Een ongelijke maar leerzame strijd

Om de fysieke en mentale weerbaarheid te vergroten, spelen de Nederlandse hockeysters in de aanloop naar het WK oefenduels tegen mannen. Gisteren was het de beurt aan de oud-internationals.

Het vileine oordeel kwam vier jaar geleden van Jacques Brinkman. In een vraaggesprek met deze krant brandmerkte de inmiddels afgezwaaide middenvelder het vrouwenhockey als ,,geen sport maar spel''. Het was, zo verklaarde Brinkman na alle ophef, een slip of the tongue. Zij het eentje die hem op een uitbrander kwam te staan van de toenmalige vrouwenbondscoach Tom van 't Hek.

Veel hockeysters zijn die denigrerende opmerking (nog) niet vergeten en het was daarom maar goed dat de loslippige recordinternational gisteren ontbrak in het niet-alledaagse oefenduel tussen de Nederlandse nationale vrouwenploeg en een selectie bestaande uit overwegend oud-internationals, verenigd in een gezelschap dat zich `de Batavieren' noemt. Wel van de partij in het gure Wagener-stadion waren onder anderen Ronald Jan Heijn, Bastiaan Poortenaar en Taco van den Honert.

Het team van oud-internationals werd door vrouwenbondscoach Marc Lammers een tegenstander van formaat genoemd. Ook al hebben de meesten al jaren geleden afscheid genomen van het (inter)nationale tophockey en bedraagt de gemiddelde leeftijd van het elftal bijna 37 jaar. ,,Maar deze jongens spelen nog vrijwel allemaal wekelijks een wedstrijdje, en meestal niet op kinderachtig niveau'', meende Lammers. ,,Bovendien hebben ze zoveel ervaring en zoveel techniek dat het voor ons een bijna onmogelijke opdracht is om van ze te winnen.''

Maar daar gaat het Lammers niet om. In de aanloop naar het wereldkampioenschap dat eind november in Australië begint, wenst de bondscoach ,,de fysieke en mentale weerbaarheid'' van zijn selectie aan te scherpen. ,,En daarvoor zijn wedstrijden tegen mannenteams een uitstekend middel.'' Vorig jaar besloot hij daar al toe, maar het recente toernooi om de Champions Trophy in Macau (derde plaats) sterkte Lammers, oud-verdediger van Den Bosch en Oranje Zwart, slechts in de overtuiging dat ,,we nog wel het een en ander kunnen verbeteren aan ons incasseringsvermogen''.

En dus volgde gisteren al weer de zesde krachtmeting tegen een mannenploeg, na eerder tegen de A-junioren (tot achttien jaar) van Amsterdam (drie keer) en Hurley (één keer) te hebben gespeeld. Vorige week volgde een wedstrijd tegen de senioren van een club uit de op twee na (hoofd- en overgangsklasse) hoogste divisie, eersteklasser Alliance uit Heemstede. Alle duels werden, zij het met niet al te grote cijfers, gewonnen door de vrouwen.

Zover kwam het ditmaal niet, al was de start hoopgevend. Al na drie minuten kwam de ploeg op voorsprong dankzij een rake strafcorner van Ageeth Boomgaardt. Wat volgde was een hoogst vermakelijk duel, waarin de hockeysters venijnig van zich afbeten en de technisch nog immer begaafde hockeyer Van den Honert tot twee keer toe de bal van zijn stick geplukt zag worden. Het was alsof de vrouwen met terugwerkende kracht het ongelijk van Brinkman wilden onderstrepen.

Gaandeweg overwon alsnog de routine van de mannen: 6-2. Meer spierkracht betekent niet alleen meer snelheid, maar zeker in het geval van hockey meer slagkracht. ,,Fysiek is het een ongelijke strijd'', wist Wiert Doyer, gisteren met zijn 44 jaar de oudste speler op het veld. ,,Mannen slaan veel harder, met als gevolg dat ze makkelijker grote afstanden overbruggen en dus minder hoeven te lopen.''

,,Uiterst serieus'' namen de oud-internationals desondanks het duel dat, in plaats van twee keer 35 minuten, op verzoek van Lammers werd uitgesmeerd over driemaal 25 minuten. ,,Wij voelen ons niet te groot voor zo'n wedstrijd'', zei gelegenheidscoach Marinus Moolenburgh. ,,Integendeel: als wedstrijdsecretaris heb ik doorgaans de grootst mogelijke moeite om elf spelers bijeen te krijgen. Daar was ditmaal geen sprake van. Iedereen wilde dolgraag.''

Al was het maar om de `schande' van ruim acht jaar geleden uit te wissen. Toen verloor het gezelschap immers met 5-4 van de nationale vrouwenploeg. ,,Terwijl we toen nota bene nog over een aantal actieve internationals beschikten, met onder anderen Bovelander en Van den Honert'', herinnerde Moolenburgh, die zijn spelers vooraf drie `eisen' had gesteld: ,,Geen circusballen, geen backhand en geen noodrem.''

Nieuw is het vrouwen-tegen-mannen-principe niet. Al onder Gijs van Heumen, bondscoach van de `gouden generatie' in de jaren tachtig, oefenden de hockeysters tegen mannenteams. Hetzelfde gebeurt de laatste jaren bij gebrek vooral aan serieuze sparringpartners van de eigen sexe in (contact)sporten als handbal, voetbal, volleybal en waterpolo, maar ook in tennis en tafeltennis en schaken. Vooral in de aanloop naar een groot internationaal toernooi blijkt de verleiding groot om de krachten met mannelijke en dus sterkere collega's te meten.

Hoewel Lammers' vooraf geuite vermoedens bevestigd werden, was hij na afloop niet ontevreden. ,,Op nagenoeg alle fronten zijn wij vandaag afgetroefd. Maar dat geeft niet. In het begin wisten we het baltempo goed bij te benen en vlogen de meiden d'r stevig in. Dat is precies wat ik wil, want die angst moet weg.''

Maar aan duels tegen clubs uit de hoofd- en/of overgangsklasse waagt Lammers zich voorlopig niet. Tot opluchting van strafcornerspecialiste Boomgaardt: ,,Je moet wel reëel blijven: van zo'n wedstrijd als vandaag leren wij weliswaar, maar minder dan van een oefenduel tegen een eersteklasser. Die kunnen wij partij bieden. Vandaag werd ons het spelen al vrij snel onmogelijk gemaakt doordat die gasten heel vakkundig de ruimtes dichtzetten. Dan kom je niet aan spelen toe.''

    • Mark Hoogstad