Reis naar de roes

De Engelse journaliste Decca Aitkenhead reisde de wereld over op zoek naar de volmaakte ecstasy-ervaring. Het beloofde land vond ze niet, maar haar reisreportages zijn een aanwinst voor het genre, beschrijft Pauline Bax.

Schrijven over hedonisme is zoiets als vechten voor vrede. Het is niet alleen een paradox, het is ook zwaar werk. Decca Aitkenhead is columniste van de Guardian als ze haar toekomstige man Paul ontmoet. Paul heeft de in Decca's ogen niet geringe prestatie geleverd dertig te worden zonder ooit met drugs in aanraking te zijn geweest. Ecstasy- liefhebber Decca ziet zich geconfronteerd met een dilemma. De mooiste herxinneringen van haar leven bewaart ze aan de beginperiode van de danse-cultuur, begin jaren negentig, in Manchester. Zal ze Paul laten zien wat hij heeft gemist? Of moet je geen slapende honden wakker maken? Maar laat het nou net zo zijn dat Decca een uitgever ontmoet die een oud voorstel inwilligt: een reisboek schrijven over de zoektocht naar de perfecte ecstasy-pil.

RAMPZALIG

In de vier maanden die volgen gaat Aitkenhead, met de inmiddels geïinitieerde Paul in haar kielzog naar Amerika, Thailand en Zuid- Afrika, van nachtclub naar disco en van strandbar naar strandfeest. De reis begint rampzalig. In Detroit kun je eten tot je erbij neervalt, maar drugs en dansen, ho maar. Geen wonder, observeert Aitkenhead, het is immers een 'natie grootgebracht op gearrangeerde lol' waar norse uitsmijters de orde bewaken. Ook in Thailand slaagt ze niet in haar missie. De stranden worden bevolkt door dronken sekstoeristen en misnoegde rugzakkers. Daar staan ze dan met z'n allen op een feest, 'aan het doen alsof we de tijd van ons leven hebben'. In de townships van Johannesburg laat Aitkenhead de clubs al snel voor wat ze zijn en schrijft ze een prachtreportage over de georganiseerde misdaad. Een kort verblijf in Amsterdam brengt haar weer op het goede spoor. Maar dan weet ze eigenlijk al: die tijd in Manchester, toen de house net was uitgevonden en haar vriendenclub één grote familie was, komt nooit meer terug.

ONTWAPENEND

The Promised Land: Travels in Search of the Perfect E is grappig, ontwapenend en origineel. Het gaat niet over drugs, maar over hoe je ze bemachtigt. Over de kwaliteit van de pillen die ze onderweg koopt, is Aitkenhead kort. Ze zijn goed of slecht, daar laat ze het bij. Wel verklaart ze waarom ecstasy zo nostalgisch maakt. Ecstasy veroorzaakt een merkwaardig gevoel van tijdloosheid: 'Het is een zuiver geluk, bevrijd van de zwaartekracht van de tijd, een gewichtloze euforie'. De wetenschap dat dit volmaakte geluk straks voorbij is, maakt de gebruiker al bij voorbaat triest. Vandaar de nostalgie. De vergelijking met reizen ligt voor de hand.

Je moet het maar durven, schrijven over je ecstasy-avonturen terwijl je columniste bent van een serieuze krant als de Guardian. ”Het is geen moment bij me opgekomen dat ik misschien rekening moest houden met mijn reputatie”, zegt Decca Aitkenhead (30) in een Londens café. ”Naïef van me, hè? Ik heb nooit gedacht: ik ga eens lekker een controversieel boek schrijven. Ik wil geen apostel van drugsgebruik zijn. Het feit dat ecstasy officieel een harddrug is, zal 99 procent van de mensen die het nemen een zorg zijn. Voor mij is ecstasy niets om je druk over te maken. Maar ik heb de klassieke fout gemaakt te veronderstellen dat iedereen er zo over denkt. Veel critici hebben het boek opgevat als een soort drugsodyssee.”

Aitkenhead, een knappe, onopgesmukte verschijning, lacht met gierende uithalen en zet haar woorden kracht bij met grote ogen zonder ook maar een moment in meisjesachtige koketterie te vervallen. Er is nog iets wat ze in haar naïviteit over het hoofd zag. ”Het leek mij vanzelfsprekend dat iedereen het verschil weet tussen de ene en de andere drug. Ecstasy is heel wat anders dan heroïne of crack. De metafoor voor geluk is heel specifiek, omdat ecstasy ontwikkeld is om euforische gevoelens op te roepen. Maar voor de meeste mensen is het één pot nat.”

Aitkenhead mocht dan alles van 'clubbing' afweten, ze had geen kaas gegeten van reisliteratuur. Voor vertrek las ze snel een paar reisboeken. ”Tk kon mijn ogen niet geloven: sommige auteurs schrijven honderdduizend woorden over niets. Neem Paul Theroux: er gebeurt geen ruk! Hij praat met niemand! Ik ben niet echt geïnteresseerd in landschappen, architectuur of lokale specialiteiten. Ik wil weten hoe mensen zijn, wat ze doen, hoe alles werkt. Dus ik liep voortdurend achter mensen aan die misschien interessant waren voor m'n boek. Dat was doodvermoeiend. Het doel was hedonisme, maar ik moest de hele tijd op zoek naar dingen die de moeite van het opschrijven waard waren.”

