Van der G. komt weer pro forma voor

De strafzaak tegen Volkert van der G., verdacht van de moord op Pim Fortuyn, zal op korte termijn niet inhoudelijk worden behandeld.

De eerstvolgende zitting, op maandag 4 november, draagt opnieuw een zogenaamd `pro forma' karakter. Dat heeft de rechtbank besloten.

Het proces kan niet inhoudelijk beginnen omdat er nog een aantal onderzoekshandelingen moeten worden afgerond. Zo is nog onduidelijk wat de resultaten zijn van de naspeuringen die het openbaar ministerie (OM) heeft gedaan naar de herkomst van het moordwapen. Ook is nog niet bekend wat de conclusies zijn uit het onderzoek naar enkele explosieve stoffen die in de woning van Van der G. zijn aangetroffen. Verder moet de verdediging deze maand nog een aantal getuigen horen dat in een eerder stadium door de rechtbank is toegewezen. Onder hen de politici F. Teeven, M. Herben en J. Janssen van Raay, die publiekelijk opmerkingen over de moord hebben gemaakt. Ook H. van den Haak, de voorzitter van de gelijknamige commissie die de beveiliging van Fortuyn onderzoekt, moet nog getuigen. Daarnaast is het nog steeds niet duidelijk of en wanneer Van der G. een verklaring zal afleggen en of hij zal meewerken aan een gedragskundig onderzoek.

De rechter-commissaris, die het vooronderzoek leidt, had de rechtbank al eerder laten weten dat het, vanwege de stand van het onderzoek, ,,niet in de rede ligt'' nu al een inhoudelijke behandeling van de zaak te hebben. Een woordvoerder van het OM zei vanochtend overigens dat wat justitie betreft de zaak begin november wel inhoudelijk behandeld kan worden: ,,Tegen die tijd zijn wij klaar.'' Zij kon nog niet reageren op het besluit om op 4 november weer een proformazitting te houden, omdat het OM het bericht van de rechtbank nog niet had ontvangen.

De eerste procesdag in de zaak Van der G. op 9 augustus was ook een proforma-zitting. Volgens de wet moet een verdachte binnen drie maanden wederom voor de rechter komen. Op 4 november zal de voorlopige hechtenis van Van der G. worden verlengd en de zaak worden aangehouden voor wederom maximaal drie maanden.