Van Duitser tot model-Nederlander

De weg die Claus von Amsberg in zijn 76-jarige leven heeft afgelegd, liep door de halve wereld. Kindertijd op een plantage in Tanzania, jeugdjaren en studie onder het hakenkruis, dan bij de Wehrmacht in Italië, in diplomatieke dienst in Midden-Amerika, en ten slotte het huwelijk met de Nederlandse troonopvolgster. Maar juist toen Claus in Nederland zijn plaats leek te hebben gevonden, begon de lange mars in deze bijzondere levensloop pas goed: de barre weg van Duitser naar Nederlander.

,,Claus raus!'' stond er op de spandoeken van verontwaardigde burgers die de toekomstige prins-gemaal in Amsterdam onthaalden. Bij de bruiloft kwam het tot felle ordeverstoringen tegen de ongewenste ,,mof'' – het scheldwoord dat tijdens de wrede bezetting voor 1945 salonfähig werd en dat tot op heden is gebleven.

Op Claus, die toch onder de nazi's niets misdreven had en die nu alleen maar trouwde met zijn grote liefde – overigens de dochter van een voormalige SA-man – , kon de moffenhaat zich helemaal uitleven. Maar terwijl het beeld van de Duitser in het algemeen, vooral onder de jongere Nederlanders, steeds ongunstiger werd, terwijl de leerstof op de scholen zich in de ellende van de bezettingsjaren vastbeet, en niet alleen bij voetbalinterlands onverbloemde haat telkens weer oplaaide, ontwikkelde uitgerekend de arme prins-gemaal zich tot de lievelingsaristocraat van onze buren.

In de oprecht meelevende terugblikken op zijn leven wordt Claus nu geroemd om de ironie waarmee hij zichzelf bekeek; hij was een informeel man, een kritische intellectueel, die met een welhaast vertwijfelde geste afstand had genomen van het hofceremonieel en de verplichte stropdas. Kortom: een ,,schat van een man, vol droge humor'', zoals de inmiddels zeer koningsgezinde schrijver Harry Mulisch zijn liefdesverklaring formuleerde.

Verrassend genoeg zijn dit stuk voor stuk eigenschappen waarvan de Nederlanders maar al te graag volhouden dat de Duitsers – die, zoals iedereen weet, humorloos, onbehouwen en stijf van aard zijn – ze niet bezitten.

Als het tegendeel van Claus ontpopte zich zijn gemalin Beatrix, die vele Nederlanders in de loop van de jaren te perfectionistisch, koel en uit de hoogte – dus min of meer Duits – zijn gaan vinden.

Ook op deze merkwaardige rolwisseling, en op de verzachtende invloed van haar mild-melancholieke echtgenoot, kijkt men in Nederland met weemoed terug. In deze geest neemt de Nederlandse pers afscheid van een ,,parel in de Nederlandse kroon'' (Algemeen Dagblad) en gunt men Claus, die ,,ieders respect en bewondering verdient (De Telegraaf), een ,,ereplaats in Neêrlands koninklijke galerij (Trouw).

Het wekt dan ook geen verwondering dat een prominente politicus ten slotte ook nog eens van prins Claus zegt dat hij op zijn heel persoonlijke wijze ,,een echte Nederlander'' is geweest.

Een langere weg dan die van Hitzacker, waar hij lang, lang geleden als typische Duitser geboren werd, naar Den Haag, waar hij nu als model-Nederlander ligt opgebaard, had Claus von Amsberg in zijn leven werkelijk niet kunnen afleggen.

Dirk Schümer is redacteur van de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

© FAZ