KLAAR VOOR DE STRIJD

Nederland heeft al meer dan een halve eeuw een elitekorps, het Korps Commandotroepen. Sinds het einde van de Koude Oorlog hebben commando's het tij mee: ze worden ingezet bij alle brandhaarden ter wereld.

Maar de Nederlanders mogen niet vechten van de regering. Terwijl hun buitenlandse collega's de grotten van Tora Bora uitkamden, speelden zij voor stadswacht in de straten van Kaboel. Dat steekt.

'Jarenlang hebben we het KCT opgebouwd. Dan gebeurt er iets in de wereld, maar zetten we het korps niet in. Laf gedrag vind ik dat.'

Iedere dag hoorden ze de helikopters met Amerikaanse commando's overkomen, op weg naar Tora Bora. Daardoor, zegt majoor der commando's Jan Swillens, 'werd je er telkens met je neus op gedrukt.'

Swillens was tot juni van dit jaar de commandant van 32 Nederlandse commando's die deel uitmaakten van de vn-vredesmacht in Kaboel. Het was hun taak te zorgen voor stabiliteit in de Afghaanse hoofdstad, die net bevrijd was van het Talibaan-regime. Maar terwijl de Nederlandse elitesoldaten hun 'sociale patrouilles' door de straten van Kaboel reden, vochten hun Amerikaanse, Britse, Duitse, en zelfs Deense collega's in de bergen van Zuid-Afghanistan tegen de Talibaan en Al-Qaeda.

Begrijp me goed, zegt Swillens. De Nederlandse commando's hebben óók nuttig werk gedaan. En van zijn mannen is er 'geen één' die de missie in Kaboel 'níet had willen meemaken.' Maar toch knaagt het. De commando's hadden graag laten zien wat ze konden, daar in Tora Bora. 'Die frustratie begrijp ik wel', zegt majoor Swillens.

In maart van dit jaar gaf kolonel Otto van Wiggen een opmerkelijk interview aan de Volkskrant. In het vraaggesprek beklaagde de scheidend commandant van het Korps Commandotroepen zich erover dat zijn mannen niet mochten deelnemen aan operatie Enduring Freedom. 'We willen meedoen met het uitschakelen van het Al-Qaeda-netwerk. We wensen niet alleen katjes uit de boom te halen', zei Van Wiggen. Het ministerie van Defensie wist niet hoe snel het zich van de uitlatingen van deze 'Rambo-kolonel' moest distantiëren. Van Wiggens uitspraken, zo meldde het departement, weerspiegelden slechts 'de privémening van een militair'.

Maar dat is niet waar. Natuurlijk ging de kolonel met zijn kritiek op de politieke besluitvorming û een doodzonde voor militairen û buiten zijn boekje. Maar zijn uitspraken waren niet de weerslag van persoonlijke frustratie: deze opvatting wordt in het korps breed gedragen.

De afgelopen maanden heb ik mogen meelopen met het Korps Commandotroepen (kct). Ik was getuige van de haast onmenselijke inspanningen van rekruten tijdens de commando-opleiding. Ik zag commando's trainen in de Belgische Ardennen en op de Ginkelse hei, ik sprak commando's in Roosendaal, Bergen op Zoom, en vlakbij de Kosovaarse grens in Macedonië. Ze zeiden allemaal hetzelfde als kolonel Van Wiggen: het kct had dolgraag willen vechten in Afghanis- tan. Maar ze mochten niet van de regering.

Groene baret

Een elite-eenheid is het Korps Commandotroepen altijd geweest. Tijdens de Koude Oorlog werden commando's geacht zich in een schuttersput te verschuilen totdat de troepen van het Warschau Pact voorbij waren getrokken, om dan, achter de vijandelijke linies, hun waarnemingen door te seinen aan het hoofdkwartier. De taak vereiste geharde mannen. De groene commandobaret was het symbool van de zwaarste militaire training die er in Nederland bestond.

Na de val van de Muur en het einde van de dienstplicht heeft het kct een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Terwijl overal in de landmacht moest worden bezuinigd, werd het Korps Commandotroepen uitgebreid en omgevormd tot Special Forces: elitesoldaten die worden ingezet als de missie te moeilijk is voor een gewone militair. Moderne commando's kunnen van grote hoogte met zuurstofflessen uit een vliegtuig springen, duiken in een modderige rivier of op een steile gletsjerwand klimmen. Ze kunnen jachtvliegtuigen naar hun doel leiden. Ze kunnen gegijzelden bevrijden, oorlogsmisdadigers arresteren, of terroristen liquideren. Ze kunnen het allemaal, maar ze hebben het nog niet of nauwelijks in de praktijk gebracht.

