Claus vond zich gelukkig mens, politiek hybride

Op zaterdag 14 februari 1981 `interviewde' prins Claus zichzelf in het Engels voor de buitenlandse persvereniging. Hij deed dat omdat ,,de leden van de koninklijke familie veel te weinig interviews geven''. Een herdruk.

Daar gaan we, eerste vraag:

Sir – ik neem tenminste aan dat een Engels sprekend journalist zijn eerste vraag met dat woord zou beginnen. (mogelijkerwijs ook: vertel me eens, prins of hoe U ook heet...) Van dit kleine woordje – Sir – zou ik willen dat er een Nederlands equivalent bestond. Want het zou een hoop mensen tong-gymnastiek besparen, hun pogingen de juiste aanspreektitel te vinden.

Terug naar de eerste vraag:

Sir, hoe is het nu – en hoe voelt U zich – om Prins-Gemaal te zijn?

Alweer: het is een buitengewoon Brits instituut. De laatste Prins-Consort was de man van koningin Victoria, Prins Albert. De hertog van Edinburgh – voorzover ik weet – draagt die titel niet. Dat geldt ook voor mijn schoonvader of voor mij. Officieel bestaat de titel Prins-Gemaal in Nederland niet. Wat het uiteraard – in spreektaal – wil benadrukken is het feit dat je de man van de koningin bent. En zo, toen mijn vrouw Koningin werd, werd ik automatisch Prins-Gemaal. Maar daar staat tegenover dat de vrouw van een Koning alleen maar Koningin zonder-meer wordt.

Men zou kunnen zeggen dat hier van een soort discriminatie sprake is. Maar alstublieft wilt U niet te gauw Uw conclusies trekken. Anders krijgen we krantenkoppen à la: CLAUS: DISCRIMINATIE – WAAROM IK GEEN KONING?

Ach, in alle openheid, ik zie niet zoveel verschil met mijn voorgaande positie – namelijk die van Prins-zonder-meer – de man van de Kroonprinses.

U kent mijn achtergrond: Een gewoon-mens (commoner), die op 39-jarige leeftijd uit het buitenland kwam – om het maar voorzichtig uit te drukken – en met de Kroonprinses ging trouwen. Dat was in 1966. Nu leven we in 1981. En alles wat ik erover kan zeggen is: 16 jaar van leren en aanpassen. De Rol en de echte mens – als U begrijpt wat ik daarmee bedoel.

Sir, als U over aanpassen en leren spreekt – wat was en misschien is nog, het moeilijkste probleem waar U mee te maken hebt?

Zonder twijfel de Nederlandse taal. Dat verbaast U? Ik weet het, de mensen in Nederland zijn erg aardig en erg complimenteus over de wijze waarop ik de Nederlandse taal beheers. Maar ikzelf weet beter. Ik geef toe, ik spreek vrij vloeiend Nederlands. Dat is niet zo gek na 16 jaar proberen. Maar het blijft – wat mij betreft – toch een handicap je in een taal uit te drukken die je moedertaal niet is. En ik denk dat het dilemma toeneemt als je meer talen spreekt. Ten slotte spreek je geen enkele taal goed.

Wat mijzelf betreft, ik spreek Nederlands met mijn vrouw, met mijn kinderen en met alle huisdieren. Als u precies wilt weten hoe goed mijn Nederlands is, moet U dat maar eens vragen aan mijn kinderen. Zij zijn de meest objectieve en meedogenloze critici en ik leer nog steeds van hen. Wat mij soms irriteert is het feit dat zij, die Nederlands jaren later leerden dan ik, het zoveel beter spreken.

Sir, ik heb kortgeleden in een serieuze Franse krant een artikel gelezen onder de kop: Een linkse Prins-Gemaal. Dat artikel, Sir, handelde over U. Wat vindt U daarvan?

