negatiever ervaren dan winst. Het verklaart waarom een casinospeler aan het eind van de avond enorme risico's neemt om zijn verlies weg te werken. Of waarom een belegger een aandeel dat is gedaald moeilijker van de hand kan doen dan een aandeel dat is gestegen. Kahneman, zegt van Raaij, toonde al eerder aan dat mensen niet zozeer besluiten nemen op basis van rationele overwegingen en optimalisatie, maar dat zij allerlei overwegingen laten meespelen. Emotie, perceptie of herhaald gedrag. Waarom rijdt een consument veel dure kilometers om voor een aanbieding elders, waarom sluiten mensen veel te dure verlengde garanties en verzekeringspolissen af op huishoudelijke apparaten? En waarom waren tijdens de beurshausse juist aandelen die fors in koers gestegen waren des te meer in trek op de beurs? Kahnemans onderzoek heeft aan de verklaring van dergelijke fenomenen veel bijgedragen, zegt van Raaij. De Tilburgse hoogleraar tekent daarbij aan dat Kahneman vrijwel niet los te zien is van zijn mede-onderzoeker Amos Tversky, die in 1996 overleed. ,,Ik durf te stellen dat, als Tversky nog had geleefd, zij samen de prijs hadden gedeeld.'

Kahneman deelt de Nobelprijs nu met de Amerikaan Vernon Smith (75). Smith, hoogleraar economie aan de George Mason Universiteit in Arlington, krijgt de prijs voor het testen van economische theorieën in een gecontroleerde omgeving: `economie in het laboratorium'. De Koninklijke Zweedse Academie roemt met name de bijdrage die Smith heeft geleverd aan de studie naar alternatieve marktsystemen, zoals veilingsmechanismen. De veiling van etherfrequenties, zoals bepleit door het vorige kabinet, zou met behulp van het door Smith ontwikkelde computermodel kunnen worden getest.

Smith is geschoold met het technocratische of Tinbergiaanse beeld van de relatie tussen politiek en wetenschap. De politiek bepaalt wat de samenleving wil, de doelstellingen van beleid. Ambtenaren en wetenschappers bepalen en onderzoeken vervolgens welke middelen het beste ingezet kunnen worden om die doelen te bereiken. In het geval van de etherfrequenties is zo'n veiling geen doel op zich, maar een middel om een bepaald doel te bereiken. De kritiek die Smith in het verleden vaak heeft geuit op politici is dat ze geen duidelijk beleid formuleren waarmee een econoom aan de slag kan.

Smith richtte daartoe het ICES (Interdisciplinary Center for Economic Science) op. Het instituut test in het laboratorium economische theorieën. Hoe reageren mensen op prijzen? Wat zijn de factoren die ervoor zorgen dat markten in evenwicht komen? Smith wil de economische wetenschap empirisch testen, zoals gebruikelijk is bij natuur- en scheikunde.

Zo verkleinen Smith en Kahneman, elk vanuit hun eigen vertrekpunt, de afstand tussen de exacte wetenschap die de economie vaak pretendeert te zijn, en de praktijk van alledag. De Nobelprijs voor de economie is de laatste tijd wel vaker in overeenstemming met de tijdgeest. Toen beleggen in de loop van jaren negentig een volkssport werd, ging de prijs in 1997 naar de financiële-derivatentheoretici Robert Merton en Myron scholes – die overigens een jaar later met hun beleggingsfonds Long Term Capital Management bijna bankroet gingen. Toen het wereldwijde armoededebat eind jaren negentig op gang kwam, ging de prijs in 1998 naar de Indiase econoom Amartya Sen. In 1999, toen de euro werd geïntroduceerd, ging de prijs naar Robert Mundell, de geestelijk vader van de `optimale valutagebieden'. En vorig jaar, op het hoogtepunt van het debat over de voor- en nadelen van globalisering, ging de prijs naar de voormalige topeconoom van de Wereldbank en globaliseringscriticus Joseph Stiglitz.

Ook dit jaar vangt de Academie, met de toekenning van de Nobelprijs voor de economie aan Kahneman en Smith, de tijdgeest van vandaag. Tijdens de uitbundigheid van de jaren negentig had de rationele benadering van de economie het tij nog mee. Nu is er reden tot bescheidenheid. De economische wetenschap moet zelf nog veel leren. Kahneman en Smith dragen daar aan bij.

Winnaars Nobelprijs voor de Economie sinds 1992

Wanneer

Wie

uit

2002

Daniel Kahneman / Vernon Smith

Israël / VS / VS

2001

George Akerlof / Michael Spence / Joseph Stiglitz

VS / VS / VS

2000

James Heckman / Daniel McFadden

VS / VS

1999

Robert Mundell

Canada

1998

Amartya Sen

India

1997

Robert C. Merton / Myron S. Scholes

VS

1996

James Mirrlees / William Vickrey

VS

1995

Robert E. Lucas

VS

1994

John C. Harsanyi / John F. Nash / Reinhard Selten

VS / VS / Dld

1993

Robert W. Vogel / Douglass C. North

VS / VS

1992

Gary S. Becker

VS

NRC Handelsblad 101002 / Bron: Reuters