Ook als Irak binnenkort zal worden aangevallen, zal er opnieuw geen beroep op de Nederlandse commando's worden gedaan. Minster van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer (cda) heeft al laten weten de inzet van Nederlandse troepen bij een aanval op het bewind van Saddam Hussein uit te sluiten.

En dus klinkt er gemor in de gelederen. 'Wil je het kct handhaven, dan moet je ook de bereidheid hebben om het in te zetten', zegt majoor Swillens. 'Dat vind ik een volkomen legitieme vraag om aan de politiek voor te leggen.'

De oude ijzervreter kapitein Henk Heesakkers, commandant van de instructiegroep commando-opleidingen van het korps, is minder diplomatiek. 'Jarenlang hebben we het kct opgebouwd. Dan gebeurt er iets in de wereld, maar zetten we het niet in. Laf gedrag vind ik dat.' Nederland is slap, vindt Heesakkers. De steun voor de vs is halfhartig. 'Als je een keus maakt moet je er ook achter staan.'

Doorzettingsvermogen

Wie zijn de elitesoldaten van het Korps Commandotroepen? Wat drijft hen? Hoe is het om je voor te bereiden op een missie die misschien nooit zal komen? En waarom zijn ze bereid ook in vredestijd tot het uiterste te gaan?

Het is niet eenvoudig om commando te worden. Rekruten moeten sportief zijn, mogen geen bril dragen en moeten minimaal een vbo-c of een mavo-diploma hebben gehaald. Daarnaast moeten ze beschikken over discipline, wilskracht en doorzettingsvermogen.

Héél veel doorzettingsvermogen.

'Dit trekt niemand', zegt Wilco Zinkstok (20), terwijl hij in een oude boerenschuur bij Zevenbergen aan zijn uitrusting prutst. Hij kijkt vreemd uit zijn ogen. 'Ik loop in een roes, echt bizar.'

Een handjevol rekruten is op deze verregende morgen in juni begonnen aan de laatste dag van de 'afmatting', de loodzware laatste week van de Elementaire Commando Opleiding (eco), die elk lid van het kct moet ondergaan. 'Tijdens de eco', schrijft een van de cursisten later op de onofficiële website van de commando's, 'ga je fysiek en mentaal door dalen waar je nog nooit van hebt gedroomd.'

Dat is niet overdreven. De commando's in opleiding, 'cursisten' genoemd, lijken wel soldaten tijdens een gevechtspauze in de slag om Arnhem of Stalingrad. De ogen in de zwartgemaakte gezichten van de jongens drukken lijden uit. Vannacht hebben ze kilometers over een oude spoorbaan moeten lopen, de 'bielzenmars'. Nu maken ze zich op voor een 'kaartleesoefening', over een traject van dertig kilometer.

De regen van vannacht heeft iedereen doorweekt. Kletsnatte sokken worden verwisseld voor andere kletsnatte sokken. Van de voeten is niet veel over: sommige cursisten peuteren aan loshangend vel, of proberen verschoven pleisters op hun plaats te duwen. Alle mannen bewegen zich traag, als in slow- motion. Praten gaat moeizaam. Sommigen vallen in slaap met een halve boterham tussen de vingers.

Een jongen staat kreunend op. 'Er zit echt geen léven meer in dat kadaver van me.' Wilco Zinkstok grijnst. 'Het gaat honderdduizend keer door je hoofd om te stoppen.' Een andere cursist zegt: 'Van mij mag alles kapot. Morgen is de baretuitreiking.'

De laatste twee weken van de eco komen vooral neer op lopen, in totaal zo'n tweehonderd kilometer. Maar de commando's hebben ook gekanood, abgeseild, bergbeklommen en natuurlijk keer op keer de hindernisbaan bestormd. De laatste week hebben de mannen in totaal zo'n tien uur geslapen, zegt luitenant Mark van Baal, plaatsvervangend commandant van de instructiegroep. 'Dat is best wel soepel.' Het is een van de vele understatements van de wat stugge Brabander.

De onafgebroken oefening van twee weken die de mannen achter de rug hebben, leidt tot een ander realiteitsbesef. In de uitgestrekte bosssen van noordwest-Polen hebben de commando's geoefend met de 13e gemechaniseerde brigade uit Oirschot, om échte tanks te kunnen waarnemen. Voor sommigen vervaagde even het verschil tussen oorlog en vrede. Ton Luneburg, een van de mariniers die de commando-opleiding volgen, vertelt hoe een Leopard-tank bijna hun zelfgegraven schuttersput inreed. 'Wij û klikklak û onze wapens doorladen, zij ook hun wapens in de aanslag. Kom er maar uit, zeiden ze. Wat moet je? Als ze een granaat in onze put gooien zijn we kapot.' Hij kijkt bijna verontschuldigend. Dat het maar spel was lijkt niet meer tot hem door te dringen. 'Dat inlevingsvermogen verlangen we ook van ze', zegt luitenant Van Baal.

