Poëzie onder de staatsieportretten

Voor de tweede maal was tijdens het Haagse festival Literair Paspoort poëzie te beluisteren onder het toeziend oog van ambassadeurs. De Nigeriaan Niyi Osundare liet het publiek Afrikaanse frasen zingen.

Voor de lege visumloketten in de bomvolle, door tl-buizen verlichte wachtruimte zaten nu eens geen vakantiegangers of zakenmannen, maar een keurige Haags publiek, dat onder het toeziend oog van de Nigeriaanse president Olesegun Obasanjo op het statieportret aan de muur beschaafd meezong met de man in het Afrikaanse hemd die voor ze stond: ,,Aaa-men, aaa-men, aa-men amen amen!''

Het was een van de meer a-typische taferelen die te zien waren op het Haagse poëziefestival Literair Paspoort, dat afgelopen weekend voor de tweede keer werd gehouden. Het festival is een variant op het populaire Dichter aan Huis, waarbij dichters optreden in woonhuizen. In 24 verschillende ambassades was nu een dichter uit het desbetreffende land te zien en te horen, samen met een Nederlandse collega.

Gastvrijheid is een belangrijk aspect van het festival – poëzieliefhebbers worden verwelkomd door de ambassadeurs als gasten van hun thuisland – waarbij moet worden gezegd dat Nigeria de te kleine, onrustige wachtruimte meer dan goed maakte met een spectaculair hapjesbuffet achteraf.

De Nigeriaanse ambassadrice introduceerde ,,haar'' dichter, Niyi Osundare, als ,,iemand die veel heeft betekend voor onze democratie'', en ,,something positive, for a change''.

Inderdaad was het een paar jaar geleden nog ondenkbaar dat Osundare, een politiek activist, op een officiële ontvangst in een ambassade zou verschijnen. Hij droeg als een slam-dichter een paar optimistisch gestemde gedichten voor die sterk waren beïnvloed door Afrikaanse orale tradities, waarbij hij het – geheel blanke – publiek Afrikaanse frasen liet meezingen.

Muzikale uitsmijter was een gedicht over Otis Redding, dat begon met een gezongen ,,I got dreams to remember'' en eindigde in het enthousiaste ,,Amen''.

Osundares collega-dichter Ilja Leonard Pfeiffer was gelukkig meer dan opgewassen tegen al dit oratorisch geweld, en veroorzaakte bij een dame uit het publiek een ernstige aanval van de slappe lach met zijn verzen over ,,lila lente in de lusthoflaan'' en het licht-scabreuze ,,ideaal gedicht''.

In de meeste ambassades heerste een wat verstildere sfeer, zoals in die van Slowakije, waar Viera Prokesová en C.O. Jellema rustig hun gedichten voorlazen, en het publiek soms met gesloten ogen heel geconcentreerd zat te luisteren.

In de Argentijnse ambassade in Wassenaar werden de gasten persoonlijk ontvangen door de ambassadeur in zijn fraaie salon, waar de in een kring gerangschikte stoelen en fauteuils en de glanzende koffietafelboeken over Argentinië de bijeenkomst de sfeer van een chique verjaardagspartijtje gaven.

Daniel Samoilovich droeg er een gedicht voor, ,,De cesuur'', over zijn grootouders die, zo legde hij uit, geen Spaans spraken maar Jiddisch, terwijl er bij hem thuis slechts Spaans klonk. Dat is het verhaal van Argentinië, grapte de ambassadeur later.

Samen met Samoilovich had Remco Campert zullen optreden; tot consternatie van de ambassade en organisatie bleek hij echter zoek. De volgende ochtend was Campert weer terecht (het optreden was hem ontschoten), maar ook de slotdag van het festival moest het met een optreden minder stellen: die nacht bleek de Belgische dichter Eddy van Vliet overleden.