Altijd vooruit kijken. En altijd in zijn eentje

Herman Heinsbroek viel uit de toon in het diplomatenklasje en was de vreemde eend onder de platenboeren. Toch werd hij rijk en schopte hij het tot minister. Profiel van de kandidaat LPF-leider, die soms ,,een lage streek'' niet schuwt.

De zakenman Herman Heinsbroek was een tacticus. Uitgever en consultant Ron Heijmans weet nog dat hij hem in 1994 vraagt of hij even langskomt bij Arcade. Heijmans kent hem dan al jaren. ,,Herman zei: tien jaar geleden was dit een platenbedrijfje, nu hebben we radio- en televisiestations, tientallen cd-winkels, en vestigingen in heel Europa. Ik wil daar aandacht voor. En jij gaat dat regelen.'' Heijmans legt contacten met serieuze journalisten, profilerende interviews verschijnen in titels als Elsevier en de Volkskrant. ,,Lees ik anderhalf jaar later dat Herman zijn bedrijf voor een enórm bedrag heeft verkocht'', vertelt Heijmans. ,,Dus dáárom wilde hij die interviews. Wist ik niet. Had-ie me nooit verteld.'' Typisch Heinsbroek, zegt Heijmans. ,,Altijd vooruit kijken. En altijd in zijn eentje.''

Solitair de wereld naar zijn hand zetten: het is de rode draad in het bestaan van minister van Economische Zaken Hermanus Philippus Johannes Bernardus Heinsbroek (1951). Zijn werkzame leven begint in 1975, na een studie rechten in Rotterdam. Dat jaar overlijdt zijn vader, die zich uit een arbeidersmilieu heeft opgewerkt tot de directie van een jeneverstokerij. Als Herman (bijnaam Manus) tien jaar is verhuist het gezin van Schiedam naar Rotterdam. Hij waardeert die stad omdat het er ,,snel, analytisch, zakelijk'' toegaat, zegt hij later in de Volkskrant.

Hij is de jongste van drie kinderen en completeert de sociale stijging van het geslacht door in 1975 toegang tot het diplomatenklasje van Buitenlandse Zaken te verwerven. Floor Kist wijst hem in een kennismaking op de fijne kneepjes. ,,Hij was een onafhankelijke geest. Er was vrijwel niets dat hij automatisch aanvaardde. Het was altijd: Hoezo? Waarom?''

Heinsbroek is niet op zijn plaats in het klasje. ,,Belangstelling voor buitenlandse politiek moest hij nog ontwikkelen'', zegt begeleider Hans van der Meulen. De latere minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer, destijds klassenvertegenwoordiger, was daarentegen vervuld van het onderwerp. Hij en Heinsbroek hebben minimaal contact, aldus Van der Meulen onlangs in een terugblik in het interne blad C-mail van Clingendael.

Dat stuk leert hoezeer Heinsbroek destijds uit de toon valt. Hij gebruikt te zware aftershave, is vrijwel altijd te laat en gaat bot om met het personeel, aldus de terugblik. Op een dag eist hij van een secretaresse dat ze een handgeschreven tekst terstond voor hem uittypt: als ze weigert scheldt hij haar uit, aldus Van der Meulen in C-mail. Aan het eind van de cursus deelt Heinsbroek mee dat hij zich niet kan herinneren iets interessants te hebben opgestoken.

Een optreden dat mensen ook van zijn latere leven kennen. In zijn publieke presentatie mag Heinsbroek rust en coulance uitstralen, in kleine kring is zijn stijl vaak gespeend van subtiliteit. Tjakko Fennema, jaren werkzaam in de muziekindustrie, weet nog dat een vriend in de jaren tachtig naast de familie Heinsbroek in de Hilversumse Bachlaan woont. Op een dag heeft de vriend een ontspannen praatje met Heinsbroek op de buurtborrel, 's anderdaags krijgt hij een advocatenbrief. ,,Met een sommatie van Heinsbroek dat de geluidsoverlast van de hond diezelfde dag diende te beëindigen'', aldus Fennema. Heinsbroek zegt dat hij de buurman wel hierover heeft aangeschreven maar daarbij geen advocaat gebruikte.

