STAGNATIE HUIZENMARKT

Een koopwoning is te duur, een huurhuis niet te vinden. Voor starters op de woningmarkt – alleenstaanden of stelletjes, al dan niet met kind – is het de afgelopen jaren bijna onmogelijk geworden aan een leuk huis te komen.

Wachtlijsten

Wie in de grote steden aan een huurhuis wil komen, staat gemiddeld acht jaar op een wachtlijst, zo maakte Aedes, de koepelvereniging van corporaties, een paar weken geleden bekend. Zelfs in de provincie Friesland, waar de markt voor huurwoningen het ruimst is, moeten mensen anderhalf jaar wachten op een huis.

Volgens Aedes is de krapte op de huurmarkt een direct gevolg van de gestegen prijzen voor koopwoningen. ,,Door de hoge prijzen op de huizenmarkt (is) een koopwoning voor een groot deel van de klanten van corporaties onbereikbaar geworden. Gevolg: mensen blijven zitten en er komen daardoor maar weinig huurwoningen vrij voor een toenemend aantal wachtenden. Met name starters komen hierdoor in de knel'', schreef Aedes half augustus van dit jaar.

Werkgevers

Maar niet alleen burgers hebben last van de krappe huizenmarkt, ook werkgevers worstelen ermee. Vooral in de grote steden blijkt dat werknemers hun baan opzeggen omdat ze er niet in slagen een huis te vinden dat bij hun wensen of hun portemonnee past. De gemeente Amsterdam is daarom twee jaar geleden begonnen met een voorrangsbeleid op de huurmarkt voor leraren, verpleegsters en politieagenten. ,,Het voorrangsbeleid is vooral succesvol voor starters. De hoofdonderwijzer met een gezin hou je er niet mee in de stad, maar een jonge agent die nog op de academie zit lok je er wel mee'', zei beleidsmedewerker Jan Willem Kluit van de Amsterdamse Federatie voor Woningbouwcorporaties drie weken geleden in NRC Handelsblad.

Te weinig nieuwbouw

Dat de doorstroming op de Nederlandse woningmarkt stagneert, komt vooral omdat de nieuwbouw van woningen (zowel koop als huur) de laatste jaren sterk achterblijft bij de geplande productie. De doelstelling ligt op circa 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar, maar dat aantal wordt al jaren niet gehaald. Uit een onderzoek dat het ministerie van VROM begin dit jaar presenteerde, blijkt dat in de jaren negentig de productie nog tussen de 80.000 en 90.000 woningen per jaar uitkwam, maar dat in de jaren daarna de productie fors is gedaald. In 2000 werden 71.000 woningen opgeleverd, in 2001 zakte dat weg tot 65.000; dit jaar zal de productie niet boven de 60.000 woningen uitkomen.

Als oorzaak van de stagnatie noemt het rapport de complexiteit van het bouwproces: de ingewikkelde regels, de inspraakprocedures en het vaak moeilijke onderhandelingsproces tussen de partijen. De opstellers van het rapport doen een aantal aanbevelingen om de productie weer snel te kunnen opvoeren. Zo moeten bouwregels simpeler worden, inspraakprocedures worden aangepast en zullen gemeenten moeten leren om meer aan projectontwikkelaars over te laten. Ook moeten er `aanjaagteams' komen van de overheid en marktpartijen, die de problemen in de nieuwbouw en de herstructurering van probleemwijken gaan aanpakken.