Laatste der monetaristen

Prof. G.A. Kessler, voormalig directeur van De Nederlandsche Bank, is woensdag op 85-jarige leeftijd overleden. Dat is afgelopen weekeinde door zijn familie bekendgemaakt.

Kessler was in de periode van 1963 tot 1981 directeur bij De Nederlandsche Bank en in die hoedanigheid de belangrijkste adviseur van bankpresident M.W. Holtrop en zijn opvolger J. Zijlstra.

In de directie van De Nederlandsche Bank hield Kessler zich vooral bezig met macro-economische vraagstukken en beleidsanalyse. `Een rots in de branding' en `een zindelijk denker', zei Zijlstra in 1981 bij Kesslers afscheid van de centrale bank.

Geldolph Adriaan Kessler werd in 1917 in Bloemendaal geboren. In 1942 legde hij zijn doctoraal examen in de economische wetenschap af aan de Universiteit van Amsterdam. Na een korte ambtelijke carrière trad hij in 1953 aan bij De Nederlandsche Bank.

In 1958 promoveerde hij cum laude op de dissertatie `Monetair evenwicht en betalingsbalansevenwicht', in die tijd een zeer actueel onderwerp. Van 1962 tot 1985 was Kessler hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.

Kessler was een van de laatste vertegenwoordigers van de Nederlandse monetaire school. Hij bracht de theorie van de vermaarde econoom J.G. Koopmans in de praktijk. De essentie van deze theorie is dat geld geen verstorende invloed mag hebben op de economische ontwikkeling. Bestrijding van de prijsontwaarding, inflatie, is de belangrijkste taak voor een centrale bank.

Na zijn vertrek bij De Nederlandsche Bank ontpopte Kessler zich als een fel criticaster van het – in zijn ogen rigide – saneringsbeleid van minister van Financiën Onno Ruding (1982-1989). Een forse reductie van het financieringstekort, zoals Ruding bepleitte, leidt tot vraaguitval met als gevolg een oplopende werkloosheid. Pas als de investeringen weer aantrekken kan (en moet, vindt Kessler) het financieringstekort omlaag. Volgens Kessler moeten politici in staat zijn kiezers ervan te overtuigen dat met een stimuleringsbeleid ook allerlei bezuinigingsmaatregelen moeten worden genomen. Kessler: ,,Politiek is niet alleen de kunst van het mogelijke, doch ook de kunst het noodzakelijke mogelijk te maken.''