Drie bier

Ook voor de taalchroniqueur zijn de ontwikkelingen in politiek Den Haag op het ogenblik bijna niet bij te benen. We zouden de rubriek deze week bijvoorbeeld kunnen wijden aan woorden en uitdrukkingen als rollebollen, kissebissen, met modder gooien, nitwits, op ramkoers liggen of lijmpoging. Maar er valt ook het nodige te zeggen over het verhaspelen van staande uitdrukkingen. Het klinkt natuurlijk dom als je diepe kniebuigingen zegt als je diepe knieval bedoelt, of als je zegt iets niet onder stoelen of tafels steken als de uitdrukking luidt iets niet onder stoelen of banken steken. Maar zoiets overkomt ons allemaal wel eens. Het wordt pas echt vervelend als je dit voor een camera zegt op het moment dat je in het middelpunt van de belangstelling staat. Het een zal overigens wel met het ander te maken hebben: we maken allemaal meer taalfouten als we onder grote druk staan.

Er zou ook veel te vertellen zijn over de opmerkelijke taalverruwing in Den Haag. Nog maar een paar weken geleden karakteriseerde Agnes Kant van de SP de vele proefballonnetjes van minister Nawijn als lulpraat. Deze week ging Cor Eberhard van de LPF – de partij die het voortouw heeft genomen in het herstel van normen en waarden – nog een stap verder door tegen zijn fractievoorzitter te roepen, nadat hij te horen had gekregen dat hij zijn biezen kon pakken: ,,Dikke lul. Fuck you! Bekijk het maar.''

Dikke lul, fuck you – denk niet te lichtvaardig over dergelijke platte uitdrukkingen, ook die hebben vaak een rijke geschiedenis. Even een klein tipje van de sluier: de uitdrukking dikke lul schijnt te zijn ontstaan in het Nederlandse leger, samen met varianten als dikke neus, dikke snikkel, dikke tampeloeris, dikke toeter en dikke veter. ,,Deze uitdrukkingen, waarop ongetwijfeld nog verscheidene varianten bestaan'', aldus Marc De Coster in zijn prachtige Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (1998), ,,gaan veelal gepaard met het obscene gebaar van de duim tussen de twee voorste vingers (een Oud-Babylonische eregroet). Het gebaar kan ook verduidelijkt worden door te zeggen een dikke! of van dittem gemaakt!''

,,Bij vonnis van 9 december 1959'', vervolgt De Coster, ,,besliste de Krijgsraad dat een dergelijk gebaar en het uiten van de woorden een dikke geen beledigende of schimpende connotatie heeft. De uitdrukking dikke lul, vaak met de toevoeging drie bier, wordt in Den Haag en Rotterdam eveneens gebruikt om zijn ongeloof te laten blijken. [...] Bij (dikke) veter dient nog opgemerkt, dat dit een volkse benaming is voor `vulpen, potlood' (van Duits Feder `veer, pen') en vandaar ook een metafoor voor het mannelijk lid. Op de veter nemen is dan een slanguitdrukking voor `copuleren'.''

Ha! Dikke lul is dus al veel langer in Den Haag te horen en zelfs de Krijgsraad heeft zich over deze `staande uitdrukking' gebogen. Maar goed: eigenlijk had ik het hier allemaal niet over willen hebben, want er is nog zoveel meer. Ik had bijvoorbeeld willen schrijven over dat fraaie pseudoniem van de onlangs overleden Jan de Hartog, die zijn literaire critici een veeg uit de pan gaf door te publiceren onder de naam F.R. Eckmar (lees: `verrek maar'). Ik vroeg mij af of daar meer voorbeelden van te vinden zijn, van pseudoniemen waarbij de voorletter(s) en de achternaam een woord (of een statement) vormen. Ik heb er inmiddels een paar gevonden: H. Uurling (gebruikt door Leendert P.J. Braat), B. Elzebub (Hendrik Herman Backer), Aug. Urk (Luc. J.E.M. van Brabant), J. Hova (Henk van Dorp), P.R.O. Peller (E.M.C.B. Franquinet), J. Umbo (Pierre Kemp), L. Ezer (Arend Theodoor Mooij, beter bekend als A. Marja), P.S.E. Udo (Simon Vestdijk) en P. Ijas (C.F. Vreede). Maar er zijn er vast veel meer.

En dan moest er nog worden gemeld dat het sleutelkoord of key-cord officieel lanyard heet en dat de bedenker van het woord slavink (WoordHoek van een tijdje terug) is opgespoord, maar daarover een andere keer. Althans, als ze zich in Den Haag even gedeisd weten te houden.

(reacties en aanvullingen naar sanders@nrc.nl)