De rest van de wereld

In 1991 hebben we voor het eerst op de televisie kunnen zien hoe de hightech geleide projectielen – in dat geval van de Coalitie – feilloos in de bedoelde schoorstenen van Bagdad verdwenen. Soms zelfs live. Deze oorlog was in twee opzichten nieuw. Hij was met de modernste wapens geautomatiseerd, en het nieuws van het front was door het opperbevel zo strak mogelijk geregisseerd. Op de persconferenties in de legertent van generaal Schwartzkopf werd de militaire waarheid van de dag bekendgemaakt.

De anchormen van de grote Amerikanse televisiestations verschenen voor de camera in woestijnpak maar mochten niet de woestijn in. De Washington Post en de New York Times wilden eigen verslaggevers naar het front sturen. Ze moesten een proces aanspannen tegen het Pentagon om dat te bereiken. Toen het proces zou beginnen, was de oorlog al afgelopen. Peter Arnett van CNN was in Bagdad. Daardoor is de vrije nieuwsgaring gered. Voor de rest is dit de eerste oorlog die via de media aan het publiek is `verkocht'. De media hadden geen keus.

Het eerste slachtoffer van de oorlog is de waarheid, zegt men. Alle partijen liegen, de ene wat meer en wat doortrapter dan de andere, maar ze doen het allemaal. Dat is geen nieuws. Het verschil met `vroeger', voor 1991, is dat het nu mogelijk is, het totaalbeeld van de oorlog te vervormen. Van de met computers gestuurde hightech wapens wordt gezegd dat die met `chirurgische precisie' werken; en zoals de Golfoorlog van 1991 heeft bewezen, is het mogelijk de nieuwsvoorziening uit een legertent achter het front te regisseren. Soms bereikt het publiek een bericht over collateral damage. Dat gebeurt bijvoorbeeld als de Chinese ambassade in Belgrado wordt getroffen, of een Afghaanse bruiloft, maar over de meeste onchirurgische vergissingen hoort het publiek pas achteraf, als de oorlogsopwinding voorbij is. Of het hoort niets. Het totaalbeeld van de oorlog terwijl die aan de gang is, wordt gevestigd met chirurgische regie.

Over het liegen in oorlogstijd heeft de Britse oorlogscorrespondent Philip Knightley een meeslepend boek geschreven, The First Casualty. De eerste druk is verschenen in 1976. Na iedere volgende oorlog heeft hij het bijgewerkt. De waarheid wordt op telkens een andere manier het slachtoffer, steeds geraffineerder. Geïnterviewd door de International Herald Tribune zegt hij het volgende: ,,In de volgende Golfoorlog beleven we de volledige doorbraak. De oorlogscorrespondent – de journalist die als objectief, onafhankelijk vakman probeert te ontdekken wat er gebeurt – heeft zijn tijd gehad. In de nieuwe oorlog is de nieuwsvoorziening in handen van de regering, het opperbevel en de media.''

De vraag is dan welke media dat zullen zijn. Niet meer de onafhankelijke kranten, zelfs niet de grote Amerikaanse networks die in 1991 nog prominent op de persconferenties van Schwartzkopf aanwezig waren.

Het zijn de nieuws- en entertainmentgiganten die door overnames en fusies in de jaren negentig zijn ontstaan: AOL-Time Warner, waartoe sinds 1996 CNN hoort, en Ruperts Murdochs News Corp, met de televisie van Fox News (en dan natuurlijk de talrijke kranten die tot zijn concern horen). ,,Deze twee zullen bepalen hoe de Amerikanen en een groot deel van de rest van de wereld de volgende Golfoorlog zullen zien.''

Wat voor de oorlog zelf geldt, is ook van toepassing op het voorspel. Dat in een zenuwenoorlog de waarheid snel ten onder gaat, is evenmin nieuw. Maar alweer gaat het om de overweldigende manier waarop deze Amerikaanse regering de onontkoombaarheid, de noodzaak van de oorlog erin probeert te rammen. Dat Saddam een hoogst onwenselijke dictator is, staat vast. Vraag het aan de Koerden en zijn eigen oppositie. Of een oorlog dan het enig overgebleven middel is om hem weg te werken, is een volstrekt andere vraag.

Heeft hij banden met Al-Qaeda? Ja, bezweert Washington. Nee, zegt de Franse geheime dienst. Ja, zegt Tony Blair. De meeste bewijzen laten zich lezen als pulp fiction, zegt George Galloway, parlementslid van zijn eigen partij.

Er moeten inspecties komen. Waarom eigenlijk nog als het niet meer om het ontdekken van wapens gaat, maar de vervanging van het regime het doel is? Zullen Hans Blix en zijn deskundigen op een loze missie worden gestuurd; zullen ze daar werk gaan doen dat in Washington bij voorbaat van nul en generlei waarde wordt beschouwd? Bush dreigt de Verenigde Naties `irrelevant' te verklaren als niet snel gehandeld wordt. Maar de VN zijn er niet om dit regime te vervangen. En dus, of de inspecties iets opleveren of niet, in de ogen van Bush en de zijnen is de organisatie feitelijk al irrelevant.

Het zwaartepunt van het debat, in Europa en meer nog in Amerika, verschuift. Het gaat niet meer zozeer om de vraag of er een oorlog komt, als wel hoe die zal verlopen en welke wereld we daarna zullen aantreffen.

Met de dag groeit het aantal speculaties. Moordende straatgevechten, Iraakse oppositie in opstand, langdurige aanwezigheid van veel Amerikaanse troepen noodzakelijk, reken op een snel herstel, hele Arabische wereld in chaos, economische crisis, nee dat zal wel meevallen. Nog veel meer. Naarmate het aantal voorspellingen van steeds meer onbetwijfelbare deskundigen groeit, wordt één ding duidelijker. Deze oorlog, waarvan de onvermijdelijkheid vrijwel vaststaat, is een sprong in het mondiale ongewisse.

Logischerwijze zou men dus denken dat de Amerikaanse regering al het mogelijke zal doen om zich van zoveel mogelijk bondgenoten te verzekeren, een beeld te schetsen van, toch weer, een nieuwe wereldorde van gelijkwaardige staten. Het tegendeel is het geval. Al voor elf september heeft ze zich aan een aantal internationale verdragen onttrokken of die gefrustreerd. De Bush-doctrine, met als een van de belangrijkste punten de preventieve aanval, zet de kaalslag voort. De rest van de wereld nadert dichter tot irrelevantie. De rest krijgt de oorlog en het nieuws over de oorlog opgelegd. Het probleem is, dat de rest zich dit hoe dan ook niet laat welgevallen.

    • H.J.A. Hofland