IJshockeykampioen shopt noodgedwongen

Op last van de ijshockeybond speelt titelverdediger Amsterdam dit seizoen nog maar met vijf in plaats van tien buitenlanders. ,,Een belachelijke maatregel.''

Hij had het kunnen weten, en diep in zijn hart wist Wim van den Heuvel het ook wel op het moment dat `zijn' Amsterdam afgelopen voorjaar voor het eerst sinds lange tijd de landstitel won. ,,Ze zonnen onmiddellijk op tegenmaatregelen.''

Een zwartkijker is de voorzitter van de ijshockeystichting Amsterdam/Boretti Tigers niet. Maar Van den Heuvel loopt inmiddels al lang genoeg mee (,,Al bijna dertig jaar'') om de machinaties van de Nederlandse ijshockeywereld te doorgronden. Hij weet het zeker en zegt het daarom zonder een spoor van ironie in zijn stem: ,,Ze gunnen ons het succes niet.''

`Ze' staat voor de ijshockeybond (NIJB) en de vier overige clubs (Heerenveen, Geleen, Tilburg en Nijmegen) uit de Superliga, de hoogste afdeling van het Nederlandse ijshockey. Die besloten ruim vier maanden geleden overigens in bijzijn van Van den Heuvel tot een maatregel die NIJB-voorzitter Jan de Greef al veel eerder had willen doordrukken: het indammen van het aantal buitenlandse spelers, om zodoende de aanwas en de doorstroming van Nederlands jeugdtalent te bevorderen.

Amsterdam was het voornaamste slachtoffer van de ingreep. Genoot de club vorig jaar, bij gebrek aan (jeugd)spelers, nog een `status aparte', inmiddels is die uitzonderingspositie opgeheven. Net als de overige vier clubs mag de landskampioen dit seizoen nog maar vijf in plaats van tien zogeheten imports op de loonlijst hebben staan.

Van den Heuvel kan zich zaterdag, tijdens het bij vlagen aantrekkelijke duel tegen Tilburg (6-2), nog altijd opwinden over `het verraad'. ,,Een belachelijke maatregel, temeer omdat we een paar maanden eerder tijdens een gezamenlijk overleg nog van alle kanten te horen kregen dat wij dit seizoen acht buitenlanders mochten opstellen. Een paar weken later bleken ze die toezegging plotseling vergeten te zijn.''

Maar wat erger is, aldus de Amsterdam-voorzitter: het inperken van het aantal buitenlanders betekent een uitholling van de toch al marginale competitie en, in het verlengde daarvan, de doodsteek voor de clubs. ,,Een sponsor wil waar voor zijn geld en dus attractief ijshockey. Dat kan op dit moment alleen met behulp van minimaal een stuk of acht buitenlanders. Die hebben het niveau dat Nederlandse spelers niet hebben, nóg niet tenminste. Dus geen of weinig imports betekent dat Nederlandse jongens nauwelijks voorbeelden hebben waaraan ze zich kunnen optrekken. En bovendien geen attractief ijshockey, en dus geen sponsor en dus geen jeugdopleiding.''

En dus geen toekomst. Noodgedwongen besloot Amsterdam afgelopen zomer tot een beproefd recept. De club verlegde de aandacht naar het ijshockeymaffe Canada, op zoek naar talentvolle spelers met een Nederlands paspoort. De speurtocht slaagde: maar liefst zes Nederlandse Canadezen bleken bereid de oversteek te maken. ,,Het liefst zouden we helemaal niet meer shoppen, maar zoals gezegd: we moeten wel'', zegt Van den Heuvel.

Grootste aanwinst is Paul Vincent, de aanvaller die bij de Tigers inmiddels door het leven gaat als The Human Scoringmachine. `Groot als een flatgebouw en sterk als een beer', vermeldt het programmaboekje. Mede door zijn toedoen gaat Amsterdam, gisteravond in Limburg met 6-5 te sterk voor Geleen, na vier speelronden ongeslagen alleen aan de leiding.

Van den Heuvel bestrijdt de suggestie als zou Amsterdam dankzij de `Canadese connectie' op listige wijze de regels hebben omzeild. ,,Wat wij doen, mag de rest ook. Vorig jaar kregen we voortdurend het verwijt dat de andere clubs niet dezelfde mogelijkheden hadden als wij. Terwijl zij toen nota bene bijna allemaal over statusspelers (spelers die langer dan drie jaar in Nederland zijn en daarom niet meer als buitenlander worden aangemerkt, red.) beschikten.''

In plaats van klagen over een verkapte vorm van competitievervalsing zou het Nederlandse ijshockey Amsterdam dankbaar moeten zijn, want de toegestroomde Canadezen zouden volgens Van den Heuvel nog wel eens van onschatbare waarde kunnen zijn op weg naar het grote doel, de Olympische Winterspelen in Turijn (2006). Niet voor niets heeft bondscoach Theo van Gerwen al zijn interesse laten doorschemeren voor doelman Phil Groeneveld en de gebroeders Kevin en David Hoogsteen.

Hetzelfde geldt voor een speler die onlangs overkwam van het zieltogende Den Haag, de pas 18-jarige Andri Salomonson. Aan de hand van `de buitenlanders' krijgt hij in Amsterdam een stoomcursus topijshockey. Want die opdracht kregen coaches Ron Berteling en Paul Strople bij de start van het seizoen wel mee van het bestuur, aldus Van den Heuvel: ,,Geef de jeugd ook een kans. Die wens staat hoog bij ons op de verlanglijst. Zodat we over een paar jaar, als ook die jonge gasten die nu in het belofteteam spelen de aansluiting hebben gevonden, weer over `eigen' talent beschikken.''

    • Mark Hoogstad