Topman wil lot niet verbinden

Beleggers zijn heel hard getroffen door de malaise op de beurs. Nederlandse topmannen daarentegen lijden aanzienlijk minder pijn. Zij hebben weinig aandelen en verkopen snel zodra ze aandelen krijgen.

Meer dan 400 miljard euro ging de afgelopen twee jaar op de beurs in rook op, vergelijkbaar met wat de gehele Nederlandse economie in één jaar produceert. Hoeveel pijn leden de topmannen van Nederland? Op het eerste gezicht niet veel: Nederlandse bestuurders bezitten vooral veel opties – de rechten om aandelen te kopen – en niet de aandelen zelf, zo blijkt een inventarisatie van deze krant (zie tabel). Daardoor hebben ze de koersdalingen nauwelijks in de eigen portemonnee gevoeld.

In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië moeten managers die opties krijgen vaak ook met hun eigen geld aandelen van het bedrijf kopen, als bewijs van hun toewijding. In Nederland worden dit soort eisen bijna nooit gesteld. Het optiebezit in Nederland is daarentegen dramatisch toegenomen, met het argument dat alleen door het toekennen van de kooprechten een exodus van talent naar het buitenland kan worden voorkomen.

Pas de laatste tijd koopt ook de Nederlandse bestuurder vaker eigen aandelen. Dit is recent gebeurd bij onder meer Akzo Nobel, kantoorinrichter Buhrmann, ABN Amro, KPN en Ahold, meestal nadat het aandeel door slecht nieuws was gevloerd op de effectenbeurs.

,,In Nederland worden zulke investeringen vol trots gemeld, maar ze zijn helemaal niet bijzonder'', zegt directeur Peter Paul de Vries van de Vereniging voor Effectenbezitters. Want het verkopen van aandelen komt veel vaker voor: in de praktijk blijken topmannen aandelen, die met de uitoefening van opties zijn verkregen, vrijwel meteen van de hand te doen.

Bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven van Ahold verkocht de afgelopen jaren na uitoefening van opties ruim 200.000 aandelen, voor een bedrag van ongeveer 6,5 miljoen euro, zo blijkt uit gegevens van de Amerikaanse beurscommissie SEC. Hij bezit op dit moment 1.785 aandelen in Ahold en ruim 1 miljoen opties. De bestuurders van het in Amsterdam genoteerde modehuis Gucci verkopen al jaren meteen hun aandelen na uitoefening van hun opties. Bestuursvoorzitter Domenico de Sole verzilverde zo een koerswinst van miljoenen op een kleine 200.000 aandelen.

Don Shepard, de Amerikaanse bestuursvoorzitter van Aegon, blijkt het meest in zijn werkgever te hebben geïnvesteerd. De nummers twee, drie en vier zijn allen werkzaam bij Brits-Nederlandse bedrijven. Dat is geen toeval. Unilever, CMG en Reed Elsevier kennen alle een regeling die bestuurders verplicht om met eigen geld een belang in de onderneming op te bouwen dat een tot anderhalf keer het jaarsalaris vertegenwoordigt. Gerard Kleisterlee van Philips (nummer vijf) is de eerste Nederlandse topman van een `puur' Nederlands bedrijf die zo'n investering uit zichzelf heeft gedaan.

,,Die ontwikkeling van verplicht investeren is in Amerika begonnen'', zegt beloningsspecialist Jeroen Kirch van Hay Group. ,,Vijf jaar geleden zeiden stoere topmannen: als je een echte vent bent, investeer je in je eigen bedrijf. Die opstelling werd door aandeelhouders toegejuicht, maar niet door bestuurders van bedrijven waar het allemaal wat minder ging.''

Inmiddels is aandelenbezit van bestuurders in Angelsaksische landen de norm, onder druk van grote beleggers, zoals pensioenfondsen. Wie geen stukken heeft in de onderneming heeft wat uit te leggen. Een bestuurder met aandelen zit in hetzelfde schuitje als `gewone' aandeelhouders. ,,Het is een lotsverbondenheid'', zegt Kirch. ,,Nederlandse pensioenfondsen hebben daar nooit zo'n druk opgezet. Het begint nu pas te komen.''

Opties betekenen voor bestuurders elk jaar nieuwe ronden, nieuwe kansen. De kooprechten worden in de meeste gevallen één keer per jaar toegekend, waarbij de dan geldende beurskoers als uitgangspunt dient. De doorsnee belegger heeft jarenlange koersstijgingen nodig om zijn verlies goed te maken. Een bestuurder met verse opties kan al dankzij een kleine opleving van een gekelderde beurskoers winst maken. Dat is het grote verschil tussen personeelsopties en aandelen.

Los van de oprichters van ondernemingen bevinden de grootste aandelenbezitters zich niet onder de bestuursvoorzitters van AEX-ondernemingen. Het gaat meestal om `gewone' leden van de raad van bestuur, zoals Fred Hubbell van ING, of om bestuursvoorzitters van kleine ondernemingen, zoals Bert van Heemskerk van Van Lanschot. Het aandelenpakket van Hubbell, voormalige topman van het door ING overgenomen Amerikaanse verzekeringsbedrijf Equitable, is op dit moment 13 miljoen euro waard, veel meer dan bijvoorbeeld het belang van Aegon-topman Shepard (2,9 miljoen euro). Van Heemskerk heeft voor 9 miljoen euro aan aandelen in Van Lanschot opgebouwd. En Jan Hommen, de financieel bestuurder van Philips, heeft nooit aandelen verkocht, waardoor hij op een pakket zit dat 4,5 miljoen euro waard is. Toen hij eerder dit jaar opties uitoefende, verkocht hij niet alles. Hommen voelt de koersklap van Philips met ongeveer 2 miljoen euro in zijn portemonnee.

Commissarissen lijken steeds meer in aandelen te stappen, een ontwikkeling die volgens beloningsexpert Kirch op gespannen voet staat met de corporate governance in Nederland, in het bijzonder de onafhankelijke rol die de toezichthouders geacht worden te vervullen. Zij moeten het belang van de hele onderneming dienen, en dat van de aandeelhouders geen extra gewicht geven.

Karel Vuursteen, de voormalige topman van Heineken en tegenwoordig commissaris bij onder meer Heineken, ING, Ahold en Akzo Nobel, lijkt bezig aan een inhaalslag. Bij Heineken kreeg hij geen opties; de bierbrouwer heeft geen optieregeling. Tegenwoordig bezit Vuursteen meer aandelen van Ahold dan de topman van het concern. En hij heeft – gecorrigeerd voor het Hubbell-belang – meer aandelen dan het héle ING-bestuur. Afgezien van Hubbell bezit de ING-directie nul aandelen, maar meer dan 1 miljoen opties.

    • Jeroen Wester