Hij leeft op afstand van de medemens. Ook als Arcade, waar hij vanaf 1979 werkt, nog een piepklein bedrijfje met pioniersgeest is, blijft hij voor zijn naaste medewerkers een gesloten boek. Jan Wiesenbron, marketingmanager bij Arcade in die tijd: ,,'s Ochtends zat Herman meestal alleen thuis: nadenken over het bedrijf. Vaak briljante ideeën. Maar hij communiceerde er bijna niet over. Hij liet weinig van zichzelf blijken.'' In de hele muziekindustrie staat hij zo bekend. ,,Herman is niet onsympathiek – maar een pure eigenheimer'', zegt Erik de Zwart van Radio 538.

Mensen die zijn tempo of opvattingen niet volgen, kunnen niet op veel begrip rekenen. In 2001, hij is formeel twee jaar weg bij Arcade, koopt Heinsbroek het modellenbureau Ulla Models. De ex-eigenaar, Denise de Vogel, komt met hem overeen dat ze nog een jaar in de zaak blijft. Dat haalt ze niet. ,,Heinsbroek begon meteen te commanderen. Hij stelde eisen aan modellen en medewerkers die niet na te komen waren. Hij is een grote man met een kleine-mannetjescomplex. Een haantje. We zijn met ruzie uit elkaar gegaan.''

Herman Heinsbroek zal zijn commanderende, soms bruuskerende stijl niet snel veranderen: hij is er als zakenman groot mee geworden. De basis voor zijn zakelijke succes legt hij bij CBS, de platenmaatschappij waar hij na het diplomatenklasje gaat werken. In New York, Londen en Frankfurt wordt hij geschoold in marketing. Voelen wat het volk wil, scannen waar de consument naar snakt: het fascineert hem mateloos. En het is zijn weg naar de top: nog voor zijn 30e is hij al tweede man bij CBS Holland. Mooie baan – maar niet wat hij wil. Leven als ,,ondergeschikte'' is niks voor hem, vertelt hij de Volkskrant in 1995. De baas moet hij zijn. Daarom stapt hij over naar Arcade. Eindelijk in ,,de driver's seat'', zoals hij dat noemt.

Een jonge artiest ontdekken en laten doorbreken bij een groot publiek: dat is het kunstje waar platenbazen die dagen massaal op vlassen. Heinsbroek doet er niet aan mee. Arcade wil geen eigen artiestenstal en brengt alleen compilaties van oude hits uit die hij – dat is nieuw – op televisie promoot in snelle spotjes. Remember the sixties. Woman in love.

Net als met het diplomatenklasje komt Heinsbroek ook nu terecht in een wereld waar men op hem neerkijkt. Alle grote platenmaatschappijen hebben een fraai pand in het Gooi, Arcade zit op een industrieterrein in Vianen (later Nieuwegein). In de eerste jaren zijn de grote jongens coulant als Heinsbroek aankomt of hij hun muziek opnieuw mag uitbrengen. ,,Arcade kwam altijd schooien'', zegt Jan Corduwener, toen directeur van Phonogram.

Arcade staat bovendien op omvallen. ,,Ik weet nog dat Arcade Duitsland sloot'', zegt toenmalig marketingmanager Wiesenbron. ,,Dan zullen wij wel de volgende zijn, zeiden we.'' Heinsbroek redt Arcade door het in 1983 van de Britse eigenaren te kopen. Toenmalige werknemers herinneren zich vooral zijn bezetenheid voor marketing. Zo vertelt Nan Schuring dat Heinsbroek in zijn vrije tijd aan store checking doet: in platenwinkels bestuderen onder invloed van welke impulsen mensen een nieuwe plaat kopen. ,,En Herman kende altijd de laatste verkooptrends'', zegt Schuring.