Kijk, het is zo dat een regerend Vorstin – en daarom ook haar echtgenoot – niet geacht worden in het publiek welke politieke voorkeur dan ook te laten blijken. In de eerste plaats dit: de begrippen rechts of links in het politieke spectrum van ons pluriforme systeem van een parlementaire democratie hebben mij persoonlijk nooit erg aangesproken.

Ik weet echt niet wat ik nu eigenlijk ben. In dit opzicht ben ik ook geen homogene persoonlijkheid. Ik ben een soort mengsel, een politieke hybride. Waar komt dan die reputatie van een ``linkse Prins-Gemaal'' vandaan?

Misschien wordt dit gedeeltelijk veroorzaakt door het feit dat toen ik in dit land kwam en voor mezelf serieus werk wilde vinden, ik betrokken raakte in onderwerpen als ecologie, stadsplanning, natuurbescherming, ontwikkelingssamenwerking met de derdewereldlanden etc. [Vervolg INTERVIEW: pagina 3]

INTERVIEW

'Claus is linkse fellow traveller'

[Vervolg van pagina 1] Sommige mensen vonden toen dat deze zaken tot het domein van de zogenaamde politiek linkse richting behoorden. Misschien was dat in het begin wel een beetje waar ook. Maar wij hebben in dit land nu echt het punt bereikt dat we – met bepaalde gradaties – tot een consensus over deze problemen in onze maatschappij gekomen zijn. Zij zijn in feite niet controversieel meer te noemen. Dat is ook de reden dat ik er nog actief mee bezig ben.

Zoals U weet ben ik eens de voorzitter geweest van een commissie die was opgezet met de bedoeling deze regering van advies te dienen over subsidie-activiteiten voor Derde-Wereld-problemen. Die commissie werd al gauw `de commissie Claus' genoemd. En al spoedig kwam iemand er achter dat wij inderdaad met een aantal netelige vraagstukken te maken hadden. Politiek gevoelige problemen. Toen werden we door een deel van de politieke spectrum bejubeld omdat we goede dingen zouden doen.

Maar een ander deel schreeuwde moord en brand; Prins Claus – of zoals sommigen het dan liever uitdrukten: de echtgenoot van Prinses Beatrix – voert politiek, hij is een linkse fellow-traveller of wat dan ook. Het artikel werd opgeplakt en bleef aan de muur kleven.

Wat moet U dan doen Sir, om de ware persoon naar het publiek te brengen?

,,Nou ik weet niet of ik wil dat men de ware persoon zou leren kennen. Dat is dan als grapje bedoeld... Maar in ernst, ik denk dat er maar een manier is, namelijk zoveel mensen ontmoeten als je maar kan en zo open en zo eerlijk mogelijk te spreken als ik hier vanavond doe.''

Sir, U wordt geacht veel van de Derde Wereld af te weten, en ook het Noord-Zuid probleem. Als journalist zou ik graag Uw mening willen horen over de zogenaamde Nieuwe Internationale Informatie Orde.

,,Een Nieuwe Orde wordt niet op de tekentafel ontworpen en ook niet in congreszalen. Maar dat betekent niet dat we zomaar in de toekomst zouden moeten drijven zonder een aantal goed geformuleerde doelstellingen. Zo'n doelstelling opzichzelf al is een soort Nieuwe Orde. Daarom dit: Als U spreekt over deze Nieuwe Informatie Orde vind ik het uitstekend dat mensen denken en praten over de tekorten in de wijze waarop de informatiestroom op deze wereld rondgaat en hoe we de situatie in het algemeen zouden moeten verbeteren, vooral wat betreft de kwaliteit van de informatie. Maar wel is het zo dat het principe van de persvrijheid - en dat is voor mij een conditio sine qua non - niet wordt aangetast. En daarmee bedoel ik dan niet de vrije informatiestroom zoals die tussen Noord en Zuid wordt uitgewisseld – maar vooral ook de vrijheid voor je mening uit te komen in de landen zelf.''