Legalisering van prostitutie mislukt

De prostitutiebranche is twee jaar na afschaffing van het `bordeelverbod' nog ver verwijderd van de status van reguliere bedrijfstak.

Belastingdienst en Arbeidsinspectie tonen nauwelijks belangstelling voor prostituees. Banken en andere zakelijke dienstverleners zijn huiverig om zaken te doen met de branche. Minderjarigheid en illegaliteit zijn nog steeds een veelvuldig voorkomend verschijnsel.

Dat concludeert het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum in het evaluatieonderzoek `Het bordeelverbod opgeheven' dat vanochtend is gepubliceerd. Daarbij werden enkele honderden prostituees, exploitanten, politiemensen en andere sleutelfiguren geïnterviewd. De Tweede Kamer had bij afschaffing van het Bordeelverbod om die evaluatie gevraagd en in kaart te brengen of de situatie op het gebied van uitbuiting en vrouwenhandel en de controle daarop zijn verbeterd.

Gemeenten lopen achter bij de afgifte van vergunningen en naleving van voorschriften. Daardoor verplaatst de illegale prostitutiebranche zich naar regio's waar minder wordt gecontroleerd op bijvoorbeeld illegaliteit, minderjarigheid en uitwassen als mensenhandel en agressie en geweld, zo blijkt uit het onderzoek.

Het ontbreken van landelijke minimumnormen voor handhaving en controle leidt er verder toe dat het illegale circuit, zoals straatprostitutie en prostitutie via het gsm- en internetverkeer ,,nauwelijks controleerbaar of beheersbaar'' kon uitdijen.

De klandizie in de reguliere prostitutie neemt af, wordt verder geconcludeerd. Maar er zijn geen aanwijzingen dat die klandizie zich verplaatst heeft naar de illegale branche. Daarnaast hebben bordeelexploitanten steeds meer moeite om personeel te vinden. Het overgebleven personeel heeft steeds minder klanten. Die terugloop, in combinatie met de politiecontroles in de reguliere branche, leidt blijkens het onderzoek ,,tot ondermijning van steun voor de wetgeving, met name onder exploitanten''.

De omvang van onvrijwillige prostitutie en illegaliteit is door gebrekkige politiecontroles en het uitblijven van adequaat handhavingsbeleid nauwelijks vast te stellen.

In het onderzoek wordt wel geconstateerd dat signalen van misstanden te vaak niet bij handhavende diensten terechtkomen. ,,Hiermee lijken kansen voor bestuurlijk en strafrechtelijk ingrijpen onderbenut te blijven. In ieder geval zijn ,,onvrijwilligheid, minderjarigheid, en illegaliteit in de prostitutie ruim een jaar na de wetswijziging beslist geen uitzondering.''