Offenbach

Anne Sofie von Otter zingt met behulp van een aantal Franse zangers een cd vol met muziek van Jacques Offenbach, de grootmeester van het 19de eeuwse cabareteske muziektheater. La Grande-Duchesse de Gerolstein neemt het adellijke militairisme op de hak. En aardig is de tipsy ariette Ah! quel dîner que je viens de faire uit La Périchole, al kon Teresa Berganza dat succesnummer hilarischer en lallender uitbuiten.

Maar de cd wil niet alleen Offenbachs overdrijving, ironie en satire tonen, maar vooral zijn fijnzinniger kant. Voor dat dubbele en dat dubbelzinnige, dat altijd aanwezig is in Offenbach, is Von Otter de juiste zangeres. Ook in lichtzinnigheid is zij immer serieus en beschaafd. Hoe verantwoord hier wordt gewerkt in deze niche in de cd-markt, blijkt uit de begeleiding van de zeer authentieke Les Musiciens du Louvre van Marc Minkowski.

Offenbach kon met zijn muziek de dubbelhartige en op uiterlijk vertoon georiënteerde Franse maatschappij èn de Franse muziekwereld des te beter hekelen omdat hijzelf niet alleen de beste serieuze componisten voortreffelijk kon imiteren, maar hen ook op eigen wijze wist te evenaren.

Zo laat de air Amours divins! ardentes flammes! uit La belle Hélène zich beluisteren als eerbetoon aan Berlioz, in La damnation de Faust de componist van Marguerite's welluidende romance D'amour l'ardente flamme. Even licht kabbelend klinkt hier ook de languissante Barcarolle uit Les contes d'Hoffmann, bij serieuze operagezelschappen nog altijd de enige evenknie van Strauss' Die Fledermaus.

Anne Sofie von Otter sings Offenbach. DG 47101-2