Veel onzin over publieke omroep

Er wordt suggestief en onzorgvuldig gesproken over vermeende spilzucht bij de publieke omroep, vindt Inge Brakman.

Dick van der Graaf, directeur van de commerciële Holland Media Groep (HMG), heeft eerder dit jaar de jacht op de publieke omroep geopend. De commerciële omroepen kampen met terugvallende reclame-inkomsten en vechten voor een betere plaats op deze markt door de STER-inkomsten van de publieke omroep te kritiseren. Als de publieke omroep geen reclame meer mag uitzenden, zal een deel van de inkomsten naar de commerciële omroepen gaan.

Maar Van der Graaf schiet met hagel. Hij neemt zo'n beetje alle activiteiten van de publieke omroep op de schop, in de hoop concurrentievervalsing te bewijzen. Daar vliegt de discussie uit de bocht.

De overheid heeft destijds de volgende financieringssystematiek bedacht. De omroep krijgt 70 procent van haar inkomsten van de overheid en moet 30 procent zelf verdienen. Vriend en vijand waren het erover eens dat dit een gezonde mix was, die de omroepen ook enig commercieel besef zou bijbrengen. In tijden van extra inkomsten van de omroepbijdrage of de STER ging het overschot in een reserve. Bij slechtere tijden kan daaruit geput worden.

Dat steekt de commerciële omroepen en dagbladen, want nu het tegenzit is er dus (voor even) een potje voor de publieke omroep en dat is er niet voor de commerciële collega's. Die hebben in betere tijden hun winsten moeten afstaan aan de aandeelhouders en hebben soms onvoldoende gespaard om nu de klappen op te vangen.

Het bedrag aan inkomsten dat de STER haalt uit reclame, is de afgelopen 10 jaar hetzelfde gebleven. Het bedrag van de commerciële omroepen is aanzienlijk gegroeid. In 2001 haalden de commerciële omroepen 465 miljoen euro aan reclame binnen en de publieke omroep 196 miljoen. Het aandeel van de publieke omroep op de kijkersmarkt is ongeveer 38 procent en het aandeel op de reclamemarkt is 29 procent. De commerciële omroepen krijgen terecht wettelijk meer ruimte voor reclame.

De publieke omroep heeft een inhoudelijk wettelijke taak. Daarover wordt minstens een keer per jaar verantwoording afgelegd aan het parlement. Zo zijn er programmavoorschriften opgesteld die de publieke omroep opdragen informatie, cultuur, kunst en educatie te brengen. Dat doet ze ook. De afgelopen jaren is er nooit twijfel geweest over het halen van de programmavoorschriften. De politiek heeft bovendien de omroep opgedragen om voor een breed publiek te programmeren. Daar hoort amusement en sport bij. De omroep houdt zich aan de wettelijke taak. Het Commissariaat voor de Media houdt hierop toezicht.

De boekhouding van de omroepen is geen duister rommeltje, de verslaglegging is compleet en voldoet aan uitgebreide voorschriften, het commissariaat voor de media controleert dat. Jaarlijks lichten externe accountants alle programmakosten apart door. Die gegevens zijn door het commissariaat beschikbaar gesteld aan derden. Er zijn geen twijfels over de rechtmatigheid van de bestedingen. Het commissariaat vindt wel dat de omroep meer aandacht moet besteden aan verantwoording over doelmatigheid. Noch de overheid, noch het commissariaat moet voorschrijven hoeveel een programma mag kosten of wat het salaris van een ster moet zijn. Nederlandse belastingbetalers hebben er wel recht op te weten wat het een en ander kost. Aan die verantwoordingsplicht moet de omroep gewoon gaan voldoen.

De verhouding tussen publieke omroep en de commerciële is scherp. In de beginjaren van RTL 4 werden alle via de publieke omroep groot geworden sterren voor veel geld weggekocht. Allemaal part of the deal. De publieke omroep heeft teruggeslagen door sterren een bredere basis te geven, meer zekerheid. En het is waar dat de publieke omroep concurrerende prijzen biedt. Voor programma's, rechten of personalities. Sterren hebben een marktwaarde. De Nederlandse overheid heeft altijd gezegd dat ze een stevige publieke omroep wil. Dan horen dit soort aspecten daarbij.

Er valt te discussiëren over de wijze van verantwoording en over de vraag of alles even efficiënt gaat. De overheid en de publieke omroep moeten bovendien aan de slag om een organisatiemodel te ontwikkelen waarin omroepbestuurders hun energie richten op een gezond klimaat voor het maken van programma's zonder continu te steggelen over wie waarover beslist. De publieke omroep moet de programmagegevens vrijgeven, zonder door de overheid afgerekend te worden op eventueel verlies aan omroepleden. Er zal nog veel gezegd, geklaagd en gekritiseerd worden over de publieke omroep, maar laten we oppassen dat we niet aansturen op een gemarginaliseerde publieke omroep met programma's waar niemand zin in heeft. Dat is ook niet in het belang van de commerciëlen, laat staan van kijkers en luisteraars.

Inge Brakman is commissaris financieel toezicht Commissariaat voor de media.