Overdadige verlichting

Een van de lessen die sommige boeddhistische stromingen proberen te onderwijzen, is dat verlichting niet iets is van 'daar', maar van 'hier'. Met andere woorden: de bevrijding van het aardse bestaan heeft tijdens het aardse leven plaats en niet in een of andere vorm van hiernamaals. Het is die gedachte die ook in de eerste speelfilm van de Indiase regisseur Pan Nalin de grondtoon vormt. De zelfgetrainde filmmaker deed vooral ervaring op met documentaires, voordat hij al in 1994 het plan opvatte voor een rijkgekleurde speelfilm. Het leven van zijn hoofdpersoon Tashi spiegelt op een bepaalde manier dat van Siddharta Gautama, voordat hij de Boeddha werd. Na drie jaren, drie maanden en drie dagen mediteren, keert monnik Tashi naar zijn klooster terug. Hij wordt binnengehaald als een heilige, maar het nirwana heeft hij bepaald niet bereikt. 's Nachts wordt hij wakker uit een onvervalste natte droom. Hij besluit dat hij voordat hij de verlichte staat kan bereiken, eerst het leven moet leren kennen, een leven waar hij vanafzijn vijfde verjaardag toen hij naar het klooster werd gebracht van verstoken is geweest.

Nalin filmt deze letterlijke terugkeer naar de aarde en het aardse in de kleuren van de seizoenen. Van het bleke bruin en blauw van de winter naar het groen en geel van de lente en zomer, totdat in een rijpe herfst Tashi de vruchten van zijn leergang kan plukken. De overdadige kleurstelling is in de verste verte nog niet zo extreem als welke Bollywoodfilm dan ook, maar voor Westerlingen die gewend zijn 'heiligheid' en religie als iets plechtigs te zien, wellicht verblindend kitscherig. Hetzelfde geldt voor een seksscène tussen Tashi en zijn toekomstige echtgenote Pema: ongewoon voor de Indiase mainstream-film, klef vanuit Europees gezichtspunt.

Samsara. Regie: Pan Nalin. Met: Shawn Ku, Christy Chung, Neelesha BaVora, Lhakpa Tsering, Tenzin Tashi. In 12 bioscopen.