S&P: markt heeft potentie

Bij Standard & Poor's, bekend van de 500-index, gelooft men dat de bodem van de markt is bereikt. Maar er zijn nog wat beren op het pad naar herstel.

,,Het zijn fascinerende tijden'', zegt David Blitzer, econoom van Standard & Poor's, het bekende Amerikaanse onderzoeksbureau voor de beleggingsgemeenschap. Blitzer, ietwat exentriek met zijn fleurige vlinderdas en grijze halvemaansbaard, kan een kleine glimlach niet onderdrukken tijdens een presentatie op het hoofdkantoor op Wall Street, hoewel hij onderkent dat wat voor economen fascinerend is, voor beleggers desastreus kan zijn.

Op de aandelenmarkten is een onophoudelijke slachtpartij aan de gang. De sterk technologisch georiënteerde Nasdaq bereikte afgelopen vrijdag zijn laagste niveau in zes jaar, de Dow Jones index van dertig industriële fondsen daalde bijna af tot zijn diepste punt in vijf jaar. En Standard & Poor's bekende index van vijfhonderd grote bedrijven, de S&P 500, die misschien wel de betrouwbaarste barometer is van de aandelenmarkt, staat zwaar op verlies, al 28 procent dit jaar. Het afgelopen kwartaal was het slechtste sinds 1973.

Wie in aandelen is geïnteresseerd, en geen speculant of daghandelaar is, heeft een probleem. Er is geen sector die niet mee naar beneden wordt gesleurd, en ook in Zuid-Amerika, Azië en Europa is de situatie bar. Blitzer: ,,Ik ken obligatiehouders die met een zekere zelfgenoegzaamheid constateren dat hun beleggingen het prima doen. Maar stugge obligatiehouders hebben wel de bullmarket van 1995-1999 gemist, een van de grootste uit de geschiedenis van Wall Street en wellicht die van het westerse kapitalisme.''

Nu die zeepbel is gebarsten, rijst de vraag: wanneer gaan we weer lucht blazen in een nieuwe? Spoedig, denkt Sam Stovall, Blitzers collega en hoofd strategie bij Standard & Poor's, die vandaag toevallig een pleister op zijn neus draagt. ,,Als deze markt zich gedraagt conform de patronen uit de geschiedenis, dan zie ik licht aan het eind van de tunnel'', zegt hij, ,,ongeacht het wijdverspreide bijgeloof over oktober als favoriete crash-maand.''

Stovall is niet de enige analist die meent dat op 23 juli, toen de S&P 500 zijn laagste koers in vijf jaar behaalde, de bearmarket eindigde. Sindsdien stuiteren de indexen nog steeds op hun ondergrens, maar dat is het uittesten van de laagtepunten, een bekend fenomeen na recessies. ,,Dit zal even voortduren, maar dat betekent niet dat we in een double dip-recessie zitten'', zegt Stovall, doelend op het verschijnsel van een tweede recessie die kort volgt op de eerste. ,,Vrijwel alle negativiteit en onzekerheid over het economische en politieke klimaat zit op dit moment in de koers. Historisch volgen op slechte derde kwartalen aan het einde van recessies redelijk goede vierde kwartalen, met name in de consumentensector. Al met al zie ik meer potentie aan de bovenkant dan risico aan de onderkant.''

Zou een bloedige oorlog in Irak het aarzelende herstel van de markten teniet kunnen doen? ,,Die kans is er'', zegt Stovall. ,,Oorlog in Irak leidt vrijwel zeker tot hogere olieprijzen, en dat betekent een soort extra belasting voor consumenten, wat de consumptie doet afnemen. Daarbij kan door inzet van reservisten, en het CNN-effect iedereen kijkt naar de oorlog op TV - de productiviteit onder druk komen, dat gebeurde in de eerste Golfoorlog ook. Als de oorlog snel beslist wordt, zonder al te veel slachtoffers, zal het beurzen en economie positief beïnvloeden. Als het een slepende, pijnlijke affaire wordt, dan zie ik het somber in.''

    • Viktor Frölke