Gaandeweg wordt duidelijk dat ecstasy als leidraad te weinig houvast biedt. Gelukkig laat Aitkenheads observatievermogen haar geen moment in de steek. De toeristische hotspots van Thailand en de vreemde mores van jonge rugzakreizigers zijn al vaker beschreven, maar ze voegt er een paar amusante hoofdstukken aan toe.

'Backpackers geloven graag in hun eigen armoede, maar wat ze van Thailand meekrijgen is hoe het voelt om ongelofelijk rijk te zijn. Zo gedragen ze zich ook, net zo zorgeloos en verveeld en ontevreden als rijke mensen overal ter wereld, met zeeën van tijd en geen ander doel voor ogen dan hun eigen plezier.' Backpackers zijn niet de leukste reizigers, zegt Aitkenhead. ”Ze hebben meestal maandenlang in een of ander fucking callcenter gesloofd om op reis te kunnen. Vervolgens denken ze dat ze in het buitenland overal recht op hebben. Minder hebben ze niet verdiend.”

BENDELEIDER

In Kaapstad krijgt Aitkenhead een gewetenscrisis. Als de segregatie en de slechte muziek haar teveel worden, onderzoekt ze wat voor effect de drugshandel op Zuid-Afrika heeft. Ze gaat op stap met een gevreesde bendeleider en met de politie en komt tot de conclusie dat iedere drugsgebruiker in feite bijdraagt aan het instandhouden van de georganiseerde misdaad. Ze krijgt er genoeg van. Ze wil naar huis. Zij en Paul zijn uitgeput. Totdat ze Amsterdam aandoen, 'een stad zonder hebzucht' waar alles op z'n plek valt. Het enige wat vrienden haar over Amsterdam hadden verteld je kunt er hash kopen in een coffeeshop! vond ze geen aanbeveling. Maar wat blijkt: 'Of all Amsterdams distinctions, it is the least extraordinary'. Amsterdammers lijken speciale genen te hebben, schrijft ze, die maken dat ze door niets van hun stuk worden gebracht. Ze zijn vriendelijk tegen brakende Britten die op de Dam hun vrijgezellenfeest vieren. Ze lopen kalm en zonder duwen over de overvolle trottoirs. Zelfs in een nachtclub zijn ze nog bereid een interessant gesprek aan te gaan. Waar Parijs arrogant is, en Londen onbescheiden, komt Amsterdam op Aitkenhead over als een toonbeeld van prettig samenleven. De tolerante houding ten opzichte van drugs is daar niet de oorzaak van, maar het gevolg. Opgelucht wuift ze de bezwaren tegen drugsgebruik weg die ze in Zuid-Afrika zag.

The Promised Land kwam uit op een moment dat drugs in Groot- Brittannië onderwerp waren van een publiek debat. Eind vorig jaar werd een Londense politiechef geschorst nadat hij had gezegd dat vervolgingen wegens marihuanabezit te veel tijd in beslag namen. Hij vond dat die tijd beter kon worden besteeds aan het arresteren van echte criminelen. Achteraf gaf iedereen hem gelijk. ”We doen twee stappen vooruit en één achteruit”, zegt Aitkenhead. ”Die dubbele moraal is typisch Brits. Vijftig jaar geleden had iedereen een oom Jan die een beetje 'vreemd' was, waarmee bedoeld werd dat oom Jan homo was. Binnenskamers werd dat geaccepteerd, maar dezelfde persoon die Jan thuis zo'n gezellige vent vond, riep tegen de buren dat homoseksualiteit verboden moest worden. De mensen die om het hardst schande riepen toen mijn boek verscheen, zijn dezelfde mensen die ieder weekend uitgaan, vooraanstaande en zogenaamd sophisticated collega's uit de mediawereld die bepaald niet vies zijn van recreatief drugsgebruik.”

GEESTELIJK ESCAPISME

Rest de vraag: waarom gebruiken mensen drugs? Aitkenhead: ”Drugs veranderen je stemming. Bijna ieder mens wil af en toe even aan het normale leven ontsnappen. De een zet muziek op, de ander eet chocola of gaat naar een voetbalwedstrijd. Ik zie geen psychologisch onderscheid. Het lijkt mij een volstrekt normale, menselijke behoefte aan geestelijk escapisme. Natuurlijk is er ook een tweede categorie van mensen die drugs gebruiken om een soort innerlijke leegte te vullen, omdat ze aan zichzelf willen ontsnappen of omdat ze denken dat ze daardoor interessanter worden. Als je uit bent geweest met een groep mensen en iedereen heeft het naar zijn zin gehad, komt er altijd een moment dat de groep zich opsplitst. De ene helft gaat naar huis, het is leuk geweest, voor hen heeft de avond een begin en een einde. Maar er zijn er ook altijd een paar die niet van ophouden weten, die geld gaan lenen en meer drugs willen en doorgaan tot ze omvallen. Als er geen drugs bestonden, zouden zij waarschijnlijk bezopen worden, gokken of anorexia hebben en zichzelf uithongeren.”

The Promised Land, Travels in Search of the Perfect E

Uitgever Fourth Estate, London (www.4thestate.co.uk)

    • Pauline Bax