ABP vraagt om extra verhoging pensioengeld

Pensioengigant ABP, waarbij 2 miljoen (gepensioneerde) ambtenaren en leraren zijn aangesloten, gaat met overheid en werknemers praten over extra premieverhogingen om haar financiële positie te stutten.

Ook een overgang, op wat langere termijn, naar een nieuw pensioenstelsel dat niet langer is gebaseerd op het laatst verdiende loon, komt morgen op de agenda. Dat heeft een woordvoerder van het pensioenfonds vanochtend bevestigd.

Met de versnelde stijging van de pensioenpremies wil ABP op korte termijn haar geërodeerde financiële positie verbeteren. De stijging van de premies, die werkgevers en werknemers samen betalen, is reglementair beperkt tot 2 procentpunt.

Directievoorzitter J. Neervens van ABP heeft gistermiddag in een besloten bijeenkomst met klanten van het pensioenfonds in grote lijnen aangegeven hoe het fonds uit de financiële klem wil komen van negatieve rendementen op de beleggingen en oplopende pensioenverplichtingen doordat lonen en prijzen stijgen.

Door de beurskrach is de financiële positie van het fonds, begin dit jaar nog goed voor 147 miljard euro vermogen, ernstig verzwakt.

De verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad, is bij ABP nu 105 procent, zo vertelde Neervens in een discussie met de aanwezigen. Dat betekent dat ABP een van de pensioenfondsen is die binnen drie maanden bij de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) moet aangeven hoe zij haar financiële positie denkt te verbeteren. De PVK eist van pensioenfondsen dat zij een minimale dekkingsgraad van 100 procent handhaven. De dekkingsgraad van 105 procent is becijferd op basis van de norm van de PVK dat beleggingen tenminste 4 procent opleveren.

ABP verhoogde dit jaar de pensioenpremie met 2 procentpunt van het brutosalaris tot 13,2 procent. In 2003 volgt zeker een nieuwe maximale stijging. Een kostendekkende premie is nu ongeveer 18 procent, aldus Neervens. Dat wordt bij de huidige trend in 2005 bereikt.

    • Menno Tamminga