Rouw

Hoe verhoudt de ernst van de dood zich tot de futiliteit van de exploderende spierkracht? Even dacht ik dat met het heengaan van prins Claus ook de sport als bron van vermaak was opgedroogd. Abrupte klimaatsverandering op de Nederlandse planeet waar geen druppel meer te verkrijgen is. Waar kan ik zelf dan heen met mijn gekwetste Feyenoord-gevoel? Hoe verwerk ik deze brute aanslag van vernedering op mijn Rotterdammer-zijn?

Toen ik vanochtend om vijf uur opstond stokte mijn lijf. Minutenlang bleef ik op de rand van mijn bed zitten met maar één gedachte in mijn hoofd: wat heeft het voor zin? Wie schrijft nou een sportcolumn de dag erna. De hele nacht droomde ik dat ik wakker werd gebeld door de chef Sport: `luister, wees maar doordrongen van de oppervlakkigheid van je missie. Even geen spelletjes meer en dus ook geen stukje, Claus is dood.' Maar de telefoon bleef stil.

Vertwijfeld daalde ik naar de keuken en zette de tv aan op zoek naar bevestiging. En het klopte: voor het eerst geen herhaling van studiosport. Geen juichende Wamberto en Litmanen. Geen droevige Van Marwijk. Alleen die stoet donkere auto's die het ziekenhuis verlaat. Lichtstralen in de definitieve nacht. Ik staarde verkrampt naar de beelden. Niet dat ik veel op heb met koningen en prinsen. Wel met de leegte in het hart van het kind dat achterblijft. Van de echtgenote. Hoe zal ik straks reageren op de dag dat het gevreesde bericht over mijn eigen vader binnenkomt?

Uitbundige beweeglijkheid moet dus pas op de plaats maken. Daar heb ik begrip voor. Hoewel sport de perfecte reflectie is van het leven met zijn rijke schakering aan emoties, wordt het in tijden van rouw vooral als onverantwoord divertissement gezien. Het zij zo. Bovendien was Claus geen man van sport, maar van de kunsten. Chirac zie ik nog kinderlijk enthousiast stampij maken op de tribunes van het Stade de France bij het tweede doelpunt van Zidane in de WK-finale tegen Brazilië. Het hoofd van Van Agt steekt triomfantelijk door het autodak van Tour-directeur Félix Lévitan. En Bill Clinton eet zijn zakje chips leeg bij de Super Bowl.

De beelden die me van Claus bijblijven zijn vaag en afstandelijk. In pofbroek starend naar een golfbal, op en neer veren op een zadel, wat houterig glijden op een besneeuwde helling. Dan verschijnt Paul Witteman op het scherm en weet ik dat ook de sportjournaals van deze ochtend met een zwarte rand zijn afgevoerd.

Over een paar jaar zal me misschien gevraagd worden waar ik was op de dag dat Claus stierf. En met enige schaamte zal ik moeten erkennen dat ik aan tafel zat met mijn onverwerkte Feyenoord-gevoel. Ik had bijna de hele dag op de atletiekbaan van Huizen doorgebracht voor de laatste werpvijfkamp van dit seizoen. Ik stond op schema en zette koers op een persoonlijk record. Na het tweede onderdeel liep ik ongezien naar de parkeerplaats, nam plaats achter het stuur en zette Langs de lijn aan. Feyenoord-Ajax was bijna afgelopen. Ik voelde de ijsklontjes in mijn bloedbanen. Nee, toch niet weer die vernedering. Alsof je die lompe Ronald Koeman met je vrouw betrapt. Maar dan in je eigen slaapkamer. Zijn Amsterdamse geur voor de eeuwigheid in je lakens achterlatend.

Een winnend Ajax in Rotterdam

is definitief afscheid nemen van je laatste normen en waarden. In alles is Amsterdam de laatste jaren door onze prachtige stad voorbijgestreefd. Kunsten, criminaliteit, skyline, nieuwe politiek, stille tochten. Maar De Kuip blijft een Amsterdamse enclave. Mijn sportdag was verpest. Toen ik 's avonds thuiskwam kon ik met mijn onbehagen nergens heen. Op tv zag ik het onbeweeglijke hoofd van prins Claus met de Nederlandse vlag als achtergrond. Mijn malaise werd definitief. Ik moet toch sympathie in de loop der jaren hebben ontwikkeld voor die enige republikein binnen de koninklijke familie. Vanochtend gleden de kranten door de brievenbus. Tot mijn verbazing zag ik dat de sportbijlagen stand hadden gehouden. Gedesoriënteerd nam ik plaats achter mijn toetsenbord. Het getik op het bord klonk als een grafrede.

    • Sylvain Ephimenco