De geheimste commissie van de Tweede Kamer... Bestaat al een tijdje niet... en dat blijft nog wel even zo

Twee geheime diensten kent ons land: de AIVD (voorheen Binnenlandse Veiligheiddienst) en de MIVD (voorheen Militaire inlichtingendienst). Sinds de verkiezingen van 15 mei kijkt de Tweede Kamer ze niet meer op de vingers. Want de geheimzinnigste Kamercommissie, de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, bestaat gewoon even niet meer.

De Kamer kan het namelijk niet eens worden over wie er in moet zitten. Sinds jaar en dag bestond de Kamercommissie uit de fractievoorzitters van de vijf grootste partijen in de Kamer, die over hun werk in de commissie niets, maar dan ook helemaal niets naar buiten mochten brengen. Ook niet naar de partijen die niet in de commissie vertegenwoordigd zijn, en niet naar eigen fractie en achterban.

Dat er maar vijf fractievoorzitters in de commissie zaten, stamt uit de tijd dat de Communistische Partij van Nederland (CPN) nog in het parlement zat. Die had immers haar ziel verkocht aan Moskou en vormde daarom zélf een belangrijk voorwerp van het speurwerk van BVD en MID.

In de vorige periode bestond de commissie uit Melkert (PvdA), Dijkstal (VVD), De Graaf (D66) en de fractievoorzitter van het CDA (De Hoop Scheffer, later Balkenende). Rosenmöller (GroenLinks) had ook recht op een zetel – dat de CPN ooit in diens partij, GroenLinks, is opgegaan interesseerde niemand meer. De Koude oorlog was ook aan het Binnenhof voorbij.

Maar Rosenmöller wilde niet. GroenLinks had principiële bezwaren tegen het geheime karakter van het commissiewerk, dat immers op gespannen voet staat met de openbaarheid die een democratische rechtsstaat hoort te kenmerken. En Rosenmöller vond bovendien dat àlle partijen in de Kamer het recht zouden moeten hebben in de commissie te zijn vertegenwoordigd.

De vier Kamerleden die er in de vorige parlementaire periode wel waren, vier of vijf keer per jaar, plachten van hun werk hoog op te geven. Juist omdat de geheimhouding voor zoveel vertrouwen aan de kant van de inlichtingendiensten zorgde, kregen zij diepgaand inzicht – niet alleen in de werkwijze van de diensten in kwestie, maar ook in wat deze diensten hadden vergaard aan informatie over staatsgevaarlijke activiteiten.

Dat geheimhouding als zodanig in een parlementaire democratie eigenlijk niet past, vonden zij ook. Maar, zeiden ze, het was de enige mogelijkheid op dit gebied publieke controle uit te oefenen. Verbreding van de commissie zoals Rosenmöller wilde, zou de inlichtingendiensten geheel doen dichtslaan, omdat geheimhouding dan niet langer gewaarborgd leek. Na de aanslagen van 11 september 2001 werd Rosenmöller verzocht zich alsnog in de commissie te melden – de veiligheid van de staat was immers meer dan ooit belangrijk. Melkert deed, enigszins jennerig, het aanzoek tijdens de Algemene beschouwingen in de Kamer. Maar Rosenmöller hield stand – zij het na enige aarzeling omdat hij GroenLinks graag als een `verantwoordelijke partij' wilde profileren. Na de moord op Fortuyn kwam de commissie voor het laatst bijeen.

Na 15 mei werd de Lijst Pim Fortuyn de tweede partij in grootte, en zou derhalve zonder meer voor een zetel in de commissie voor de veiligheidsdiensten in aanmerking komen. Een argwanende geest zou wel enige bezwaren zien. Geheimhouding is geen specialiteit van de LPF, waar alle interne partijgeheimen na een halfuurtje op straat liggen. Het fractievoorzitterschap bij de LPF wisselt nogal eens, ook al geen recept voor discretie. Bovendien trok de LPF onmiddelijk na aankomst in Den Haag ten strijde tegen de veiligheidsdiensten, toen vice-fractievoorzitter Hoogendijk hen verweet dat ze de moord op Fortuyn niet hadden verhinderd.

Maar de vraag naar het karakter van de LPF-deelname aan de commissie kwam niet aan de orde. De vorming van het gezelschap wil om heel andere redenen niet vlotten.

CDA-fractievoorzitter Verhagen, die als hoofd van de grootste Kamerfractie hierover voorstellen moet doen, had namelijk – discussies in de Kamer vorig jaar over uitbreiding indachtig – voorgesteld de club van vier uit te breiden met nog twee fractievoorzitters. Die zouden er dan elk namens een cluster van kleinere partijen zitten - overigens zonder hun mandanten ooit iets over het besprokene te kunnen vertellen.

Fractievoorzitter Teeven van Leefbaar Nederland, voorheen officier van justitie, werd bereid gevonden om mede namens ChristenUnie en SGP in de commissie te gaan zitten. Maar een gezamenlijke vertegenwoordiging van D66, GroenLinks en SP kwam niet van de grond, omdat de twee laatste partijen tegen de commissie principiële bezwaren houden. Daarmee ging het hele concept weer op de helling. Kennelijk moet Verhagen héél lang en héél diep nadenken over een nieuw voorstel.

Iets heel anders. Terwijl zich in het voormalige Ministerie van Koloniën, dat nu deel uitmaakt van het Kamergebouw, het LPF-drama afspeelt op de verdiepingen twee tot en met vier, is er op de eerste verdieping, waar de parlementariërs van de ChristenUnie hun werkkamer hebben, ook iets aan de hand. Kars Veling, fractievoorzitter van de ChristenUnie, is op 11 september oververmoeid naar huis gegaan, en sindsdien niet teruggekeerd. Hij is nu in het buitenland, en de CU-fractie heeft hem vast bij de Kamervoorzitter afgemeld tot tenminste 29 oktober.

De mannenbroeders van de ChristenUnie houden ten aanzien van dit probleem de rijen ferm gesloten. Zij laten weten dat er geen énkel verband is met een eerder rapport van het partijbestuur, waarin lijsttrekker Veling in belangrijke mate het verlies van een Kamerzetel voor deze Unie van GPV en RPF werd aangewreven.

Het is ook geen enkel bezwaar, dat de debuterende fractievoorzitter van de ChristenUnie de Algemene Beschouwingen heeft gemist. Niemand in de achterban ergert zich aan het feit, dat er in de CU-bankjes nu al een maand nu geen enkele GPV'er zit, omdat de andere drie parlementariërs RPF'ers zijn.

Dat de rechtsgestemde GPV-aanhang meent dat Veling zich te veel door de `linkse' RPF-ers op sleeptouw laat nemen, speelt ook al geen enkele rol. Laat staan dat iemand de gedachte oppert, dat een nieuwe fractieleider die nog voor aanvang van zijn werkzaamheden langdurig oververmoeid raakt, misschien minder tegen zijn taak is opgewassen.

De Tweede Kamer komt, in verband met het overlijden van Prins Claus, pas na 16 oktober weer plenair bijeen.