Rust na rellen in India, maar vragen blijven onbeantwoord

In Gujarat is het opmerkelijk rustig gebleven na de aanval op een hindoetempel. Premier Vanjpayee lijkt een les te hebben geleerd. Toch blijven er vragen.

In de Indiase deelstaat Gujarat, waar vorige week twee terroristen een hindoetempel binnendrongen en dertig gelovigen doodden, is op enkele plaatsen geweld uitgebroken tussen hindoes en moslims. Vooral in de stad Bhavnagar, 250 kilometer ten zuiden van Ahmedabad, zijn huizen en winkels van moslims in brand gestoken.

Toch zijn de religieuze schermutselingen van de afgelopen week niet te vergelijken met de heftigheid van de gebeurtenissen in maart dit jaar, toen bij rellen en pogroms zeker duizend, en volgens mensenrechtenorganisaties waarschijnlijk tweeduizend mensen om het leven kwamen.

Na de tempelaanval in de nacht van 25 september stuurde de centrale overheid in New Delhi onmiddellijk legertroepen naar Gujarat. Die kozen vooral posities in wijken waar moslims wonen. Dat was in maart wel anders, toen het bijna een week duurde voordat de lokale politie versterking kreeg.

Een ander verschil is dat premier Atal Bihari Vajpayee en vice-premier L.K. Advani al een dag na de tempelaanval in Gandhinagar ter plaatse verschenen om de bevolking met klem tot rust te manen en zich te onthouden van wraakacties. Bij de pogroms in maart bracht Vajpayee pas drie weken later een bezoek aan de deelstaat.

De grootste blunder van de regering-Vajpayee in maart was vooral dat men het aan de deelstaatregering van Gujarat over had gelaten om de orde te herstellen. Deze deelstaatregering staat onder leiding van chiefminister Narendra Modi, die bekend staat als een hindoefanaticus. Hij zou, in plaats van de orde te herstellen, juist opgeroepen hebben tot wraak op moslims, die eerder een trein met hindoepelgrims in brand hadden gestoken, waarbij 56 mensen om het leven kwamen.

Narendra Modi hoort tot dezelfde BJP-partij als Vajpayee, maar Modi is moeilijk onder controle te houden. Keer op keer brengt hij de BJP in verlegenheid, bijvoorbeeld door de tienduizenden moslims die nog altijd in vluchtelingenkampen verblijven, ervan te beschuldigen dat ze al maar kinderen baren, zodat er straks meer moslims in Gujarat zijn dan hindoes. Gujarat telt ongeveer vijftig miljoen inwoners, van wie amper 10 procent moslim is.

Om te voorkomen dat er wraak zou worden genomen op de moslims in Gujarat riep vice-premier L.K. Advani meteen na de aanslag op de tempel dat het ging om Pakistaanse terroristen. De politie die de zaak onderzoekt heeft echter twijfels. Volgens een taxicahuffeur die de twee terroristen vanaf het treinstation naar de tempel reed zou ten minste een van de terroristen Gujrati hebben gesproken.

Bovendien is het de vraag waarom er `slechts' dertig doden zijn gevallen. Bijna honderd mensen waren nog in de tempel, die door de terroristen ongemoeid zijn gelaten. Ze waren volgens de politie ook tamelijk onprofessioneel, omdat ze, toen de commando-eenheden van het leger de tempel eenmaal hadden bereikt, hun redelijk veilige schuilplaats op het dak van de tempel verruilden om zich te verschansen in een toilet.

Daar werden ze pardoes doodgeschoten, wat ook vragen heeft opgeroepen: hadden ze levend niet meer informatie kunnen geven over wie er achter de actie zat? Maar zoals een politiecommissaris zei: misschien is het beter de schuld te geven aan Pakistaanse terroristen dan de zaak tot op de bodem uit te zoeken.