`METEORIETINSLAG' VAN TUNGUSKA WAS MOGELIJK GASEXPLOSIE

De enige catastrofale inslag van een hemellichaam uit de recente historie lijkt geen inslag te zijn geweest. Dat kwam van verschillende kanten naar voren op een congres over milieurampen dat in september in Londen werd gehouden. Het betreft de veronderstelde inslag die op 30 juni 1908 plaatsvond in de uitgestrekte, maar ook vrijwel geheel verlaten bossen van Tunguska in Siberië. Daar vond een ramp plaats die gepaard ging met een enorme knal, die honderden kilometers verder nog hoorbaar was. Onderzoek naar de oorzaak kwam pas jaren later echt op gang. Toen bleek dat vrijwel alle bomen in een gebied met een straal van vele tientallen kilometers als lucifershoutjes tegen de grond waren gesmakt; allemaal gericht als de stralen van een cirkel met Tunguska als middelpunt.

Een aannemelijke verklaring voor dit verschijnsel was moeilijk te vinden. Het meest waarschijnlijk leek de inslag van een hemellichaam, maar er werd geen spoor gevonden van een inslagkrater, en evenmin werden er resten van het ingeslagen materiaal gevonden. Daarom werd later vrij algemeen aangenomen dat het ging om een komeet (een soort ijsbol) die onder invloed van de verhitting bij binnenkomst van de atmosfeer nog in de lucht explodeerde, waarna de restanten geheel of grotendeels gesmolten zouden zijn voordat ze de aarde bereikten. De ontploffing zou zo dicht bij het aardoppervlak hebben plaatsgevonden dat de resulterende schokgolf het bos had platgeslagen. Geheel bevredigend was deze verklaring echter niet, omdat er nooit een spoor van het hemellichaam werd gevonden.

Op de conferentie in Londen, waar deze catastrofe uitgebreid aan de orde kwam, wees Andrei Ol'khovatov (vroeger werkzaam op het onderzoeksinstituut van de radio-instrument-industrie van de voormalige Sovjet-Unie) erop dat een grote schokgolf niet kon zijn opgetreden: verslagen van onderzoekers melden immers dat sommige bomen vlakbij het punt waar het hemellichaam in de lucht zou zijn ontploft, niet omgevallen waren. Er moest dus een ander proces in het spel zijn geweest. Zo'n ander proces was juist waaraan Wolfgang Kundt, een astrofysicus van de Universiteit van Bonn, had gedacht. Ook hij was niet gelukkig met de inslaghypothese, en had voor het verschijnsel een andere verklaring gevonden, die bovendien het rechtop blijven staan van bomen toelaat. Hij wees erop dat er, zoals reeds lang bekend is, een grote hoeveelheid aardgas aanwezig is onder de kern van het gebied. Naar zijn mening is door de een of andere oorzaak een grote hoeveelheid van dat gas snel vrijgekomen en ontploft. Door welk proces zoveel gas kan zijn vrijgekomen met als gevolg een grote ontploffing is niet bekend. Ol'khovatov meent dat er een tot nu toe onbekende interactie moet hebben plaatsgevonden tussen processen in de ondergrond en meteorologische verschijnselen. Geofysisch onderzoek van de ondergrond zou wellicht de hypothese van de gasontsnapping kunnen toetsen.

    • A.J. van Loon