Vanuit de spijkerbroek

De ongeveer 25 mannen in de schuur zijn de overblijvers van een afvalrace. Sommigen waren al militair, en komen van het korps mariniers, of uit eenheden van de landmacht. Vier mannen zijn officieren van de Koninklijke Militaire Academie (kma), de rest, een man of acht, is rechtstreeks, 'vanuit de spijkerbroek' bij het kct gekomen.

Vooral van de spijkerbroeken hebben velen het niet gehaald. Een gemiddelde lichting telt 65 tot 85 rekruten, vertelt kapitein Henk Heesakkers, commandant van de instructiegroep. Maar een man of vijf à tien haalt het einde van de cursus, de rest knapt af. Dat ijzeren regime is nodig, zegt Van Baal. Cursisten moeten leren om over hun grenzen te gaan. 'Als je tijdens de opleiding niet tot het uiterste kunt gaan, dan komen ze zichzelf tijdens een missie tegen. Dat is veel erger.' Hij grijnst: 'Aan het begin van de week riep iedereen al "ik zit stukö. En zie, ze lopen nog steeds.'

Het is maar wat je lopen noemt. Over de eindeloze wegen in het West-Brabantse land slepen groepjes cursisten zich voort. Van Baal jaagt ze op met een Mercedesjeep. Achter een viaduct staat een groepje uitgeput en verdwaasd naast het asfalt. Een ander groepje is helemaal van de weg geraakt en dwaalt doelloos een weiland in, recht achter de eerste man aan die zich even wilde ontlasten in de bosjes. Van Baal wordt kwaad. 'Dit is de laatste keer dat jullie stoppen, of ik laat jullie looppassen.'

Het is de huidige generatie, zegt kapitein Henk Heesakkers (51). 'De jeugd van tegenwoordig krijgt alles in de schoot geworpen. Ze hebben met 19 jaar allemaal zó'n mondje.' Hij schampert. 'Maar van de club die op maandag opkomt, is dinsdag al zo'n dertig procent vertrokken. Die knulletjes zien op tv een Rambo-film. Dan willen ze bij de commando's. Tijdens de opleiding komen ze er achter dat je er van gaat zweten, dat je er moe van wordt, dat het pijn doet. Dan lopen ze weg.'

Investeren in leerlingen die later toch afvallen, heeft weinig zin. 'We trekken gelijk de zweep erover', zegt Heesakkers. 'Verplaatsen, geen eten, geen slaap. Niemand vindt het leuk als er vijfhonderd naalden in je voeten steken, je knieën zeer doen, als je in dagen niet meer geslapen hebt. Anders ben je een masochist. Wat we hopen te bereiken is dat ze gaan nadenken: vind je dat nou leuk? Is dat nou wat je wil?'

Maar waarom doen de mannen het dan?

'Het gaat erom dat ze er bij willen horen', zegt Heesakkers. 'Ze willen iets voor zichzelf bewijzen. Het is prestigedrang.'

Op school verklaarden ze hem voor gek, vertelt Marien de Jonge (19). 'De commando's, daar zitten alleen brede gasten bij, zeiden ze. Maar dat motiveerde mij nog meer.' Toch heeft hij het niet gehaald. Zijn knieën konden zijn lange, slungelige lijf niet dragen. Hij heeft de pijn zo lang mogelijk verbeten, vertelt hij. 'Mensen zeiden dat het stom was om die groene baret boven mijn gezondheid te stellen. Ik dacht, flikker maar op met je gezondheid.' Over zes maanden probeert hij het weer.

Kin omhoog

Op vrijdagmorgen 21 juni komt er echt een einde aan de eco die op 15 april begon. Op een paar honderd meter van de poort van de Cort Heijligers-kazerne in Bergen op Zoom formeert sergeant-majoor Van der Krieken zijn colonne. Hij schreeuwt de laatste instructies. 'Denk eraan, je bent en blijft een cursist. We zijn geen vierdaagse die binnenkomt, geen kma die terugkomt van een vijf kilometermarsje, we zijn commando's. Geen gelach, geen gezwaai. Kin omhoog.'

