De terugkeer van de bakfiets

De bakfiets is terug in het straatbeeld. Vooral in grote steden zie je er steeds meer rijden. Meestal volgeladen met kinderen, een hond of de weekendboodschappen. Amsterdam is bakfietsstad nummer 1. Op de stoep voor scholen in het welvarende Amsterdam-Zuid ontstaan 's ochtends al parkeerproblemen.

Populair zijn compacte transportfietsen met een hoge vierkante bak van hout waarin je gemakkelijk vier tot zes kinderen transporteert. Na schooltijd kunnen ook vriendjes en vriendinnetjes meerijden. Het balhoofd onder de bak - zeg maar de stuurpen – is schuin naar voren gemonteerd waardoor de bakfiets net als een tweewieler in de bocht naar binnen helt. Desondanks is het rijgedrag nogal wennen.

Het model van de bakfiets is als eerste geïntroduceerd door het Deense Christiania Bikes dat er desgevraagd een huif bij levert waaronder de kinderen droog blijven. Concurrent Het Mannetje ontwikkelde een robuustere variant, met een betere wegligging. Het Amsterdamse bedrijf groeide sinds 1998 explosief en levert zijn Filibak inmiddels door heel Nederland en ook in het buitenland.

Nadeel van de bakfietsen is de extra rolweerstand van wiel nummer drie, waarvoor harder getrapt moet worden. Zeker bij de zware Filibak. Je ziet vaders en moeders voluit op de trappers gaan als ze bij het stoplicht weg spurten. De trotse eigenaren roemen wel de stabiliteit van hun driewieler, die vanzelf blijft staan, wat de kinderen ook wiebelen en schommelen. Erg handig bij het in- en uitladen. Bij de bakker blijven de kinderen er gewoon even in, dat scheelt tijd. Tijd die echter weer snel verloren gaat doordat je met dit type bakfiets niet gemakkelijk tussen een verhuiswagen en de geparkeerde auto's doorglipt. Zo sta je geregeld te wachten, solidair met de automobilisten.

Voor wie de driewielbak toch wat te log vindt, is er de tweewielvariant, met de vertrouwde rijeigenschappen van een gewone fiets en toch voldoende transportcapaciteit voor twee kinderen of tachtig kilo boodschappen. Voor het stuur is een lange bak of mand gemonteerd. Om het evenwicht te bewaren is het kleine voorwiel naar voren geschoven, tot midden onder de bak. Een eenvoudig stangetje brengt de stuurbeweging over op het voorwiel.

Het Mannetje haalde de tweewielbakfiets onder de naam Filobus naar Nederland, en maakte er een opvallend succes van. Voor zo'n 1.500 euro rijd je een bakfiets die ongeveer even soepel en wendbaar is als een herenfiets.

Het succes kreeg navolgers. De Amsterdamse fietsenmakers Maarten van Andel en Ronald Onderwater ontwikkelden samen de Biporteur – goedkoper (vanaf 975 euro), iets korter en voorzien van een steviger standaard – die ze inmiddels via een dealernetwerk tot in Zwolle en Ouddorp verkopen. Sinds dit voorjaar verkoopt ook Internetfietsenhandel Kronan een vergelijkbare fiets. Met draadstalen mand kost de Kargo 670 euro. En het kan nog goedkoper: voor 430 euro levert Van Andel een ombouwpakket waarmee je van een gewone fiets een bakfiets maakt. Een kwestie van zagen en schroeven.

Een meer oorspronkelijk model van Van Andel is de onlangs in productie genomen Cargobike. Het voorwiel is verder doorgeschoven naar voren en de bak is omlaag gebracht tot een paar decimeter boven de bestrating. De Cargobike is eigenlijk een hedendaagse uitvoering van de Long John, waarmee boeren vroeger melkbussen naar de weg fietsten. Ook trouwens bezig aan een comeback. Dankzij het lage zwaartepunt is het fietstype geschikt voor zwaar vervoer. Volgens de ontwerper kun je in de Cargobike zonder evenwichtsproblemen vier kinderen transporteren: drie in de bak en eentje op de bagagedrager.

Niet alleen particulieren kopen een bakfiets. Ook kleine bedrijven herontdekken de voordelen van het fietstransport. Winkeliers, marktkooplui, aannemers, hoveniers en plantsoenendiensten, loodgieters. De stadsloodgieter heeft een belangrijk deel van zijn klantenkring binnen een actieradius van een kilometer. De auto is dan een onhandig en kostbaar vervoermiddel. Een wat grotere bakfiets biedt voldoende ruimte om de benodigde zagen, branders, fittingen en buizen mee te nemen.

Als eerste groot bedrijf introduceerde TPG Post vorig jaar een eigen bakfiets. Er rijden er inmiddels vierhonderd van rond. De fraai ontworpen RoodRunner van het Amsterdamse ontwerpbureau Springtime moet een visitekaartje voor de Posterijen worden. Springtime koos voor een elektrische hulpmotor en een akkermansbesturing, dat wil zeggen dat de twee voorwielen sturen als bij een auto. TPG hoopt vierhonderd RoodRunners erbij in gebruik te nemen. Volgens het bedrijf is de postbakfiets, ondanks de nodige kinderziekten, in drukke stadscentra een goed alternatief gebleken voor de auto (er kunnen ook pakjes mee) en in uitgestrekte buitenwijken een mooi alternatief voor de fiets: alle post kan in één keer mee.

    • Mark Mieras