Headhunters

Het artikel over de shake out onder headhunters en searchers (NRC Handelsblad, 2 oktober). De kritiekloos opgetekende verhalen van de geïnterviewden leveren een te rooskleurig en onwaar beeld van de ontwikkelingen in de branche. Elke arbeidsmarktbemiddelaar kent op dit moment een forse terugval in omzet en winst. De branche heeft dit vooral aan zichzelf te danken.

Arbeidsmarktbemiddelaars hebben in de hoogtijdagen hun prijzen tot exorbitante hoogtes opgedreven, zonder een grotere toegevoegde waarde te leveren. Uitzendbureaus verhoogden in 1999 een deel van de prijzen met 100 procent, door de minimale uitzendperiode te verlengen van drie naar zes maanden. Werving- en selectiebureaus dreven de marge op tot 40 procent van het bruto jaarsalaris, waarvan 2/3 betaald diende te worden zonder de invulling van de vacature te garanderen. Nu het tij keert, blijkt de branche zichzelf achteraf in de voet te hebben geschoten met haar prijsbeleid. Klanten grijpen de veranderende arbeidsmarkt dankbaar aan om zich te verlossen van de kosten van de dure bemiddelaars. Slechts als een bureau echt toegevoegde waarde weet te leveren, wordt een honorarium betaald.

De shake-out in de branche die het gevolg is, raakt niet alleen de éénpitters en goudzoekers, zoals in het artikel wordt gesuggereerd. Meer arbeidsplaatsen gingen verloren bij de grote bureaus, die een fors gedeelte van hun personeelsbestand op straat hebben gezet. Ook een flink aantal middelgrote bureaus heeft via de curator de eindstreep gehaald. De dupe van de verhoogde druk in de markt, is helaas de werkzoekende. De zoekende professional, die belang heeft bij een passende baan aansluitend op zijn of haar individuele talenten, legt het af tegen de commerciële belangen van het bureau, voor wie in de ruimere arbeidsmarkt de individuele kandidaat weer tot commodity is verworden.

    • Directeur Talentfirst Nederland Bv
    • Huub van Zwieten