Na 1984, het valt samen met de komst van de compact disc, heeft Arcade groot commercieel succes. Mensen willen muziek die ze alleen op elpee hebben, ook op cd in bezit krijgen. De compilaties van Arcade voorzien daarin. De grote maatschappijen zien dat Arcade binnenloopt met hun producten en besluiten vanaf 1986 zelf compilaties te gaan maken. Heinsbroek is nu opgeklommen tot een gerespecteerde platenbaas. Ze doen graag zaken met mij, zegt hij zelf.

Maar door de nieuwe concurrentie komt Arcade wel in het nauw. En dan blijkt dat Heinsbroek weinig middelen schuwt om overeind te blijven. Omdat platenmaatschappij EMI deelneemt in een eigen compilatiefirma weigert directeur Kick Klimbie nog rechten te verkopen aan Arcade. ,,Daarop stuurde Heinsbroek achter mijn rug een brief naar mijn baas in de VS waarin hij zich over mij beklaagde'', zegt Klimbie. ,,Een lage streek. Ik heb besloten nóóit meer zaken met hem te doen.''

Heinsbroek heeft die dagen last van zijn solitaire attitude. Bij gebrek aan vrienden zit iedereen hem op de huid. De Free Record Shop, de grootste detaillist van de branche, eist extra kortingen van Arcade, vertelt Hans Breukhoven. Heinsbroek probeert daar onderuit te komen door in 1988 een eigen winkelketen op te kopen: The Music Store. ,,Vond ik natuurlijk niet leuk'', zegt Breukhoven. ,,Maar het was slim van Herman.'' Wiesenbron zegt dat toen bleek dat Heinsbroek een groot ondernemer is: ,,De meeste platenmaatschappijen in Nederland worden geleid door verkoopdirecteuren die orders uit de VS uitvoeren. Herman was de enige die écht risico's nam.''

Zo wordt Arcade gered – en rolt het bedrijf de dolle jaren negentig in. De compilatiemarkt beleeft dankzij de house een nieuwe hausse, en Heinsbroek brengt Arcade steeds verder van zijn oorsprong: er komen commerciële radio (Radio 10) en tv bij (TMF, TV10), de Music Store breidt als keten sterk uit, hij koopt een artiestenstal (CNR) van vooral Nederlandstalige muzikanten. Marcel Norbart, vroeger werkzaam bij Arcade en nu directeur van Pearle Nederland, roemt ,,de creatieve sfeer'' bij Arcade. ,,Geen bobo`s, geen hiërarchie. Alleen ideeën telden.''

De verbreding verschaft het bedrijf goodwill en Heinsbroek maakt er een schitterend marketingproject van. Arcade staat enige tijd in de etalage en eind 1995 hapt dagbladuitgever Wegener toe. Wegener legt volgens schattingen 300 miljoen gulden voor Arcade neer; Heinsbroek bezit zeventig procent van de aandelen. Kenners verbazen zich. Joop van der Reijden herinnert zich dat hij een jaar eerder als Veronia-voorzitter met Heinsbroek heeft gesproken over een overname. ,,Hij vroeg toen nog de helft van wat Wegener betaalde.'' En Paul Rutten, hoogleraar culturele studies in Rotterdam, signaleert destijds al dat Arcade, in strijd met de beeldvorming, de jaren vóór de verkoop matig heeft gepresteerd. Het bedrijf boekt in 1995, als Wegener een eerste bod doet, op een omzet van 399 miljoen gulden een netto winstje van 4,3 procent; het niveau van een spaarrekening. De periode ervoor is het resultaat magerder. 1994: bijna 2 procent netto winst. 1993: verlies. 1992: verlies, aldus het TNO-rapport Economische belang van de Muziekindustrie in Nederland uit 1997. Arcade, zegt Rutten, ,,is door Heinsbroek vooral als succes gepresentéérd''. Rutten krijgt gelijk. Wegener beleeft louter ellende aan de koop: na minder dan vijf jaar doet de krantenuitgever het bedrijf in onderdelen weer van de hand. Meer dan een habbekrats vangt Wegener er niet voor.

