Nobelprijs fysica voor ontdekkers kosmische neutrino

De Nobelprijs voor natuurkunde gaat dit jaar naar een Japanse en twee Amerikaanse astrofysici. Raymond Davis Jr (87) en Masatoshi Koshiba (76) krijgen de helft van de 10 miljoen Zweedse kronen voor hun ontdekking van kosmische neutrino's. De andere helft gaat naar Riccardo Giacconi (71) voor het ontdekken van de eerste röntgenbron buiten ons zonnestelsel. Het gaat, aldus de Zweedse Academie van Wetenschappen, om twee nieuwe vensters op het heelal.

Neutrino's zijn `spookdeeltjes' die zo weinig interactie met de materie hebben dat ze met gemak onopgemerkt dwars door de aarde vliegen. Ze ontstaan in enorme aantallen bij fusieprocessen in de zon. Om ze op aarde te `zien' bouwde Davis, verbonden aan de Universiteit van Pennsylvania, eind jaren vijftig in een verlaten goudmijn in Zuid-Dakota een tank met 615 ton tetrachloorethyleen (een schoonmaakmiddel). In dertig jaar werden zo'n 2000 neutrino's opgemerkt, minder dan verwacht.

Koshiba, verbonden aan de Universiteit van Tokio, bouwde met zijn team in de jaren tachtig eveneens in een mijn de Kamiokande-detector. In 1987 werden er twaalf neutrino's mee gezien die gevormd waren bij een supernova-explosie diep in het heelal. In 1996 ontdekte Koshiba met de Super-Kamiokande-detector dat neutrino's gedaantewisselingen kunnen ondergaan, waarmee het tekort van Davis was verklaard.

Giacconi, verbonden aan Associated Universities in Washington, is in de jaren zestig nauw betrokken geweest bij de bouw van röntgendetectoren in raketten. Omdat röntgenstraling uit het heelal niet door de aardse dampkring dringt, is studie van röntgenbronnen alleen vanuit de ruimte mogelijk.