Bijna helft notarissen kwetsbaar voor fraude

Vier van de tien notarissen in Nederland zijn kwetsbaar voor fraude binnen de eigen organisatie. Oorzaak is dat bij veel notarissen slechts één persoon verantwoordelijk is voor zowel inkomende als uitgaande geldstromen.

Dit blijkt uit het jaarverslag van het Bureau Financieel Toezicht (BFT), de toezichthouder op notarissen. Het is voor het eerst dat het drie jaar geleden opgerichte BFT het gevaar voor fraude bij notarissen in kaart brengt. Op de betaalrekeningen van notarissen staan doorgaans miljoenen euro's. Kopers van huizen of kantoorpanden moeten de koopsom zelf of door een hypotheekverstrekker laten storten op de rekening van de notaris.

Verzekeraars eisen in toenemende mate een scheiding van het geldbeheer. In de beroepsregels van notarissen is vastgelegd hoe de `betaalorganisatie' er uit moet zien. Als hieraan niet wordt voldaan, stapt toezichthouder BFT naar de Kamer van Toezicht, een rechtbank voor het notariaat.

Voorzitter van de Koninklijke Notariële Beroepsvereniging (KNB) D. Plaggemars zegt zich te zijn ,,doodgeschrokken''. Hij heeft de situatie kortgeleden aan de kaak gesteld in de ledenraad, het hoogste controle-orgaan binnen het notariaat. Volgens Plaggemars moet zo snel mogelijk een einde komen aan deze situatie.

De voorzitter tekent aan dat ondanks het gevaar voor fraude, waarbij bijvoorbeeld de boekhouder een som geld verduistert, dit nauwelijks voorkomt. Er zijn de afgelopen decennia volgens hem ,,slechts enkele gevallen'' geweest waarbij geld is onttrokken door medewerkers of notarissen zelf.