ABP: geen tijd om op marktherstel te wachten

Pensioengigant ABP denkt aan onorthodoxe maatregelen om haar financiële positie te stutten. Nu hogere premies? Straks ook een andere pensioenregeling?

,,Ondanks zorgvuldig en behoedzaam beleggen is ons vetlaagje ver opgebruikt.' Directievoorzitter J. Neervens van pensioengigant ABP waarschuwt in zijn nieuwsbrieven voor ambtenaren, leraren en hun gepensioneerde collega's alvast maar.

Het financiële vermogen van ABP, een van de drie grootste pensioenbeleggers ter wereld, nadert het bedrag van de pensioenverplichtingen. Hun verhouding, de zogeheten dekkingsgraad, is nu 105 procent. Meer dan de minimale 100 procent die de Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) eist, maar ver onder het doel van tenminste 130 procent dat het fonds zichzelf stelt.

Een kwart van de Nederlandse huishoudens heeft te maken met het wel en wee van ABP. Het fonds is de grootste van de 300 pensioenfondsen die in de ogen van de PVK een zorgelijke financiële positie hebben. Hun dekkingsgraad ligt nu onder 110 procent.

Dat betekent niet dat de huidige pensioenen niet betaald worden. ABP heeft nog vet. En zelfs als een pensioenfonds onder de kritieke 100 procent daalt, heeft zij altijd nog de inkomsten uit pensioenpremies en beleggingen.

Gisteren maakte Neervens in een besloten bijeenkomst met werkgeversklanten duidelijk dat ABP niet kan wachten op een herstel van de financiële markten. Al blijft hij verwachten dat aandelen op langere termijn meer geld opleveren dan effecten met een vaste rente. Dat extra rendement moet de pensioenregeling voor de vergrijzende achterban betaalbaar houden. Maar op korte termijn kosten de verliezen op aandelen (40 procent van het vermogen) handenvol geld.

Dat laat ABP maar twee andere keuzes om haar eroderende financiële positie te stutten: verdere premieverhogingen voor werknemers en overheid/onderwijs en beperking van de inflatietoeslag (indexatie) die gepensioneerden krijgen.

De pensioenpremie die ABP werknemers en werkgevers berekent, is dit jaar en volgend jaar, ondanks een reglementair maximaal toegestane verhoging (twee procentpunt), niet kostendekkend. Nu is de premie 13 procent, nodig is 18 procent. Maar ook al worden de premies verhoogd, zij kunnen niet op tegen de aantasting van ABP's financiële positie.

Vorig jaar moest ABP door hogere pensioentoezeggingen en beleggingsverliezen 12 miljard euro interen op haar reserves, rekende Neervens voor. De premies zijn maar ruim 4 miljard. ,,In slechte tijden is het premie-instrument dus te bot om hout te snijden'.

Zolang ABP met te lage premies inkomenssteun aan werknemers en werkgevers geeft, kan zij de gepensioneerden de facto niet korten op hun indexatie.

De kans dat gepensioneerden een rechtszaak tegen zo'n korting zouden winnen is aanzienlijk. Vorige week zei Neervens in een optreden op de Erasmus Universiteit dat de indexatie volgend jaar gewoon wordt uitbetaald. Indexatie is overigens geen recht, maar een toezegging die alleen geldt als een pensioenfonds voldoende geld heeft.

En dat is tevens de hamvraag: wanneer heeft een pensioenfonds net te weinig geld, en wanneer nog net genoeg? En in het verlengde daarvan: wie betaalt voor welk percentage mee aan zo'n tekort en wie krijgt welke extraatjes als zich onverhoopt toch kolossale overschotten voordoen? Weinig van de bijna duizend pensioenfondsen geven hun achterban daarover helderheid.

Neervens wil op dit punt snel duidelijkheid zien te krijgen van werknemers en werkgevers. De gepensioneerden hebben hun eis eerder dit jaar al op tafel gelegd: eerst volledige deelname aan het bestuur.

In het bestuur van ABP zijn gepensioneerden niet als aparte groep vertegenwoordigd. Vertegenwoordigers van bonden en werknemers besturen ABP, met E. Brinkman (Bouwnijverheid-voorzitter, ex-CDA-politicus) als onafhankelijk voorzitter.

Neervens wil ook denken over een nieuw pensioenstelsel. Niet meer het laatst verdiende loon, met zijn hoge extra kosten bij hoge loonstijgingen, maar pensioen gekoppeld aan het gemiddeld verdiende loon tijdens iemands loopbaan. Ambtenarenbond AbvaKabo was daar tot voor kort tegen, maar het congres van de bond afgelopen zomer heeft nieuwe openingen geboden. Zo'n verandering van een pensioenregeling is complex, kost honderden uren overleg en duizenden uren uitleg.

Een nieuwe pensioenregeling biedt nu financieel geen soelaas, maar tekent de omstandigheden: onder druk wordt alles vloeibaar.

    • Menno Tamminga