De laatste nacht was toch nog zwaarder dan gedacht. Tijdens de zogeheten 'commandantenmars' hebben de cursisten slapend gelopen, gehallucineerd. Verscheidenen vielen halfdood in de gelederen en moesten door hun maten worden opgeraapt en meegesleept. Nu zit het er dan bijna op. Van der Krieken: 'En als je wil dat ik je waar je ouders en vriendin bij zijn voor lul zet, dan moet je voorál die bloemen aanpakken.'

Daarna loopt de colonne zo manmoedig mogelijk de straat over, kapitein Heesakkers aan het hoofd. Een grote groep familie en vrienden staat de cursisten op te wachten. Commando's vormen een erewacht in de poort. Als de mannen passeren, stijgt er een oorverdovend gejuich op.

'Gelukkig zijn er nog jongeren die hun leven niet alleen in het teken van luxe en comfort willen stellen', zegt kolonel Van Uhm, commandant van het kct tijdens de plechtige uitreiking van de groene baret.

'Gelukkig zijn er nog jongeren die kiezen voor opoffering en gedrevenheid.'

Na de plechtigheid strompelt een cursist naast zijn familieleden het ellenlange perron van station Roosendaal af met een grote tas op zijn nek. Had hij niet even gehaald kunnen worden met de auto, vraag ik aan zijn moeder. Welnee, zegt ze resoluut. 'Hij heeft er zelf voor gekozen.'

'Wij selecteren ze niet', had kapitein Heesakkers de vorige dag gezegd. 'Ze selecteren zichzelf.'

Tweede Wereldoorlog

De geschiedenis van het Korps Commandotroepen, zo werd in 1955 officieel bepaald, gaat terug tot 1942. In dat jaar wordt onder Britse supervisie in Schotland No. 2 (Dutch) troop opgericht. De eenheid bestaat uit een handjevol uitgeweken militairen, migranten en avonturiers die geen zin hebben om bij de Prinses Irenebrigade te wachten op de invasie. Tijdens de oorlog komen kleine plukjes Nederlandse commando's in actie in Birma, tijdens de slag om Arnhem in september 1944, en later dat jaar bij de verovering van Walcheren. Zes van hen kunnen het avontuur van wo ii niet navertellen.

In 1980 wordt besloten dat ook het Korps Insulinde, een afsplitsing van de Prinses Irenebrigade in Nederlands-Indië, tot de voorlopers van het kct moet worden gerekend. Het zadelt het korps op met wat waarschijnlijk de zwartste pagina uit de Nederlandse krijgsgeschiedenis is. Uit het Korps Insulinde ontstaat in 1946 het Depot Speciale Troepen van kapitein Raymond Westerling, dat tijdens de Politionele Acties in Indonesië een succesvolle maar meedogenloze contraguerrilla voert. Honderden van nationalistische sympathieën verdachte Indonesiërs worden zonder enige vorm van proces geëxecuteerd. Tegenwoordig zou Westerling verdachte zijn voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Generaal Spoor volstaat in 1948 met overplaatsing.

In 1950 ziet het eigenlijke Korps Commandotroepen (kct) het licht. Tot de jaren zestig bestaat het uit drie compagnieën dienstplichtige militairen. Het zijn een soort 'supersoldaten', een keurkorps voor gevechtsacties achter de vijandelijke linies. In 1964 wordt het korps echter wegens bezuinigingen gereduceerd tot één compagnie. De commando wordt een 'superverkenner'.

Met het einde van de Koude Oorlog en de afschaffing van de dienstplicht breekt een nieuwe periode aan voor het kct. Het 'Operationeel Concept Commandotroepen' legt in 1992 de basis voor de vorming van 'nl Special Forces'. Niet langer komt de dreiging van de tankcolonnes uit het Oosten: lokale brandhaarden overal in de wereld vormen het toekomstig werkterrein. Commando's passen uitstekend in dat concept: daar waar overal moet worden bezuinigd, wordt het kct uitgebreid.

Tegenwoordig bestaat het kct weer uit drie volledig parate compagnieën, ieder met acht 'ploegen' van acht man. Elke ploeg kent vier 'persoonlijke' specialismen: sniper, medic (hospik), demolitie (de explosieven-expert) en verbindingen. Een andere taak is counter terrorism (ct), het bevrijden van gegijzelden en het arresteren van verdachte oorlogsmisdadigers of terroristen. Dan zijn er nog specialisten voor operaties onder extreme omstandigheden.

