Sjeiks en tsaren gooien olie op het vuur

,,De olieprijs kan stijgen tot honderd dollar per vat.'' Sjeik Ahmed Zaki Yamani, de Saoedische olieminister van 1962 tot 1986, is weer op het oorlogspad. In het Amerikaanse zakenblad Fortune en in het Duitse maandblad DM Euro waarschuwt hij voor de gevolgen van oorlog in Irak. Beide bladen herinneren er aan dat Yamani de man was ,,die ons in 1973 de eerste oliecrisis schonk'', zoals het Duitse blad het formuleert. De 72-jarige Yamani leidt sinds het eind van zijn ministerschap het Centre for Global Energy Studies in Londen.

Hij ziet de huidige situatie zo: ,,Als Saddam het gevoel heeft dat men hem wil vernietigen, dan zal hij chemische wapens gebruiken in Koeweit en Saoedi-Arabië. En als de olieproductie daar tot stilstand komt kunt u verwachten dat de prijs per vat verdrievoudigt.'' Yamani bevestigt desgevraagd ook dat de rijke Arabieren bezig zijn hun geld uit de Verenigde Staten terug te trekken: ,,Waarom zouden de mensen hun geld daar laten, als ze moet vrezen dat hun tegoeden worden bevroren?'' Volgens Yamani gaat het om veel meer geld dan de 200 miljard dollar ,,die in de pers worden genoemd''. Goede raad voor de Amerikaanse president Bush zit heeft hij niet, want ,,een wijze geeft geen advies als er niemand is die er naar wil luisteren''.

In Fortune is Yamani's verhaal veel completer. Ook hier waarschuwt hij voor stijging van de olieprijs, maar hij geeft ook toe dat de ideale prijs per vat tussen de 16 en 20 dollar ligt. ,,Maar het leed is al geschied'', klaagt hij, want de stijging van de olieprijzen sinds 1999 heeft allang geleid tot exploratie van nieuwe bronnen in landen die niet zijn aangesloten bij de OPEC, de organisatie van olie exporterende landen. Als de prijs per vat te lang boven het niveau van dertig dollar blijft, ondervinden de OPEC-landen daarvan zelf ook de kwalijke gevolgen, meent het blad. Volgens Fortune zal het niet lang meer duren voor ,,de wereld ervan overtuigd is dat ze de OPEC niet meer nodig heeft''.

De Russische olietsaar Vagit Alekperov staat volgens BusinessWeek klaar om de Amerikanen op hun wenken te bedienen. Alekperov is topman van Ruslands grootse oliemaatschappij, Lukoil. Vorige week lanceerde hij op een conferentie over de Russisch-Amerikaanse olierelaties in Houston het idee om voor anderhalf miljard dollar een pijplijn aan te leggen, van de olievelden van Azerbajdzjan naar Moermansk. Vandaar zouden tankers de Russische olie rechtstreeks naar Amerika kunnen verschepen. Die route is tweemaal zo kort als die via de Perzische Golf, zo rekende hij voor.

Oorlog in Irak zou hem goed uitkomen, want Lukoil is op dit moment niet in staat het Iraakse olieveld Qurna te exloiteren, waar het volgens een overeenkomst met Saddam recht op heeft. Alekperov heeft er volgens het blad bij de Russische president Poetin op aangedrongen een Amerikaanse aanval in Irak te steunen. In ruil daarvoor zouden de Amerikanen er dan op moeten toezien dat de nieuwe machthebbers in Irak Lukoils contract met Saddam ongemoeid laten. Maar wat er ook gebeurt, meent het blad, ,,er zal altijd behoefte zijn aan Russische olie''. Alleen weet niemand hoeveel, en wanneer.

Hetzelfde geldt voor managers. In een artikel over headhunting schrijft het Britse weekblad The Economist dat de markt voor het bemiddelen in managers op lager niveau op apegapen ligt, terwijl het recruteren van topmanagers nog steeds lucratief is. Merkwaardig, want het is volgens het blad al lang duidelijk dat een buitenstaander als topmanager maar zelden de hoge verwachtingen kan waarmaken die overeenstemmen met zijn reputatie. Op gezag van Rakesh Khurana van Harvard Business School schrijft het blad dat de markt voor topmanagers niet goed werkt. De vertrouwelijkheid die kenmerkend is voor het zoeken naar topmensen geeft de headhunters veel te veel macht, betoogt hij. Want die sfeer van geheimhouding jaagt de prijs omhoog, zeker in een markt waarin de keus beperkt is. Moet de raad van commissarissen dan maar zelf op zoek? Nou nee, want ,,die komt niet veel verder dan de negentiende hole van de dichtstbijzijnde golfclub''.

Maar de ondernemingen en de beleggers verwachtten ook zoveel van een topmanager, schrijft het Amerikaanse maandblad Fast Company in een terugblik op het gedrag van topmanagers in de jaren negentig. Volgens het blad wilden en willen de meeste topmanagers niets liever dan opening van zaken geven, maar te veel openheid wordt snel afgestraft. Het blad herinnert aan de ervaring van Anne Mulcahy, gerespecteerd topmanager van Xerox, toen ze twee jaar geleden in het openbaar verklaarde dat het businessmodel van Xerox `onhoudbaar' was geworden: in één dag zakte de koers 26 procent.

Om de beloning van topmanagers aan de prestatie van het bedrijf te koppelen, is het volgens het blad in ieder geval nodig opties op aandelen te koppelen aan de markt. Ook moet het verboden worden opties eerder uit te oefenen dan tien jaar na ontvangst.

    • Herman Frijlink