Waarom ik non word

Véronique Maas (20) wordt de jongste non van Nederland. Aan Nelleke van der Heiden legt ze uit waarom ze zo naar God verlangt.

Leven en werken in stilte, vier keer per dag een gebedsdienst, twee uur meditatie. Voor Véronique Maas (20) staat eigenlijk al haar hele leven vast dat het geloof haar leven is. Niet iets dat een plek moet krijgen naast dagelijkse beslommeringen als een baan en een gezin, maar iets om haar hele leven aan te wijden, als non. Begin november treedt zij in bij het Clarissenklooster in Megen. Het eerste jaar als postulant. Dan is ze twee jaar novice en daarna drie jaar non in tijdelijke professie. Na zes jaar legt ze de eeuwige gelofte af. Daarbij krijgt ze een ring als symbool van het verbond dat zij aangaat met God. Véronique kan nauwelijks wachten tot het zover is.

,,Zonder dat ik enig idee had van het kloosterleven, schreef ik mijn ouders op mijn zevende een briefje dat ik het klooster inging.'' Véronique had toen net een film gezien over Franciscus van Assisi, stichter van de franciscanen. Deze orde van kloosterlingen kiest voor armoede en een actief leven in de maatschappij. Zijn tijdgenote, volgelinge en goede vriendin Clara van Assisi stichtte een eigen orde, van Clarissen. Ook Clarissen vinden het belangrijk te leven in armoede, maar zij trekken zich volledig terug in gebed, vroeger zelfs afgeschermd van de wereld achter tralies.

Op haar twaalfde overnacht Véronique voor het eerst in het klooster. Dan wordt net het Clarafeest gevierd. Het is Clara's sterfdag en de clarissen herdenken en vieren dan dat Clara overgaat van het aardse naar het hemelse bestaan. Véronique voelt zich onmiddellijk ontzettend thuis en wil, nu ze wel weet wat het kloosterleven inhoudt, helemaal graag intreden. Bij alles wat ze leest over Clara en Franciscus voelt ze zich meer verbonden en aangetrokken tot het leven dat Clara leidde. Elke gelegenheid om naar het klooster te gaan grijpt ze aan. Als ze op haar zeventiende voor een periode van drie maanden naar het klooster gaat, hoopt ze hevig dat ze mag blijven, maar de zusters willen liever dat ze eerst een opleiding afmaakt.

En nu is het dan bijna zover. Ze heeft een korte opleiding gekozen, een administratief juridische MBO, maar ze heeft, benadrukt ze, zich er wel heel serieus voor ingezet. En eind oktober is ze klaar, dus begin november gaat ze haar contemplatieve leven tegemoet: elke dag om half zes opstaan, vier gebedsdiensten per dag, twee uur meditatie en verder werken in stilte in het klooster of in de omliggende tuin met 's ochtends een kwartiertje pauze waarin wordt gesproken en 's middags een half uur. Tussen het avondeten en de dagafsluiting van half negen is er iets langer gelegenheid om de krant te lezen, het journaal van acht uur te kijken of een potje te scrabbelen. Gedurende het jaar krijgen de clarissen veertien dagen vrij om het klooster te verlaten en familie te bezoeken.

Man en kinderen

Voor veel mensen een ondenkbaar leven, zo veel stil zijn, zo weinig contact met familie en vrienden, maar Véronique verlangt zo naar het klooster en het leven in dienst van God dat ze hoopt dat er ook dingen zijn die ze gaat missen, ,,want het moet ook wel een opoffering zijn''. Ze ziet het heel sterk als een roeping om Jezus na te volgen zoals de heilige Clara dat heeft gedaan. De indruk, die de film over Fransiscus op haar maakte heeft haar daarvan overtuigd, maar ook een reis die ze jaren later maakte naar Lisieux. De plaats waar de heilige Theresa op haar vijftiende intrad, bezocht zij op haar vijftiende. ,,Het was voor mij heel bijzonder om juist op die leeftijd daar te zijn.''

Een roeping dus, ,,of je zou het een uitnodiging kunnen noemen'' en geen vlucht uit het leven dat ze nu leidt. ,,Ik heb me niet rot gevoeld en ik geniet van het leven van nu, maar ik weet dat dit het niet haalt bij wat er komen gaat.'' Véronique is doof en heeft het daar met name aan het begin van de middelbare school wel eens moeilijk mee gehad, maar het is nooit een reden geweest om weg te vluchten. De vraag is of het klooster in Megen, waar muziek en zang een belangrijke rol innemen, wat dat betreft ideaal is, want Véronique kan de diensten wel volgen, maar er niet echt aan deelnemen. Ze kan wel een beetje dwarsfluit spelen, maar niet zingen en dat is waar de gebedsdiensten voornamelijk uit bestaan.

Verliefdheid en het idee van een man en kinderen hebben Véronique niet kunnen verleiden om van het kloosterbestaan af te zien. ,,Toen ik vakken vulde bij de supermarkt was er een jongen die me opviel, een leuke vrolijke jongen, maar toen dacht ik meteen, er is iets mooiers, iets dat meer trekt.'' Een relatie aangaan met God door het klooster in te gaan. ,,Ja, zo zie ik het, als een verlangen naar God en een verlangen van God naar mij.'' Ze zal in het klooster de jongste zijn, al is er ook een jonge vrouw van 27 en een paar van begin dertig. De oudste van de 23 clarissen in Megen is 88.

Vervreemden

In haar omgeving reageren mensen wisselend. Sommige vrienden nemen het aan en hebben het er verder niet over. Anderen vragen door en zijn nieuwsgierig. Véronique's zusje praat niet veel over de wens van haar oudere zus, maar zegt wel dat ze het zelf nooit zou willen. Als Véronique dat vertelt zegt ze erbij: ,,maar ze is ook zestien''. Immers, meisjes op die leeftijd zijn vooral bezig met uitgaan en niet met wat ze later willen worden, maar voor Véronique zelf stond toen zij zestien was al als een paal boven water dat ze het klooster inging. ,,Laatst constateerde mijn zusje dat haar kinderen hun tante niet zullen zien als ze bijvoorbeeld jarig zijn, dat vind ik wel moeilijk.''

Haar moeder weet niet anders dan dat haar dochter het klooster in wil en is blij haar dochter op deze manier zo gelukkig te zien. Ze vindt het niet heel anders dan dat haar dochter weggaat om met een man samen te gaan leven en ,,mensen vragen het wel steeds'', maar ze heeft niet het gevoel haar dochter kwijt te raken. Met haar beste vriend kon Véronique er eindeloos over praten. Hij is een klein jaar geleden ingetreden bij de franciscanen in hetzelfde Noord Brabantse dorp.

Véronique wil zich in haar teruggetrokken leven in het klooster niet afsluiten van alles en vervreemden van wat er in de wereld gebeurt. Naast God is voor haar de medemens heel belangrijk. In gebed wil zij juist heel veel voor die medemens betekenen. Maar wel teruggetrokken en in gebed net als Clara en niet zoals de franciscanen, die actief de maatschappij intrekken om hun geloof te belijden.

Het klooster ontvangt gasten van buiten en zo hoopt Véronique een kans te krijgen naar buiten uit te dragen hoe God en het geloof haar kracht en hoop geven en steun in moeilijke perioden.

Hoe haar leven er uit zou zien als ze niet het klooster in zou gaan? ,,Geen idee, dat weet ik niet. Ik zal mijn geloof zeker een centrale plaats geven, maar hoe en wat ik zou doen?'' Ze kan het niet bedenken. Daar is het klooster en haar intreden te dichtbij voor.

    • Nelleke van der Heiden