Sergeant-majoor Mike Siwalette, hoofd van de opleiding Counter Terrorism, herinnert zich nog hoe de ct-training in 1998 uit de grond werd gestampt. Commando's keken de kunst af bij de us Navy Seals, bij de Duitse Kommando Spezial Kräfte (ksk), bij de fbi en bij Bijzondere Bijstands Eenheid (bbe) van het Korps Mariniers. 'Daar maakten we dan een programma van en dan kwamen we er achter dat dat vijftien weken duurde', zegt Siwalette. 'Terwijl we maar tien weken hadden.'

Sergeant Rick Verheij is hoofd van de instructiegroep obt, 'Optreden Bergachtig Terrein', die alle commando's de basis van werken in de bergen moet bijbrengen. De specialisten leggen allemaal in Duitsland een examen af voor het diploma Heeres Bergführer. 'Ze noemen ons koeien in de Alpen', lacht Verheij, 'omdat er bij ons altijd zoveel stenen naar beneden komen.'

De nieuwe taken hebben gezorgd voor een verregaande professionalisering van het korps. Bij de cursus Counter Terrorism bijvoorbeeld krijgen de mannen in tien weken tijd een extra schietopleiding, lessen in ballistiek en in hand-to-hand combat, en leren ze 'procedures' om een huis binnen te dringen. Als de commando's klaar zijn met de training, gaan ze terug naar hun eenheid. 'Dan gaan ze daar een oefenprogramma in', zegt Siwalette.

Eigen cultuur

Commando zijn betekent trainen, voortdurend trainen. Veel commando's lijden aan sportverdwazing. Als ze een rugbyshirt zien, turen ze naar het onbekende fantasielogootje en willen weten bij welke club je speelt. Ze rugbyen vaak zelf ook. Ook populair: vechtsporten. Er zijn commando's die het omstreden freefighting beoefenen, ook in wedstrijd- verband. 'Je kunt het weekend natuurlijk in de kroeg zitten', zegt Siwalette. 'Maar deze jongens kiezen ervoor om te gaan hardlopen. Alles om paraat te blijven.'

Het Korps Commandotroepen heeft een eigen cultuur, met eigen omgangsvormen en eigen uitdrukkingen. Veel uitdrukkingen hebben te maken met afzien. Als commando's zeggen dat ze 'aan het gas' zijn gegaan, dan bedoelen ze dat ze hélemaal stuk zaten. Als ze iets uitleggen, gebruiken ze voortdurend het stopwoordje 'klik', meestal om een bepaalde beweging kracht bij te zetten. 'Korte bewegingen maken, niet van die lange zwaaien', zegt de sportinstructeur tijdens de boksles, 'Kijk, zo: klik, en klik, zo doe je dat.'

Commando's opereren in kleine ploegjes van twee, vier of acht man, en daarom hebben militaire rangen en standen binnen het Korps Commandotroepen minder betekenis dan in de rest van de landmacht. Opvallend veel officieren binnen het korps zijn opgeklommen door de rangen. Cadetten van de Koninklijke Militaire Academie (kma) in Breda worden met het nodige dédain behandeld. Majoor Jan Swillens herinnert zich lachend hoe hij als 22-jarig kma-luitenantje bij het kct kwam. 'Velen worden geroepen, weinigen worden uitverkoren, zeiden ze tegen me.' Een commando is in de eerste plaats commando, daarna pas officier.

Commando ben je voor het leven, al heb je je groene baret tientallen jaren geleden gehaald. Bij reünies wordt het korps overspoeld met bejaarde veteranen. Het zijn ook de veteranen van de Commandostichting die op de nieuwe kazerne in Roosendaal het korpsmuseum aan het inrichten zijn.

Als ik op de terugweg van een dagje klimmen in de Belgische Ardennen vraag hoeveel commando's er eigenlijk zijn, zegt sergeant Rik van Kommeren: 'Ongeveer 7.500.' Op mijn ongelovige blik zegt hij: 'O, je bedoelt actief dienende commando's. Vierhonderd ongeveer.' Voor Van Kommeren horen de oud-gedienden bij de commando-familie. 'Je hebt een band met elkaar.'

Het korps koestert niet alleen zijn veteranen, maar ook zijn doden. Op de site van de commandostichting, www.korpscommandotroepen.nl, valt de officiële erelijst van overledenen van het kct na te lezen. Zes commando's sneuvelden in de Tweede Wereldoorlog, 64 in Indonesië. In Korea vonden zeven commando's de dood. De overige negentien stierven als gevolg van een ongeluk tijdens de dienst. Ook hun namen staan vermeld op de erelijst.

