De kluts kwijt

Twaalf Europese landen hebben de euro ingevoerd en de soevereiniteit over hun monetaire beleid vrijwillig ingeleverd, maar ze ontberen een gemeenschappelijk kader voor hun financieel-economische beleid. Het enige houvast is het Stabiliteits- en Groeipact, dat grenzen stelt aan de rekbaarheid van de nationale begrotingen. De afspraken van het Stabiliteitspact zijn een soort collectieve verzekering ter voorkoming van afwijkend gedrag. Het moet verhinderen dat één land misbruik maakt van de bereidheid van alle anderen om de regels na te leven. Dit free riders-gedrag, een gratis ritje ten koste van de rest, is mogelijk op de kermis, maar niet in een monetaire unie.

De wijze waarop Frankrijk eergisteren de overige eurolanden heeft geschoffeerd over het Stabiliteitspact, is schaamteloos en kortzichtig. De Franse minister van Financiën, Francis Mer, liet zijn elf collega's weten dat Frankrijk `andere prioriteiten' heeft dan zich houden aan de afspraken om het structurele begrotingstekort stapsgewijs terug te dringen. Dit is des te ernstiger omdat de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EU, eerder een handreiking had gedaan door de termijn voor het bereiken van begrotingsevenwicht op te rekken van 2004 naar 2006. Bovendien proberen drie andere landen die met hun tekorten tegen de bovengrens aanzitten – Portugal, Duitsland, Italië – wél moeite te doen zich aan het tijdpad van begrotingsdiscipline te houden. Aan de overige eurolanden, die met behoedzaam beleid hun begrotingen min of meer op orde hebben, heeft Frankrijk ronduit lak.

De Franse weerzin tegen begrotingsdiscipline heeft een lange geschiedenis. In 1983 liep het toenmalige Europese monetaire stelsel er bijna op stuk; in 1997 blokkeerde de kersverse socialistische regering bijna de ondertekening van het Stabiliteitspact op de Europese top in Amsterdam. In 1983 en bij latere gelegenheden kon Duitsland de Fransen tot bezinning brengen door te dreigen de steun van de D-mark aan de franc los te laten, maar dat monetaire machtsmiddel is weggevallen. In 1997 redde een toevoeging over werkgelegenheid de goedkeuring van het pact. Nu moet de beïnvloeding komen van druk van de collega-ministers van Financiën. Maar in dat gezelschap kan de Franse minister een lange neus maken.

De gevolgen van dit staaltje botheid gaan verder dan de binnenlandse Franse politiek. Ten eerste staat de geloofwaardigheid van het Stabiliteitspact op het spel en daarmee die van de euro, ook al zal de Commissie naar het zich laat aanzien volgende maand aan Frankrijk een officiële waarschuwing voor overschrijding van de regels geven. Daarna kunnen op termijn boetes en andere financiële sancties volgen als het tot een officiële `tekortprocedure' tegen Frankrijk komt, zoals nu reeds tegen Portugal gebeurt. Ten tweede lijkt de Europese Centrale Bank, getuige de opmerkingen van president Duisenberg gisteren in Brussel, niet geneigd de rente te verlagen nu één grote lidstaat de begrotingsdiscipline aan zijn laars lapt. Ten derde is iedere discussie over aanpassing van het Stabiliteitspact geblokkeerd door de ergernis over Frankrijks bruuskerende opstelling.

Ondertussen zakt de Europese economie verder weg. De gemeenschappelijke aanpak van de stagnatie zou bovenaan de Europese beleidsagenda moeten staan. Daarbij moeten afwegingen over de verhouding tussen het rente- en het begrotingsbeleidter sprake komen, structurele hervormingen, budgettaire en fiscale maatregelen om het economische herstel te bespoedigen.