Achterop bij Randy Mamola

Hoe is het om met 300 kilometer per uur over een racecircuit te scheuren? Verslag van een rit achterop bij motorcoureur Randy Mamola.

,,Dit is de ultieme simulator'', zegt Randy Mamola, wijzend op de vuurrode Yamaha 500 cc fabrieksracer waarmee grandprixcoureur Max Biaggi vorig jaar over de mondiale circuits scheurde. Het vuurrode apparaat met meer dan tweehonderd paardenkrachten en een topsnelheid van tegen de 320 kilometer per uur staat lijdzaam op zijn racestandaard in de pitstraat van het circuit van Estoril in Portugal. Een monteur poetst liefkozend de laatste benzinevlekjes op de tank weg.

De toewijding kan me niet geruststellen. Want het begint inmiddels tot me door te dringen dat ik twee dagen geleden een fout heb gemaakt. Ik was zo onverstandig aan een onschuldig prijsvraagje mee te doen. Een goede voorspelling van de grandprixraces zou worden beloond met een `ultiem' ritje achterop een fabrieksracer bestuurd door Randy Mamola. Ik won. Zelfs een medische keuring moest ik ondergaan. Ook werd vriendelijk verzocht om het adres en telefoonnummer van een familielid. ,,Just in case.''

Over de kwaliteiten van de voormalige coureur Randy Mamola hoef ik me geen zorgen te maken. De pijlsnelle Amerikaan was in de jaren tachtig, begin jaren negentig vier keer vice-wereldkampioen in de Grand Prix 500 cc klasse, de koningsklasse. Dertien races wist hij op zijn naam te schrijven. Maar Mamola was (en is nog steeds) een grapjas die het publiek bespeelde met eindeloze wheelies. Dat ging wel eens mis. Tijdens de TT van Assen, halverwege de jaren tachtig, trok hij zijn motor tijdens de opwarmronde bij een snelheid van tegen de tweehonderd kilometer op het achterwiel en kukelde achterover. Juist deze grillige karaktertrek van Mamola baart me zorgen.

De fabrieksracer is inmiddels van zijn standaard gehaald en staat midden op het circuit. Mamola ritst zijn leren raceoverall dicht en doet zijn oordopjes in. ,,Ik wil mijn passagiers niet horen schreeuwen'', grapt hij vanonder zijn helm. Voordat hij plaats neemt legt de coureur de spelregels uit. ,,Ga niet bewegen en volg de motorfiets. Jíj bent de motorfiets.''

Ik klim achterop, zet mijn voeten op de stepjes, grijp me vast aan de beugel voor op de tank en zet me schrap. Door deze houding kan ik langs zijn rug kijken en heb ik een spectaculair blikveld. De motor wordt aangeduwd en weg zijn we. De eerste twee versnellingen worden gedoseerd afgewerkt, anders zou de motor door zijn kracht en het extra gewicht achterover slaan. Dan trekt Mamola de gashendel open.

Onbekend met snelle motoren ben ik niet en ik meen zelfs te denken dat ik als recreatieve rijder op het circuit behoorlijk uit de voeten kan. Mamola tapt uit een totaal ander vaatje. Hij slingert de motor van links naar rechts, werkt zich feilloos en pijlsnel door de versnellingen heen en geselt de tweetaktmotor als een drijver een kudde onwillige paarden. Bij het uitkomen van de laatste rechterbocht ligt het rechte stuk van zo'n kilometer lang voor ons open. Ziezo, de eerste ronde, aangekondigd als de `sightseeing lap', zit erop.

Ronde twee. Op het rechte stuk bereiken we een snelheid van boven de 280 kilometer. Het geraas van de rijwind is enorm. Nog zo'n vijfhonderd meter en het positie kiezen voor de eerste rechterbocht begint. Nog tweehonderd meter en Mamola duikt nog maar eens achter zijn kuip. Pas bij het bordje honderd meter gaat hij vol in de remmen en schakelt vier versnellingen terug. Het kost me moeite om niet voorover te duikelen. En in een oogwenk liggen we al weer bijna op één oor in de bocht. Bij het uitkomen kijk ik recht omhoog naar de blauwe lucht vanwege het steigeren van de motorfiets.

De sensatie verdringt de angst en de opkomende vermoeidheid, maar halverwege de fast lap merk ik dat ik naar adem begin te happen. Vooral het afhouden van de motor tijdens het remmen kost bijzonder veel spierkracht. En wat zie ik nou helemaal? In de bochten tuur ik alleen tegen de rand van mijn helm en geef me daarom maar over aan een vluchtige studie van het asfalt. Als ik mijn hand zou durven uitsteken, kan ik tijdens de hellingshoeken in de bochten de grond gemakkelijk aanraken. Pas bij de laatste bochtencycli gaat de knop om. We suizen bij de lange rechterbocht als een kermisattractie centimeters boven de grond. Dit kan hij gewoon niet houden, weet ik. Nou en? Samen met Randy de grintbak in? Wauw, wat een way to go.

Enkele seconden later laat Mamola de motor rustig uitrollen. De rit zit erop. Als ik trillend van vermoeidheid en de sensatie afstap, is mijn vizier beslagen. Iemand vertelt dat de laatste ronde afgelegd is in 1.54 minuut. Met deze tijd zou Mamola aardig kunnen meekomen tijdens een grandprixrace – met mij achterop! En inderdaad, zelfs met de Playstation ben ik nog niet eerder zo rap over het circuit gevlogen.

,,Leuk ritje, hé'', zegt Mamola onaangedaan. Als hij zijn helm afzet is geen zweetdruppeltje op zijn voorhoofd te bekennen. Verbaasd over de snelle tijd, zijn bravoure en zijn nog altijd fenomenale stuurmanskunsten vraag ik naar het hoe en waarom van zijn vroegtijdig pensioen. Mamola antwoordt droogjes: ,,Ik doe het al een tijdje rustig aan. Kijk, ik ben al acht jaar vader. En dit is mijn meest verantwoordelijk baan tot nu toe.''