Ronnie van Oers staat niet op de lijst. Hij is 22 geworden. Hij wilde dolgraag bij het kct, maar hij heeft de opleiding niet afgemaakt. Hij kreeg in december 2000 een auto-ongeluk. Op verzoek van zijn familie werd hij met beperkte militaire eer gecremeerd. Het kct verzorgde de ceremonie. De familie kreeg een album met foto's van Ronnie. Commandant kolonel Otto van Wiggen sprak een paar woorden. Ronnie's broer had twee t-shirts laten maken. Op zwarte stof zijn in gouddraad een dolk en een handgranaat geborduurd, het embleem van het Korps Commandotroepen. In het ene t-shirt is Ronnie gecremeerd, het andere is te zien in het commandomuseum in Roosendaal. Na de crematie werd zijn as uitgestrooid in het commando-tentenkamp Van der Meer, op de Rucphense heide.

Losse flodders

'Een sniper', zegt sergeant Dimitri Olsthoorn, 'is natuurlijk allesbehalve ethisch'. In zijn speciale Ghilly suit, een camouflagepak dat is volgehangen met stroken uitgeborstelde jute, ziet Olsthoorn er met zijn bijna twee meter lengte bepaald dreigend uit. 'Het klinkt een beetje cru. Maar wij zijn specialisten in het moorden.'

Op de Ginkelse heide oefenen enkele commando's uit de Voortgezette Commando Opleiding een 'stalk': het ongezien benaderen van een doel. Op een kleine bult zitten twee 'waarnemers'. De snipers-in-opleiding moeten die waarnemers ongezien tot op driehonderd meter weten te naderen û de maximale afstand waarop een goede sniper 'een gegarandeerd kopschot' moet kunnen afgeven. Adjudant Ger Kuiper geeft tekst en uitleg, en verzoekt me niet al te opzichtig naar de door de hei kruipende snipers te wijzen. 'Als ze op meer dan driehonderd meter langer dan vijf seconden te zien zijn, is het einde verhaal. Onder de driehonderd meter is het direct afgelopen.'

Een droge knal klinkt over de hei. Een sniper is zijn doel dicht genoeg genaderd, en heeft een schot gelost û met een losse flodder. De waarnemers op de bult proberen nu de schutter te traceren. Adjudant Kuiper, gehuld in een neongeel hesje, volgt via de portofoon de aanwijzingen van de waarnemers op. 'Naar links, hoeveel passen? Naar voren?' Hij staat vlak naast de sniper in de hei, maar houdt zich van de domme. 'Ik ben er voor de leerling', zegt hij.

Geen ijskoude killer

Over het Korps Commandotroepen bestaan veel vooroordelen, vinden commando's. Het korps wordt in hun ogen 'geromantiseerd'. Een commando is géén Rambo die zich met een zware mitrailleur een weg baant, zeggen ze. Een commando is ook géén ijskoude killer die met een mes tussen zijn tanden door het bos glipt. Dat maakt de buitenwacht er van.

Maar de instructeurs op de Ginkelse hei weten als geen ander dat hun specialisme het clichébeeld bevestigt. Snipers doen denken aan Servische sluipschutters, aan de beruchte Snipers Alley in Sarajevo en aan onschuldige slachtoffers onder de burgerbevolking. Aan het woord 'sniper' kleeft een luchtje. De eerste scherpschutters van de marechaussee, die werden opgeleid in de jaren zeventig, na de gijzeling van de Israëlische Olympische ploeg in München, werden eufemistisch 'lange-afstandsschutters' genoemd.

Doorvragen bij de commando's in het veld leidt daarom tot gemengde reacties. Adjudant Kuiper wenst te benadrukken dat het snipen niet zozeer gaat om het schieten, maar om het benáderen van het doel. 'Het schieten is onderdeel van ons werk. Maar dat geldt voor iedere militair.' Sergeant Olsthoorn daarentegen sluit zijn ogen niet voor de minder leuke kanten van zijn beroep. 'Het kan zijn dat je je doel twee, drie dagen ligt te observeren. Dan leer je zo iemand heel goed kennen. Wat wij leren is: het is geen persoon, het is een doel. En als je het doel niet uitschakelt, kunnen je maten in gevaar komen.'

Met de snipers-in-opleiding wordt gesproken over eventuele psychische problemen. 'We nemen af en toe gas terug', zegt Oltshoorn. 'Het kan zijn dat er dingen gebeuren die iemand ethisch niet recht kan breien. Maar het lullige is: we zitten in een militar systeem. De opdracht is heilig.' De sluipschutters-in-spe maken zich ondertussen minder druk. 'Er is vast een goede reden voor dat je die man er uit moet halen', zegt Wiebe Werkman. 'Es gehört dabei. Daar lig ik niet wakker van. In de oefeningen was dat eerder tof, dat je denkt waar ga ik schieten, in zijn linker- of in zijn rechteroog?'

