Seksbranche

,,De hoge kunst van gereguleerde tolerantie''. Zo typeerde de hoogleraar strafrecht Brants eens het overheidsbeleid ten aanzien van prostitutie. Een moeilijke opgave dus. Het eerste evaluatierapport over de opheffing van het wettelijk bordeelverbod in 2000 bevestigt dat dit het geval is. Het meest zorgelijk is de verschuiving die het rapport signaleert van kwetsbare groepen – onvrijwillige prostituees, minderjarigen en illegalen – van de gereguleerde sector naar ongereguleerde en moeilijk controleerbare vormen van prostitutie (de straat, thuiswerk, campers, escortdiensten).

Het bordeelverbod dat werd afgeschaft dateerde van 1911 en was allang een dode letter, een Victoriaanse aberratie in een lange pragmatische Hollandse traditie. Des te opmerkelijker is dat de afschaffing in 2000 toch tot schrikeffecten leidde. Banken, maar ook accountants en verzekeraars, weigerden aanvankelijk zaken te doen met beoefenaren van het oudste beroep, al is dit nu volstrekt wettig. Verscheidene gemeenten gingen, al dan niet openlijk, voor een nuloptie, al is deze juridisch onhoudbaar.

Inmiddels begint het wel een beetje te wennen. In elk geval wil niemand de afschaffing van het bordeelverbod terugdraaien. Duidelijk is wel dat destijds niet voor niets werd gewaarschuwd dat het een ,,enorme omslag'' betreft die meerdere jaren, zo niet enkele decennia, zal vergen om te bezinken. Eens te meer blijkt dat de serieuze vorm van gedogen veel bestuurlijke energie vergt en niet de mix van ,,denkluiheid, escapisme en defaitisme'' is die er in de hedendaagse politico-speak van wordt gemaakt. De onderzoekers waarschuwen dat nog te veel gemeenten achterlopen met de vergunningen voor de seksbranche en dat de politie gaten in de controle laat vallen.

Regularisering bevat echter ook ,,een paradox'', zoals de nationale rapporteur mensenhandel onlangs waarschuwde: het maakt het lucratief buiten de geregulariseerde branche verboden zaken voort te zetten. De menselijke koopwaar waarmee deze rapporteur zich bezighoudt is daarvan vaak het eerste slachtoffer. Dat is een aansporing voor de regulerende overheid zich niet te verliezen in allerlei administratieve aangelegenheden, zoals wel eens de neiging is, maar zich te concentreren op de excessen. Deze zijn een extra inspanning alleszins waard.