Bolletje

De befaamde slagzin `Ik wil Bolletje' is nog niet aan herziening toe, al zal hij op de Antillen misschien tot misverstanden leiden. Wél heeft de beschuitfabriek uit Almelo besloten haar product zelf drastisch te innoveren. Bolletje is nu een beschuit met `een handige inkeping' geworden. Er is aan de rand een hoekje uitgespaard, waarin je een vingertop kunt planten om de beschuit op te lichten.

Ik was als een kind zo blij toen ik er voor het eerst van hoorde. Deze stap van Bolletje wens ik te beschouwen als een vorm van immateriële schadevergoeding voor verlies van psychische gezondheid. Wat de miljarden van de Amerikaanse tabaksindustrie zijn voor verwoeste rokers, dat is de inkeping van Bolletje voor mij. Het is erkenning, en niets anders.

Omdat ik niet een van de handigsten ben, heb ik er nooit eerder voor durven uitkomen. Tientallen jaren heb ik mijn frustratie verzwegen. Het begon toen ik het ouderlijk huis had verlaten. Mijn moeder had al die jaren met een onbegrijpelijke souplesse en vingervlugheid de beschuiten uit de rol omhoog gehaald. In mijn herinnering was er nooit één gebroken.

Toen ik eenmaal op eigen benen stond, merkte ik hoe ongehoord moeilijk deze kunst is. Alles heb ik geprobeerd, nagels, messen, vorken, en toch bleef het me minstens twee, drie schuiten kosten voordat ik er, in grote razernij, eindelijk eentje ongeschonden omhoog had gewrikt.

Was ik de enige beschuitstuntelaar ter wereld? Het moest wel. Je hoorde er verder nooit iemand over. De industrie deed alsof er niets aan de hand was, de Consumentenbond maakte geen vuist. Ik moest dus in stilte lijden. Ook in mijn gezin was het onderwerp onbespreekbaar. Niemand at beschuit, behalve ik. Ik was er zelfs verslaafd aan, omdat het zo'n voortreffelijk vervangingsmiddel is voor oud brood, mijn grote vijand. Hele ontbijten bestonden voor mij louter uit beschuit.

Zelden konden die ontbijten zich in de gemeenschappelijkheid voltrekken. Ik moest naar achteren om mijn beschuitjes zo stil mogelijk los te bikken. Als er iemand in de buurt dreigde te komen, verborg ik haastig de gebroken resten in kopjes en laatjes. Dagen later hoorde je dan iemand roepen: ,,Wat doet die beschuit hier?''

Het waren de heimelijke gewoonten van een alcoholist, maar die kan er zich nog voor laten behandelen. De beschuiteter rest alleen de barre eenzaamheid.

Er ging dan ook een juichkreet door me heen toen ik Jan Mulder onlangs bij Barend & Van Dorp over zijn beschuitverdriet hoorde vertellen. Er waren dus toch méér slachtoffers. Misschien konden we een praatgroep vormen. Maar helaas verwierp Jan `de handige inkeping', hij vond het esthetisch gezien een achteruitgang, geloof ik.

Ik niet. Ik vind de inkeping een van de grootste verworvenheden van de nieuwe eeuw. Ze is uitgevonden door ene J. Tempels, die een genie moet zijn. Ik heb zijn uitvinding onmiddellijk uitgeprobeerd, en er is niets mis mee. De eerste vier, vijf beschuiten gaan moeiteloos met de wijsvinger omhoog, daarna moet je soms met een tweede vinger enige kracht bijzetten. Dat is alles.

Ik slik nu bijna de hele dag Bolletje, en ik voel me eindelijk een ander mens.