Snipers opereren altijd met z'n tweeën. Als de schutter niet in staat is zijn taak uit te voeren, neemt de helper het over. Nederlandse commando-snipers zijn nog nooit ergens ingezet. 'De politiek', zegt sergeant Olsthoorn, 'is zich er van bewust dat de sniper een uiterst gevaarlijk en effectief middel is.' Maar adjudant Kuiper zegt: 'De sniper is een precisiewapen. Juist door dat ene doel uit te schakelen, kun je erger voorkomen.'

In Macedonië

'Thuis weten ze wel wat onze achternamen zijn', zegt Ep. Met zijn stoppelige kin en verschoten camouflage t-shirt ziet hij er uit als een Albanese u¸ ck-strijder die zojuist over de grens met Kosovo is geslopen. Toch heeft de legerjeep duidelijk een geel, vertrouwd nummerbord. Collega Dave û pistool losjes op de heup û wijst naar het dorpje Radusa, beneden in het dal: 'Zie je dat huis met die Nederlandse vlag? Daar wonen wij.'

Ep en Dave zijn van 105 Commandotroepencompagnie. Samen met commando Xander bemannen ze een vooruitgeschoven post van Task Force Fox, de navo-vredesmacht in Macedonië, waarover Nederland sinds 26 juni de leiding heeft. De zogeheten Field Liaison Teams hebben tot taak inlichtingen te verzamelen ten noorden en westen van de Macedonische hoofdstad Skopje, het gebied waar vorig jaar gevechten uitbraken tussen het Macedonische leger en etnische Albanezen van het 'u¸ ck-m'. Bovendien moeten de commando's waarnemers van de ovse (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) of de Europese Unie voor gevaar behoeden. 'Dan zijn we een soort veredelde bodyguards', zegt Ep. 'Natuurlijk is dit niet het echte werk', zegt hij even later.

Commando's mogen onder geen beding praten over 'operationele aangelegenheden'. Vraag hen waar ze zijn ingezet, en ze glimlachen veelbetekenend: dienstgeheim. Toch lijkt het werk van adjudant Ep en zijn collega's kenmerkend voor het kct. Leden van het kct worden ingezet voor verkenningstaken. Vaak ook worden commando's toegevoegd aan reguliere eenheden als 'force protection', een soort extra verzekeringspolis tegen doden en gewonden onder de reguliere soldaten. Tijdens de val van de moslimenclave Srebrenica in juli 1995 namen drie commando's het werk over, toen de reguliere forward air controllers van de Luchtmobiele Brigade bezweken onder de psychische druk van het Servische vuur. Ze leidden twee Nederlandse f-16's naar hun doel. Kolonel Van Wiggen droeg de drie voor voor een medaille, maar Srebrenica 'lag' te gevoelig voor onderscheidingen voor betoonde moed. En in 1997 arresteerden Nederlandse commando's tijdens operatie 'Amber Star' met de bbe (Bijzondere Bijstands Eenheid) in Bosnië twee oorlogsmisdadigers. Maar meer kan het kct tot nu toe nog niet op zijn conto schrijven.

Teleurstelling

Nunc aut Nunquam, Nu of Nooit, luidt het motto van het Korps Commandotroepen. Na de aanslagen in New York en Washington van 11 september en de oorlog in Afghanistan hoopten veel commando's dat het nu menens zou worden. Maar terwijl de media veel aandacht besteedden aan operaties van special forces tegen de strijders van de Talibaan en Al-Qaeda in Zuid-Afghanistan, koos minister van Defensie Frank de Grave voor operaties met 'high visibility' en 'low risk'. Nederlandse fregatten voeren door de Golf, of mochten de Amerikaanse kustwacht in het Caraïbisch gebied aanvullen. Het kct ging niet naar Tora Bora, maar werd toegevoegd aan de vredesmacht isaf, de 'stadswachten' van Kaboel.

Het heeft geleid tot teleurstelling. Volgens één commando hebben 'heel wat mensen' inmiddels besloten hun contract niet te verlengen. 'Binnen de politiek en de defensietop is men gewoon niet bereid om ons in te zetten. Er is veel tijd, geld en moeite gestopt in het kct. Pure kapitaalvernietiging, als je ziet wat men er mee doet.'