De zak geld die Heinsbroek eraan overhoudt, besteedt hij voor een deeltje aan een reusachtig landhuis dat hij laat bouwen op de grens van Naarden en Huizen. En opnieuw wordt Heinsbroek niet geaccepteerd door het milieu waar hij probeert aan te haken. De buren hebben angst dat zijn bouwplannen de klassieke ambiance van de bosrijke omgeving verstoren. Er rijst een conflict over de omvang van een toegangshek, dat nog altijd niet is beslecht omdat omwonenden een rechtszaak overwegen. In een brief over de kwestie, 28 september 2001, klaagt Heinsbroek dat hij ,,op een negatieve manier'' is ontvangen. Ook makkers uit de popmuziek vinden het huis niet passen bij de omgeving. Erik de Zwart: ,,Véél te groot. Herman heeft altijd iets van een snob gehad.''

Afgelopen zomer treedt hij met zwier het landsbestuur binnen. De LPF heeft hem gerecruteerd via zijn buurman Ferry Hoogendijk. Heinsbroek laat zich overtuigen omdat hem ,,zeer aansprak wat Pim Fortuyn riep'', zoals hij later verklaart. De Nederlandse Richard Branson wordt hij genoemd. De nieuwe Pim. Het spel van de politiek krijgt hij vlot in de vingers: de extra lastenverlichting die hij vraagt, komt er ook (voor een deel). Met uitspraken over normen en waarden initiëert hij een nationaal debat. Een pijnlijke episode uit 1999, de veroordeling van Arcade voor verboden prijsafspraken, raakt zijn positie nauwelijks. Steeds opnieuw is hij met plannetjes in het nieuws (postbus 51-spotjes voor herstel van normen, bejaarden als crèchepersoneel), die overigens zelden het terrein van Economische Zaken raken: wat zijn beleid daar wordt, is nog nauwelijks bekend, behalve de stop op de privatiseringen van energiebedrijven. Op het ministerie is men wel verheugd dat na Annemarie Jorritsma een minister met publiek aanzien de leiding heeft. Het valt al wel op dat hij tot nu toe uitsluitend contact onderhoudt met topambtenaren. In debatten leest hij slechts ambtelijke teksten voor, zegt voorzitter Frans Timmermans (PvdA) van de Kamercommissie EZ.

In de politiek is inmiddels ook doorgedrongen dat Heinsbroek er wonderlijke omgangsvormen op nahoudt. Als vorige week woensdag bij een mondeling overleg een bode vraagt wat hij wil drinken, bestelt Heinsbroek een `cappuccino-verkeerd'. Voorzitter Timmermans ziet de bode tobben: de kaart van de Kamer kent geen `cappuccino-verkeerd'. Timmermans schiet te hulp en fluistert de bode toe: jôh, haal gewoon een koffie verkeerd. ,,Maar toen hij terugkwam schoof Heinsbroek het kopje van zich af: `Dit had ik niet besteld''', zegt Timmermans. ,,Die bode moest alsnog het Kamergebouw af voor een paar chocoladekorrels voor meneer de minister.''

Ook zijn partijgenoten krijgen soms een beurt. Vicepremier Eduard Bomhoff vertelt zaterdag jongstleden, na opnieuw een crisisberaad in de LPF, dat hij nu ,,rust en vertrouwen'' nastreeft. Hoorbaar voor journalisten reageert Heinsbroek dat Bomhoff ,,een lulverhaal'' houdt.

Als zakenman mag Herman Heinsbroek groot tactisch vernuft hebben gehad; de vraag is inmiddels of dat vernuft ook geschikt is voor de politiek. Sinds zijn partij openlijk in twee kampen is verdeeld, speelde hij de laatste dagen met vuur door zich, hoewel kandidaat-leider, met één kamp te vereenzelvigen. Volgens dat kamp (van LPF-oprichter De Booij, fractievoorzitter Wijnschenk en Heinsbroeks buurman Hoogendijk) is hij ,,onze natuurlijke leider'', zoals Hoogendijk zegt. Maar in de andere factie (van voorzitter Maas, Bomhoff en staatssecretaris Van Leeuwen) is het enthousiasme over hem tanende. Ook Hoogendijk ziet het gevaar. ,,Herman is iets te vroeg gelanceerd.''