De Ivooriaanse soldaat mist zijn gezin

Een handjevol rebellen bezet al drie weken lang bijna de helft van Ivoorkust. Dat kan alleen omdat het regeringsleger ''een lachertje'' is.

Vechten? ,,Daar hebben we helemaal geen zin in'', zegt een soldaat van het Ivoriaanse regeringsleger. Hij neemt nog een slok bier. Dat geeft moed. ,,Ik mis mijn vrouw, ik mis mijn kinderen. Een vriend van me werd naar de hoofdstad Yamoussoukro gestuurd met de opdracht rantsoenen af te leveren. Eenmaal aangekomen moest hij blijven. Om te vechten als de rebellen naar het zuiden afzakken. Hij zit er al drie weken en nu wil hij naar huis.''

Met soldaten die hun vrouw missen, bang zijn of nauwelijks een militaire opleiding hebben gehad, win je geen oorlog. Maar van dat soort overwegingen trekt de Ivoriaanse president Laurent Gbagbo zich weinig aan. Het afgelopen weekend gaf hij opdracht tot een offensief tegen de rebellen die sinds drie weken het noordelijke deel van het land bezetten. Het is in Afrika nooit eerder vertoond dat een handjevol rebellen – officieel is hun aantal 750, maar ze zouden versterking hebben gekregen – binnen een paar dagen bijna de helft van een land inneemt. ,,Het Ivoriaanse leger is een lachertje'' , zegt een Franse waarnemer.

Een week na het uitbreken van de crisis kregen parlementariërs een rapport toegestuurd waarin de toestand van het regeringsleger ,,deplorabel'' werd genoemd.

Volgens de brief die in het Franse dagblad Le Monde werd geciteerd, traden de Forces Armées Nationales de Côte d'Ivoire (FANCI) de rebellen tegemoet met ,,verouderd'' materieel, ,,chronisch defecte'' voertuigen waarvan hoogstens 20 procent de weg op kon, gevechtsvliegtuigen die niet vlogen, zeven onbruikbare transporthelikopters en ,,ontoereikend en ouderwets'' wapentuig. Van de 49 pantserwagens reden er drie. De vijf lichte tanks en de zestien mortieren waarover het leger volgens het International Institute for Strategical Studies (IISS) verder nog zou beschikken, bleven onvermeld.

Die ongebruikelijke openhartigheid over de zwakte van het regeringsleger was een nauwelijks verhulde schreeuw om hulp. Frankrijk, dat als voormalige koloniale macht gebonden is aan een defensieakkoord uit 1961, zei onmiddellijk logistieke steun toe. Het leger kreeg vrachtwagens, jeeps, munitie en rantsoenen. Ook werd een aantal pantserwagens opgelapt. Het Amerikaanse leger stuurde twee transportvliegtuigen naar het vliegveld van Yamoussoukro. Toch was een week geleden op de weg van Abidjan naar de hoofdstad Yamoussoukro, zo'n veertig kilometer van bezet gebied, nog geen enkele regeringsmilitair te zien.

Inmiddels staan de strijdkrachten er beter voor. Volgens westerse diplomaten heeft president Gbagbo de trage onderhandelingen afgelopen weekeinde over een staakt-het-vuren benut om wapens in te slaan. Hij zou een bestelling hebben geplaatst in Israël en zo'n 80 ton aan materieel hebben laten overvliegen uit Tadzjikistan en Bulgarije. Dagelijks brommen Russische transportvliegtuigen over Abidjan, in noordelijke richting, naar het gebied waar gevochten wordt. Aan geld is geen gebrek. Ivoriaanse organisaties maken goede sier door het leger met donaties in zijn nobele bevrijdingsmissie te steunen. Een bond van cacaoboeren schonk anderhalf miljoen dollar.

Ivoorkust heeft geen traditie van oorlog of bloedvergieten. Nieuwe wapens maken nog geen sterk leger. Volgens waarnemers is het grootste deel van de tien- à elfduizend regeringssoldaten ongemotiveerd, onderbetaald en onderling politiek en etnisch verdeeld. Volgens het rapport dat in het parlement circuleerde, loopt er bovendien een surplus aan ,,ongekwalificeerde onderofficieren'' rond. Hun uniformen zijn tekenend voor de mate van ongeorganiseerdheid: ,,de verscheidenheid aan tenues doet elke notie van discipline verdwijnen''. Aan discipline en overtuiging ontbreekt het de soldaten die de aanval hebben moeten openenen op Bouaké, de tweede stad van het land. Velen zijn bang voor de rebellen die bovennatuurlijke krachten krijgen toegedicht.