NVM: gekte voorlopig uit huizenmarkt

De huizenmarkt is in een rustiger vaarwater terecht gekomen. Dat zegt de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM). Voor het huidige kwartaal wordt een ,,matige prijsontwikkeling'' verwacht.

Vanochtend maakte de NVM de cijfers over de woningprijzen bekend. Daaruit blijkt dat een huis in het derde kwartaal gemiddeld 206.000 euro kost. Dat is een stijging van 5,6 procent ten opzichte van de prijs van een woning in het derde kwartaal van vorig jaar. De stijging in de periode tussen het derde kwartaal van 2001 en dezelfde periode in 2000 was nog 7,9 procent.

,,Van een overspannen markt zijn we terechtgekomen in een situatie die zich kenmerkt door een normale verhouding tussen aanbod en verkopen'', zegt NVM-voorzitter O. Smit in een verklaring. Volgens de NVM zorgen de lagere hypotheekrente en de matige ontwikkeling van de woningprijs tot een betere betaalbaarheid. Voor het vierde kwartaal verwacht de brancheorganisatie ,,een normale markt met een matige prijsontwikkeling''.

De NVM vergelijkt de huizenprijzen met het voorgaande kwartaal, waardoor seizoensinvloeden optreden. Volgens de NVM-berekening is de gemiddelde koopwoning in het derde kwartaal ten opzichte van het tweede kwartaal dit jaar met 0,3 procent gestegen. Vorig jaar bedroeg die stijging over dezelfde periode nog 1,0 procent.

Opvallend is dat de prijs van appartementen met een stijging van 0,1 procent nagenoeg gelijk blijft ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Ook de prijsstijging van vrijstaande woningen is beperkt: 0,4 procent. Vrijstaande woningen staan van alle huizensoorten het langst te koop. Tussenwoningen werden het laatste kwartaal 0,6 procent duurder dan een kwartaal eerder. Gemiddeld stonden woningen in het derde kwartaal 58 dagen te koop.

NVM-makelaars verkopen 60 procent van alle Nederlandse huizen. Het aantal verkochte woningen was 11 procent lager. Tegelijkertijd stonden er ruim 7 procent meer woningen te koop.

Van de grote steden dalen volgens de NVM-cijfers de prijzen in Amsterdam (min 4,1 procent) en Den Haag (min 1,3 procent). In Rotterdam en Utrecht stijgen de prijzen nog.