Economie-onderwijs deugt wel

Alle kranten schreven het. Het economie-onderwijs op de middelbare school is hopeloos verouderd. De theorie is uit de jaren zeventig, de onderwerpen uit de jaren tachtig. Leerlingen worden verveeld met Keynes en massawerkloosheid. De lessen zijn saai en uit de tijd. Bron van dit bericht is Coen Teulings. Deze hoogleraar kreeg van de toenmalige staatssecretaris Adelmund de opdracht om het algemeen economie-onderwijs in de bovenbouw havo/vwo tegen het licht te houden.

Teulings praat als een voetbaltrainer die halverwege het jaar een ploeg overneemt; zijn voorganger kon er niks van, maar nu komt alles goed. In de snelle wereld van het betaald voetbal werken dergelijke teksten misschien, in het stroperige onderwijs zijn ze contraproductief. Zijn schets van de lespraktijk is karikaturaal en beledigend. Teulings doet alsof leerlingen zich nog druk maken over de koers van de gulden.

Uit de opmerkingen in de pers blijkt dat zijn bekendheid met de dagelijkse gang van zaken in de klas minimaal is. Inderdaad, soms praten we over werkloosheid, maar die loopt het komend jaar in Nederland dan ook met 100.000 mensen op. Bovendien is massawerkloosheid in een aantal Europese landen een serieus probleem. Teulings beweert ook dat leerlingen niks leren over de veranderende rol van de overheid, privatisering en markten. Dit is gewoon niet waar. Juist aan economisch-maatschappelijke veranderingen, zoals de invoering van de euro en het nieuwe belastingstelsel, past het schoolvak zich voortdurend aan.

Het klopt wel dat economie op de middelbare school qua theorievorming achterloopt bij ontwikkelingen in de wetenschap. Maar dat geeft niks. Wetenschap hoort thuis op de universiteit, scholen verzorgen algemeen vormend eindonderwijs. Vandaar dat het havo-programma jaren geleden al is teruggebracht tot `kijken naar maatschappelijke problemen door een economische bril'.

Op het vwo is wel wat aandacht voor theorie. Onder meer in de vorm van een model, afgeleid van het gedachtegoed van de bekende econoom Keynes. Uit de tijd? Teulings zegt het, maar de VS experimenteren met Keynesiaans begrotingsbeleid. Minister Heinsbroek doet Keynesiaanse voorstellen om de Nederlandse economie uit het dal te trekken. Natuurlijk gaan leraar en leerlingen hiermee aan de slag. De verbinding met de wereld om ons heen ligt voor het oprapen, en intelligente jonge mensen binnen een set van afspraken leren redeneren en rekenen is zinvol.

Maar de lessen zijn saai, leuke dingen komen niet aan de orde. Hoe weet Teulings dat? Zijn commissie bestaat overwegend uit wetenschappers, er zit precies één fulltime leraar in. Natuurlijk kennen wetenschappers uit hun eigen omgeving leukere dingetjes. Maar wat ze daarmee aanrichten op scholen, daarvan hebben ze geen besef. Leraren zijn gemiddeld een jaar of vijfenveertig. Onderwijskundig en didactisch ontwikkelen ze zich. Maatschappelijke veranderingen volgen ze op de voet. Vaktheoretisch teren ze echter op kennis uit hun studie. De transfer van een nieuwe inhoud naar een eigentijdse didactiek komt op hun bordje terecht. Teulings laat zich over deze `hoe dat dan moet'-kwestie amper uit. Jammer, want operationaliseren van die transfer is een stuk zinniger dan benoemen van nieuwe eindtermen en daarna hard wegrennen.

Economie is een belangrijk schoolvak. De samenleving vereconomiseert. Een baan bij één baas, op één plaats, met een mooi pensioen en een risicodekkend sociaal stelsel bestaat niet meer. De burger speelt economisch een actievere rol dan pakweg twintig jaar geleden. Inhoudelijk verbeteren van het economie-onderwijs gaat derhalve verder dan herijking van enkel de havo/vwo vakken in de bovenbouw. In de krant roepen dat leraren van nu er niks van kunnen, helpt niet echt.

Ton van Haperen is leraar en lerarenopleider.