Middenklasse moet terug naar de stad

Het Rotterdamse gemeentebestuur wil de hogere inkomens terughalen naar de stad. Wethouder Pastors wil geen plannen, maar actie.

In Rotterdam bestaat niet meer dan eenvijfde van de woningvoorraad uit koopwoningen, de rest wordt gehuurd. Die huurwoningen zijn relatief goedkoop: appartementenbouw van na de oorlog in grote uitbreidingswijken. Vooral de bewoners van die uitbreidingswijken verlaten de stad: elk jaar vertrekt vijf procent van de mensen die in de stad wonen. Zij gaan naar omliggende randgemeenten waar het duurder, maar aangenamer wonen is.

Van de even grote instroom van dertigduizend mensen per jaar bestaat eenderde uit buitenlanders. Zij huren veelal de leeggekomen huizen in de naoorlogse uitbreidingswijken, die intussen transitiewijken worden genoemd: van oudsher witte arbeiderswijken, die nu verkleuren.

Deze instroom werkt weer bevorderend op de uitstroom. De witte vlucht van ouders die hun kinderen niet op een zwarte school willen hebben en hen in de auto naar een andere wijk brengen, heeft daarmee een nieuwe betekenis gekregen: mensen keren niet langer alleen de school, maar de hele stad de rug toe.

Kan het tij worden gekeerd? Wethouder Marco Pastors (Leefbaar Rotterdam) denkt van wel. Vorige week donderdag presenteerde de wethouder volkshuisvesting en ruimtelijke ordening zijn plannen in het nieuwe collegeprogramma. Nou ja, plannen: dat woord mag eigenlijk niet meer worden gebruikt in de stad, vinden burgemeester en wethouders. Er zijn de afgelopen jaren veel te veel plannen geweest, nu moet er wat gebeuren.

Marco Pastors: ,,We hebben als college een analyse gemaakt van de problemen op het gebied van volkshuisvesting. Er wordt, dat zie je om je heen, in deze stad te weinig gebouwd voor de mensen die wegtrekken: de middeninkomens, de hogere inkomens. Dan denk je: de gemeente moet zeker meer bouwplannen gaan maken. Toen zijn we dus eens naar de bouwplannen gaan kijken. En wat zagen we: er zijn meer dan genoeg bouwplannen, het probleem is alleen dat ze niet worden gerealiseerd. Toen hebben we gezegd: misschien hebben we niet te weinig bouwplannen, maar juist te veel.''

Die plannen zaten elkaar in de weg?

,,Ja. Een voorbeeld. Als de gemeente twaalf woontorens plant langs de rivier, dan gaat een ontwikkelaar eerst proberen die appartementen allemaal aan de man te brengen, voordat hij gaat bouwen. Maar als je als ontwikkelaar weet dat er maar twee of drie woontorens komen, dan zeg je: nou, die appartementen raak ik wel kwijt.

,,Wij denken dat ontwikkelaars eerder aan de slag gaan als we de overlap weghalen. En als die ontwikkelaars dan aan de gang gaan en ze hebben na een tijdje alles verkocht en verhuurd, dan gaan we verder met de volgende woontorens. We vertragen plannen om plannen te versnellen, daar komt het op neer.''

Minder plannen, dat betekent ook minder beleid bij de dienst stedebouw en volkshuisvesting?

,,Inderdaad. Vanuit het verleden was het altijd de gemeente die initieerde, met name op het gebied van de stadsvernieuwing natuurlijk. Dat is nu voorbij, maar toch zie je dat gemeentelijke diensten nog steeds het idee hebben: wij bouwen aan deze stad, wij bepalen wat waar komt. Terwijl de ideeën van woningbouwcorporaties toch ook niet uit de holle boom komen. Corporaties willen net zo goed dat hun woningen worden verkocht en verhuurd.

,,Dus als die dan bijvoorbeeld ergens ouderenwoningen willen, dan hebben ze daar over nagedacht en moet je als gemeente eigenlijk niet zeggen: daar hadden wij nou net iets anders voor ogen. Dan moet je zeggen: bij die corporaties weten ze wat ze doen en als gemeente willen we dat er gebouwd wordt, als het maar voor de goeie doelgroep is. Van die opstelling verwacht ik veel. En dan heb je dus minder beleid nodig. Minder plannen en je er minder mee bemoeien, dat is wat wij willen.''

Het nieuwe college wil mensen met midden- en hogere inkomens lokken met nieuwe huizen aan de noordrand van de stad en in het centrum. Wat doet u om mensen voor de stad te behouden?

,,Die kunnen natuurlijk ook in de noordrand of in het centrum gaan wonen. Of iemand nou van buiten komt of dat het iemand betreft die anders weg was gegaan: het telt allebei. Misschien telt degene die anders weg was gegaan uit Rotterdam nog wel zwaarder.

,,En we willen mensen ook teruglokken. Ik was laatst op werkbezoek in Pendrecht. Een oudere mevrouw die daar haar stoepje aan het vegen was zei: wanneer gaan jullie nou eens bouwen, want als er hier weer fatsoenlijke huizen staan, komen mijn kinderen terug.

,,Die kinderen woonden in Barendrecht. En dat soort mensen bedoel ik dus. In Pendrecht hebben die een prettige jeugd gehad, in de tijd dat het daar nog een echte arbeiderswijk was en dat het allemaal nieuwe huizen waren. Maar ze hebben zich ontwikkeld, ze konden een beter huis betalen. Ze gingen naar Barendrecht. Als er hier betere huizen komen, heb je kans dat die mensen terugkomen.''

Is er ook een kans dat ze dan weer in Pendrecht gaan wonen?

,,Misschien. We gaan ook, dat is een experiment, een tweetal woningbouwcorporaties op een paar plekken in de stad min of meer de vrije hand geven. We hebben aan die twee corporaties gevraagd: kom nou eens met een voorstel voor zo'n gebied, hoe jullie daar verder zouden willen met de huurwoningen, de koopwoningen, de ouderenwoningen. Dat mogen jullie verzinnen en wij, de gemeente, zorgen dan voor een snelle afwikkeling van de bestemmingsplannen en staan borg voor het onderhoud van de buitenruimte. Voor die experimenten denken we nu aan Pendrecht en Zuidwijk.''

Rotterdam was altijd de stad van de hoogbouw. Wordt dat anders?

,,Nee. Die hoogbouw, dat is echte kwaliteit, dat is prachtig. Als je over de Brienenoordbrug Rotterdam inrijdt: schitterend. Maar we zijn wel vergeten de plinten levendig te houden. De stad moet ook van dichtbij mooi zijn, als je op straat onder die torens loopt moet het er ook goed uitzien.

,,Dat zie ik ook als mijn opdracht: de stad de menselijke maat teruggeven. Dat alle mensen die ergens in de stad werken en wonen het idee hebben: het is hier prettig vertoeven. Een stad waarin wordt geïnvesteerd, waar de gemeente laat zien dat ze er is en dus ook optreedt als er dingen zijn die we ongewenst vinden. En ik ben ervan overtuigd dat anderen dan vanzelf mee gaan doen. Als de gemeente wat doet, krijg je ook de scholen, de zorgvoorzieningen, de mensen zelf in beweging.''

    • Gretha Pama