Er is een verontrustende parallel tussen 1914 en nu

Op dezelfde wijze als Oostenrijk-Hongarije in 1914 zijn de Verenigde Staten nu bezig de wereld in een grote oorlog te storten, meent J.H.J. Andriessen.

Het is zo'n 88 jaar geleden dat Oostenrijk-Hongarije een ultimatum zond aan Servië met een aantal eisen waarvan ze wist dat geen zichzelf respecterend land die zou kunnen aannemen. Servië moest onder meer accepteren dat het aan Oostenrijk-Hongaarse ambtenaren zou worden toegestaan ter plaatse een onderzoek in te stellen naar de moord op de aangewezen troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, aartshertog Franz-Ferdinand, en zijn echtgenote Sophie.

De Oostenrijk-Hongaarse eisen waren zo opgesteld dat aanvaarding daarvan onwaarschijnlijk leek. Zo zou een voorwendsel worden gegeven Servië aan te vallen. En daarmee zou een eind gemaakt kunnen worden aan de ontegenzeggelijke terroristische daden die, met medeweten en onder auspiciën van het Servische bewind, in de onder Oostenrijk-Hongaars beheer staande provincies Bosnië-Herzegovina, plaatshadden. Deze konden terecht worden beschouwd als een bedreiging voor het voortbestaan van de dubbelmonarchie.

De regering van Oostenrijk-Hongarije was dan ook van mening dat ze, om deze dreiging het hoofd te kunnen bieden, nog slechts één middel ter beschikking had nadat jarenlange diplomatieke pogingen om tot een vergelijk te komen, steeds hadden gefaald. Ze besloot dat het Servische regime zou moeten verdwijnen om zo een eind te maken aan een voor haar onhoudbare situatie.

Tot ieders verrassing echter besloot Servië op het allerlaatste moment aan praktisch alle gestelde eisen, op een na, te voldoen. Er ontstond nu een situatie waarbij voor Oostenrijk-Hongarije in feite het voorwendsel voor een aanval op Servië werd weggenomen. De Duitse keizer Wilhelm II merkte in elk geval op dat er sprake was van een briljante diplomatieke overwinning voor Oostenrijk-Hongarije, maar dat met de Servische akkoordverklaring elke reden voor een oorlog met dat land kwam te vervallen.

Oostenrijk-Hongarije echter aanvaardde het Servische aanbod niet, omdat het daarin slechts een vertragingsactie zag en alle vertrouwen in het Servische regime verloren had. Het viel Servië alsnog aan. De gevolgen waren vreselijk, de Eerste Wereldoorlog met ruim dertig miljoen slachtoffers was uiteindelijk het gevolg.

Er is een duidelijke parallel te trekken met de situatie waarin de wereld zich nu bevindt. De Verenigde Staten, getroffen door een terroristische aanslag van ongekende omvang en geconfronteerd met extreem terroristische regimes, zien zichzelf en de wereld in hun bestaan bedreigd. Amerika probeert zijn bondgenoten te overtuigen dat aan deze situatie, ten koste van alles, een eind gemaakt moet worden door met name het bewind in Irak, waarvan men vermoedt dat het een van de belangrijkste oorzaken van het terrorisme vormt, te doen verdwijnen.

Jarenlange diplomatieke pogingen om het Iraakse gevaar in te dammen faalden allemaal, en Amerika slaagde er bijna in zijn bondgenoten te overtuigen dat een aanval op Irak de enig juiste manier zou zijn om aan de dreiging een eind te maken. Aan het regime in Bagdad werden harde eisen gesteld en men was het erover eens, dat als deze niet zouden worden aanvaard, er onvermijdelijk maatregelen zouden moeten volgen.

Tot ieders verrassing echter, ging het Iraakse bewind op het laatste moment akkoord, en de reactie bij de bondgenoten daarop was dezelfde als destijds die van de Duitse keizer, namelijk: `een briljante diplomatieke overwinning voor Amerika, maar de reden tot oorlog vervalt hiermede'.

De reactie van de Verenigde Staten nu, komt overeen met die van Oostenrijk-Hongarije destijds. De regering in Washington ziet de aanvaarding van de eisen door Irak slechts als een vertragingsactie en heeft geen enkel vertrouwen in de oprechtheid van het bewind in Bagdad. Derhalve blijft Amerika dreigen met een militaire actie.

De grote vraag is nu of het die, tegen het advies van haar bondgenoten in, toch zal proberen uit te voeren. De gevolgen daarvan zijn, evenals destijds, niet te overzien en de vraag lijkt gewettigd of ons alsdan een Derde Wereldoorlog of ten minste een ernstig mondiaal conflict boven het hoofd hangt.

Het is daarom te hopen dat de Verenigde Naties zullen besluiten tot een krachtige houding en meer garanties van Irak zal eisen om te voorkomen dat de Verenigde Staten alsnog tot eenzijdige actie zal overgaan. De geschiedenis herhaalt zich, maar zoals Churchill reeds opmerkte, het enige dat men van de geschiedenis geleerd heeft is dat men er niets van geleerd heeft.

J.H.J. Andriessen is voorzitter van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog , lid van de redactie van `Kroniek 1914-1918' en auteur van verscheidene boeken over de Eerste Wereldoorlog.