Evolutie van religie in Russische kunst

Vanaf het begin van het christendom zijn in de westerse beeldende kunst talloze voorstellingen gemaakt, ontleend aan bijbel- en heiligenverhalen. Ofschoon sommige kunstenaars als diepgelovig bekendstonden, verwerkten zij hun eigen levensovertuiging zelden in hun kunst. Pas in de 19de en 20ste werd dat gebruikelijker. Die periode van verandering is het thema van de tentoonstelling Kunst en religie in Rusland, in het Haagse Gemeentemuseum. Afgezien van enkele oudere iconen hangen er alleen schilderijen uit de afgelopen twee eeuwen.

Vrijwel alle geëxposeerde werken zijn van het Russisch Staatsmuseum in Sint-Petersburg. De tentoonstelling toont hoe in de loop van de 18de en 19de eeuw Russische schilders de oude traditie van iconenschilderkunst verlieten en de blik naar het westen richtten. Zo is een schilderij met Christus aan de geselkolom van Alexej Jegorov uit 1814, in licht-donkerwerking, houdingen en gezichtsuitdrukkingen, direct geïnspireerd op de classicistische schilderkunst van 200 jaar eerder in Italië. De latere 19de en de vroege 20ste eeuw brachten werken voort met bijbelse thema's die vooral tekstvastheid en archeologische geloofwaardigheid van het decor na lijken te streven. Genrich Semiradskij bijvoorbeeld, die zich in Rome had gevestigd, schilderde in 1886 een groot doek met een mooie voorstelling van Christus in het huis van Martha en Maria. De hoofdpersonen zitten in de hof van een mediterraan huis, in de schaduw van een knoestige olijf die het felle zonlicht prachtig filtert.

Een Opstanding van Christus van Michail Nesterov (1890) doet, met zijn gestileerde lijnen en strakke poses, meer denken aan het werk van de bewonderde Franse symbolisten zoals Puvis de Chavannes. Tot zover is alles overzichtelijk. In Rusland had je iconen die typerend zijn voor het orthodoxe christendom van Oost-Europa. Daarna lijkt de Russische religieuze kunst in stijl en themakeuze vooral een filiaal van de West-Europese. En dat is inclusief weemakende voorstellingen van Christus die dromerig over een landschap uitkijkt, en pathetische verbeeldingen van God de Vader of Maria met kind, tronend in de wolken.

Maar bij de schilders van de Russische avant-garde van de eerste decennia van de 20ste eeuw wordt het anders. Wasslily Kandinsky's Hoofd van een boer (1928-29), het beeldmerk van de expositie, toont een sterk geabstraheerde, bebaarde mannenkop opgebouwd uit grote kleurvlakken. Statisch en frontaal is de boer weergegeven als een heilige op een icoon. Veel verder in een persoonlijke interpretatie van het spirituele in de kunst, ging Kazimir Malevitsj, met zijn volledig abstracte zwarte vierkant, kruis en cirkel (1923) die zijn geschilderd in een stijl die hijzelf 'suprematisme' doopte. Dat Malevitsj iets van zijn eigen religieuze opvattingen wilde uitdrukken, lijkt te worden bevestigd door een recent werk in de expositie. De graflegging van Malevitsj (1998) toont een groepje mannen die een doodskist in de vorm van een kruis torsen. In overeenstemming met een fantasie van de schilder zelf, is hij afgebeeld in de vorm van de lijdende Christus.

Een zaal met `socialistisch realisme' neemt in de expositie een wonderlijke positie in. Blikvanger is een groot schilderij met een duizelingwekkende voorstelling van de viering van de zeventigste verjaardag van Stalin in 1950. Stalin staat bovenaan een paradetrap en wordt bejubeld door een kleurrijke menigte vertegenwoordigers van alle delen van de Sovjet-Unie. Dergelijke aan heiligenverering grenzende persoonsverheerlijking is in zekere zin op te vatten als substituut voor de christelijke voorstellingen die het communistische regime had verboden. Misschien sluiten zulke schilderijen, waar het de betrokkenheid van hun makers betreft, nog wel het meest aan bij de lange traditie van goed gemaakte, effectieve religieuze voorstellingen van misschien wel helemaal niet zo gelovige kunstenaars.

Tentoonstelling: Kunst en religie in Rusland. Gemeentemuseum Den Haag. T/m 5/1. Inl. 070-3381111..