Duitse uitgever betuigt spijt over fouten in oorlog

Het Duitse mediaconcern Bertelsmann heeft gisteren spijt betuigd voor het indirecte gebruik van joodse dwangarbeid tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bertelsmann accepteert daarmee de uitkomst van het rapport dat een onafhankelijke, internationale commissie van historici heeft gemaakt over het oorlogsverleden van het bedrijf.

Bertelsmann heeft zich in het verleden altijd geportretteerd als tegenstander van de nazi's. Als bewijs daarvoor werd aangevoerd dat de nazi's het bedrijf in 1944 tot sluiting dwongen. Dit imago van verzetsuitgeverij heeft er na de oorlog toe bijgedragen dat een licentie werd verkregen.

In 1998 vroeg Bertelsmann toch aan de Israëlische historicus Saul Friedländer om de oorlogsgeschiedenis in kaart te brengen. Uit het rapport blijkt dat Bertelsmann op zijn hoofdkantoor in Gütersloh weliswaar geen dwangarbeiders had, maar wel in drukkerijen in het door de nazi's bezette Vilnius in Litouwen en vermoedelijk ook in de Letse hoofdstad Riga.

,,Onduidelijk is of Bertelsmann enige invloed had op de arbeidsomstandigheden in die drukkerijen, en of de drukopdrachten naar de Baltische landen zijn verplaatst vanwege de goedkope arbeidskrachten'', aldus het rapport. De onderzoekers hadden te kampen met de slechte staat van de archieven. Daardoor was het onmogelijk om te achterhalen of dwangarbeid in alle drukkerijen voorkwam en of de bedrijfsleiding in Duitsland op de hoogte was van de inzet van dwangarbeiders. ,,We weten alleen dat er in die drukkerijen dwangarbeiders werden ingezet en dat Bertelsmann daar boeken liet drukken'', aldus Reinhard Wittmann, een van de onderzoekers.

Het rapport laat zien dat er een nauwe band was tussen Bertelsmann en het ministerie van Propaganda van de nazi's. Zo publiceerde Bertelsmann een zeer succesvolle serie `opwindende verhalen' met volgens het rapport ,,nationalistische, en uiteindelijk racistische en anti-bolsjewistische propaganda''. Daarnaast verzorgde Bertelsmann een kwart van alle publicaties die de Wehrmacht-leiding, voor propaganda of instructies, onder de soldaten verspreidde.

De sluiting van het concern in 1944 was volgens het rapport eerder een manier van de nazi's om hun eigen uitgeverij te bevoordelen. En mogelijk was het ook een gevolg van de oorlogsindustrie. Er geen aanwijzingen dat politieke motieven een rol hebben gespeeld, zoals Bertelsmann altijd heeft beweerd. De toenmalige bestuursvoorzitter van Bertelsmann, Heinrich Mohn, was nooit lid van de NSDAP, maar dat betekent niet dat hij een felle tegenstander was van de nazi's. Hij gaf financiële steun aan de SS en stimuleerde zijn kinderen om lid te worden van de Hitler Jugend.

Gunter Thielen, de huidige voorzitter van de raad van bestuur, betreurt het ,,dat we in de Tweede Wereldoorlog zaken hebben gedaan die in het geheel niet stroken met de waarden van het uitgevershuis Bertelsmann''. Het concern is voor zover bekend de eerste uitgever die zijn archief voor onafhankelijk historisch onderzoek heeft opengesteld. ,,We hebben geleerd dat we onze geschiedenis niet kunnen veronachtzamen. Ons doel was juist om de waarheid te ontsluieren en te leren van onze fouten'', aldus Thielen, die zei dat het complete 800 pagina's tellende rapport openbaar gemaakt zal worden.