Nederland heeft geen militaire traditie, zo klagen veel militairen. In het Nederlandse zelfbeeld passen geen brullende tanks of blinkende bajonetten. De val van Srebrenica, waar 350 Nederlandse blauwhelmen tegenover ongeveer 3.500 Bosnische Serviërs niet konden verhinderen dat er duizenden moslims werden afgevoerd en vermoord, heeft dat beeld nog eens versterkt. Het Nederlandse leger, zo is de gedachte, is vooral goed in het bouwen van tentenkampen en het uitdelen van voedselpakketten. De vredesmissies van de laatste tien jaar bevestigen die indruk. Nederlandse eenheden traden vooral op in wat het Handboek Vredesoperaties omschrijft als 'operaties in de lagere regionen van het geweldsspectrum'.

Toch berust het beeld niet helemaal op de werkelijkheid. Nederland heeft sinds de Tweede Wereldoorlog steeds een grote, dure en goedbewapende krijgsmacht in stand gehouden. Sinds de overschakeling van dienstplicht op een beroepsleger zijn de Nederlandse strijdkrachten û landmacht, luchtmacht en marine û modern, goed uitgerust en in hoge mate inzetbaar. Maar terwijl de strijdkrachten voorbereid dienen te zijn op oorlog, worden zij in de praktijk steeds weer ingezet in gebieden waar de oorlog nét voorbij is. Sinds het wapengekletter rond Nieuw Guinea is alleen de luchtmacht û ten tijde van de Kosovo-crisis û actief betrokken geweest bij een echt gewapend conflict.

Bij geen ander krijgsmachtdeel is deze Nederlandse paradox zo voelbaar als bij het Korps Commandotroepen. Het korps heeft naar eigen zeggen de afgelopen jaren een niveau bereikt dat zich kan meten met dat van special forces uit de vs, of de beroemde sas, de Special Air Service uit Groot-Brittannië. Het kct zit aan zijn plafond. Verdere professionalisering kan alleen worden bereikt door het ervaren van het échte werk. Maar de Nederlandse politiek deinst terug voor het inzetten van commando's voor gevechtstaken û sterker nog, de discussie is in de Kamer na 11 september eigenlijk nooit gevoerd. De Nederlandse politiek lijdt nog steeds aan een Srebrenica-trauma, zegt Frans Timmermans, Defensiespecialist voor de PvdA in de oude én de nieuwe Kamer. Zolang dat niet is verwerkt, zullen de commando's tevreden moeten zijn met het minder gevaarlijke werk. Ten onrechte, vindt Timmermans. 'We gebruiken een Ferrari als boodschappenwagentje.'

In een artikel in Carré, het blad van de Nederlandse Officieren Vereniging, vergeleek oud-kct-commandant Van Wiggen het Korps Commandotroepen met tijgers in een kooi. 'Binnen het kct', zo schrijft Van Wiggen, 'ligt de nadruk in opleiding en training op gevechtsoperaties. Hierdoor is een cultuur van gevechtsbereidheid ontstaan, waarin het personeel uitkijkt naar echte, operationele inzet.' Deze cultuur is volgens Van Wiggen voor 'niet-militairen niet altijd even goed te begrijpen'. En, zo zegt hij, 'in Nederland al helemaal niet.'

De nieuwe commandant van het kct, kolonel Marc van Uhm, is goed doordrongen van de gevoeligheden. Daarom benadrukt hij steeds dat 'de politiek' bepaalt of het Korps Commandotroepen wordt ingezet of niet. Maar, zegt hij, 'vanwege de actualiteit denk ik dat de noodzaak van het hebben van special forces niet ter discussie staat'. 'Het is mijn taak', zegt Van Uhm, 'om mijn mensen te motiveren en voor te bereiden op de opdracht die kán komen'. M

Steven Derix is redacteur van NRC Handelsblad.

Peter Blok is freelance fotograaf.

[streamers]

'Wil je het Korps Commandotroepen handhaven, dan moet je ook de bereidheid hebben om het in te zetten.'

'Dit trekt niemand', zegt Wilco Zinkstok. Hij kijkt vreemd uit zijn ogen. 'Ik loop in een roes, echt bizar.'

'En als je wil dat ik je, waar je ouders en vriendin bij zijn, voor lul zet, dan moet je voorál die bloemen aanpakken.'

Als commando's zeggen dat ze 'aan het gas' zijn gegaan, dan bedoelen ze dat ze hélemaal stuk zaten.

'Het klinkt een beetje cru. Maar wij zijn specialisten in het moorden.

Nunc aut Nunquam, Nu of Nooit, luidt het motto van het Korps Commandotroepen.

    • Steven Derix