Klussen op het Franse platteland

Crista Hammel (37) en Levien Willemse (42) behoren tot de circa 250.000 Nederlanders die een buitenhuis in Frankrijk hebben. Wat kost dat nou, zo'n pied-à-terre?

Een buitenhuis in de Franse provincie, jarenlang was het een toekomstdroom voor Crista Hammel. Later, als de kinderen groot zouden zijn en het benodigde geld bij elkaar gespaard, ja, dan zou ze met haar man op zoek gaan naar een huisje in de Dordogne of de Morvan. Maar zeven jaar geleden veranderde de leerling-kok van sterrenrestaurant De Zwetheul van gedachten. Niks later, nu! Ternauwernood had Hammel een ritje met een slee over een Zwitserse skipiste overleefd. In een fractie van een seconde had ze moeten kiezen tussen de afgrond en een botsing met een dennenboom. Wat heeft het voor zin om plannen te maken voor je oude dag, realiseerde Hammel zich tijdens de lange revalidatie. Als je iets graag wilt, is uitstellen zinloos. Pluk de dag, dat werd haar motto.

In de Aisne, een heuvelachtige streek honderd kilometer ten noorden van Parijs, vond ze eind 1996 samen met haar man Levien Willemse het gedroomde `buitenhuis'. Voor 27.000 euro kochten ze de stallen van een nabijgelegen kasteel, gelegen op een stukje grond van 1.850 meter. Een formidabel uitzicht – `Limburg zonder huizen' – maar het huis zelf was zelfs voor paarden en schapen ongeschikt. Een waterleiding ontbrak, net als elektriciteit, een septic tank en ramen. De vorige eigenaar had alleen het dak hersteld en gezorgd voor een verbouwingsvergunning.

Thuis in Rotterdam doet Levien Willemse drie jaar over het vervangen van een drempel in de keuken. Zelfs de kleinste klusjes besteedt hij uit. In Coulonges Cohan, waar hun huis staat, manifesteert de beroepsfotograaf zich als een allround-bouwvakker. Samen met vrienden, die in tentjes op het terrein logeerden, heeft hij het huis gerenoveerd. Slopen, muren metselen, vloeren storten, kozijnen vervangen, badkamers installeren, het is gewoon een kwestie van doen, zegt Willemse. Alleen voor lastige klusjes roept hij de hulp van een specialist in.

Uiteraard gaat er wel eens wat mis. Zo brak van een zelf aangelegde hoofdkraan tijdens hun afwezigheid een slang af. Drie zwembaden met water liepen weg, bij terugkomst een maand later stond het terrein vol met één meter hoge brandnetels, een strop van tweeduizend euro. Zelf een huis verbouwen is een prachtig avontuur, zegt Willemse. En behalve dat het sterk kostenbesparend werkt – aan bouwmaterialen gaf hij tot nu toe zo'n 30.000 euro uit, aan arbeidsloon nog geen 2.000 euro –, dwing je bij de plaatselijke bevolking respect af. Willemse: ,,Parijzenaars die met een tiet met geld een buitenhuis laten opknappen, daar hebben Franse boeren een hekel aan. Door in de vrieskou zelf wat aan te modderen dwing je respect af.''

Voor elke verandering aan het huis is een vergunning nodig. En de Franse regelving is lastig. Soms roepen ze de hulp in van een Franse kennis. Ook zijn ze blij dat ze zich na de aankoop van het huis met een doosje boterbabbelaars bij de burgemeester hebben voorgesteld. ,,Je moet je wel een beetje aanpassen aan de Franse cultuur'', zegt Crista Hammel.

Misschien is het niet voor iedereen weggelegd, zegt haar man, maar duur is zo'n buitenhuis niet. Aan lokale Franse belasting betalen de Rotterdammers per jaar zo'n 600 euro. Aan water, telefoon en verzekering ruim 100 euro per maand. Zo'n tien keer per jaar rijdt de familie in de Volkswagen bestelbus van de fotograaf op en neer naar het tweede huis. De kosten van die tienduizend reiskilometers bedragen zo'n 1.800 euro. Willemse en Hammel zetten de tering naar de nering. Ze betalen hun tweede huis van beider inkomen. En als het de freelancers financieel wat minder goed zou gaan, passen ze de renovatieplannen aan. Verhuurd hebben ze hun buitenhuis nog nooit. Vrienden die hebben meegeholpen met verbouwen zijn welkom. Maar de gedachte dat hun huis door vreemden wordt ,,geconsumeerd'' is hun een gruwel.

Klaar is het huis overigens nog lang niet. De eerste anderhalf jaar ging het snel. Toen het huis bewoonbaarder werd, vorderde de verbouwing steeds langzamer. De ruwbouw is klaar, Willemse verheugt zich nu op de afbouw, het timmerwerk. Maar het is nu al goed toeven in zijn huis op het Franse platteland. Als hij geen zin heeft in zagen of timmeren, gaat hij golfen of paddenstoelen zoeken. ,,Daar hadden we vroeger geen tijd voor.''

Dit is het zesde deel in een serie over de financiering van kostbare bezittingen. De eerdere delen verschenen op 24 en 31 augustus, 7, 21 en 28 september.