Niet Amerika maar Italië verovert de wereld

Alom in de wereld wordt de overheersende invloed van de Verenigde Staten betreurd. Toch komt de dominante cultuur die de wereld beheerst uit Italië, meent Dirk Schümer.

De Verenigde Staten zijn niet alleen de laatste politieke supermacht, ze domineren met hun leefstijl en cultuur de wereld. Ze stellen zich als voorbeeld voor onze beschaving. Dit is zo ongeveer de enige opvatting over de `American way of life' die wordt gedeeld door uiteenlopende groepen als islamitische fundamentalisten, rabiate tegenstanders van de globalisering en niet in de laatste plaats de Amerikanen zelf. En geïnspireerd door de wereldwijde keten van fastfood-restaurants is de uitdrukking `McWorld', een monstrum dat alles gelijkschakelt, gemeengoed geworden. Internet, Hollywood, goedbetaalde spektakelsport en de adembenemende glamourwereld van de Amerikaanse popmuziek vormen een kosmos die zowel de meest achtergebleven souks, favela's en siberische nederzettingen als werelsteden als Parijs en Amsterdam heeft bereikt.

Bij nader inzien brokkelt dit homogene beeld van de Verenigde Staten echter snel af. Het begint ermee dat de belangrijkste sport ter wereld helemaal niet honkbal of American football is, maar Europees profvoetbal. Ook zijn Amerikaanse intellectuelen, schrijvers en musici er nooit in geslaagd de dominantie van de Europese cultuur te doorbreken. Nog steeds haalt de onderwijswoestijn Amerika zijn beste personeel van universiteiten en onderzoeksinstellingen uit de hele wereld, vooral uit het schijnbaar achtergebleven Europa.

De Amerikaanse sterren verbleken bijna geheel in vergelijking met alles wat – afgezien van de militaire, computer- en jeugdcultuur – het goede leven uitmaakt: de esthetische vormgeving van het dagelijks leven. Een reclamebureau dat serieus probeert om in Japan, Rusland of Spanje gezonde levensmiddelen of luxekleding te verkopen en daarbij refereert aan de Verenigde Staten wordt door iedereen voor gek verklaard. Sinds de spijkerbroek, die eigenlijk uit Genua komt, is een verwijzing naar de massaproductie aan de andere kant van de Atlantische Oceaan vooral geschikt als een teken van wansmaak, een afschrikwekkend voorbeeld voor alles wat de rest van de wereld niet wil eten en dragen.

Er bestaat een andere cultuur die in de luwte van de ideologische strijd moeiteloos de lege plek als mondiale leider op het gebied van levensstijl heeft ingenomen: de Italiaanse. Sinds geruime tijd constateren etnologen verbaasd dat de aanwezigheid van de Italiaanse eetcultuur van Vuurland tot Japan, van Alaska tot Egypte met geen enkele andere acculturatie in de geschiedenis van de mensheid is te vergelijken. Zonder politiek steuntje in de rug of hulp van de CIA hebben pastakoks in hoog tempo de wereld veroverd. Overal ter wereld eten kinderen liever pizza dan een hamburger. In rampgebieden zijn Italiaanse restaurants en ijszaken die worden geopend als het weer iets beter gaat, de voorbode van de beschaving.

Terwijl vrijwel alle Europese emigranten in de vorige eeuw – Britten, Polen, Duitsers, joden – na hooguit twee generaties in de Amerikaanse samenleving integreerden en de eetgewoontes uit het thuisland inruilden voor die van hun nieuwe land, hebben Italianen hun identiteit juist versterkt door het bereiden van traditionele recepten uit de Abruzze en napolitaanse lekkernijen. De wereldwijde pastacultuur die zo ontstond, betekende slechts het begin van een unieke heerschappij van een klein land.

Het Italiaanse Wirtschaftswunder van de jaren tachtig en negentig voorzag de hele wereld van Italiaanse producten. Mode uit Milaan, luxeschoenen uit Marche en pakken van Brioni zijn inmiddels het uniform van de wereldwijde elite geworden van Kofi Annan tot Gerhard Schröder, om van de ijdele potentaten uit de Derde Wereld maar te zwijgen. En voor de minder kapitaalkrachtigen onder ons zijn er Benneton en tientallen andere Italiaanse merken die de massamarkt bedienen.

Terwijl de wereldeconomie zich in een crisis bevindt, laten de winkelketens van Armani en Prada in Japan, China en vooral in de VS nog steeds groeicijfers zien. Maar ook minder oogstrelende producten komen uit het moederland van de schoonheid: een groot deel van het Amerikaanse keukendesign stamt uit de regio Veneto, waar slimme ondernemers de meubels in China laten maken en zich nu op de Aziatische markt richten. En Ray Ban, de bril die symbool staat voor de Amerikaanse piloten die Duitsland hebben gebombardeerd in de Tweede Wereldoorlog, is al lang in handen van de Italiaanse marktleider Luxottica.

We zijn, eigenlijk ongemerkt, weer in een tijd van transalpine cultuurheerschappij beland – net als vijfhonderd jaar geleden toen een Duitse roofridder niet zonder Italiaanse huisleraar, hofschilder of componist van zoete madigralen kon. Onze tijd overschaduwt de kracht van het vorige tijdperk; we leven in de nieuwe Renaissance.

Duitse autofabrikanten hebben begrepen dat de producten uit hun lelijke fabrieken niet alleen Italiaanse of Latijnse fantasienamen zoals Audi, Sirocco, Polo en Mondeo nodig hebben. De auto's verkopen ook beter tegen een achtergrond van historische Italiaanse binnensteden, hoewel Duitse automobilisten in werkelijkheid nauwelijks zonder blikschade door de nauwe straatjes kunnen rijden. Als de Volkswagenfabrieken – overigens door de eerste kolonie Italiaanse gastarbeiders gebouwd – nu in het Nedersaksische moeras gebouwd zouden worden, zouden ze beslist `Macchina del Popolo' heten.

Anders dan de `American way of life' heeft de `Italianità' zich zonder machtspolitieke rugdekking kunnen vestigen. Niet soldaten of militaire bases hebben de Italiaanse levensstijl gestimuleerd, maar de trots en nijverheid van vier miljoen emigranten hebben ervoor gezorgd dat tegenwoordig overal ter wereld pasta wordt gegeten. Ondertussen strekt zich de meest dynamische welvaartszone van ons continent zich uit van Bolzano tot Rome. Zelfs het Zuid-Duitsland van Stoiber verbleekt bij het succes van Italië. Ondanks deze wereldwijde zegetocht is er nergens sprake van een anti-Italië-stemming.

Wie dus bang is voor de Amerikaanse hegemonie en vreest dat de Amerikaanse cultuur alles zal overheersen, moet een fles Prosecco, een fles Chianti of nog beter een fles zachte Amarone openen en kan zich met een goed geweten een superieure Europeaan voelen. Want dat is het prettige aan het Italiaanse wonder: de rest van Europa doet allang opportunistisch mee aan de zegerijke opmars. Italië nodigt de andere Europeanen uit om te stijgen tot dezelfde grote hoogten – dat is immers de betekenis van het woord `tiramisu'. Het modieuze Italiaanse mineraalwater San Pellegrino, dat in duizenden liters via de Alpenpassen wordt geëxporteerd, doet voor hoe we Uncle Sam het hoofd kunnen bieden: vrolijk en stijlvol.

Dirk Schümer is redacteur van de Frankfurter Allgemeine Zeitung.

©Frankfurter Allgemeine Zeitung

    • Dirk Schümer