In de vrije blaf

In gebieden met weinig snelverkeer en een verdraagzame bevolking die nog niet door de moderniteit is bezocht verzamelen zich omstreeks deze tijd van het jaar de honden. Ze draven in clubjes over straat zonder het risico overreden te worden. Ze maken een geconcentreerde indruk, ze zijn op weg naar een doel. Ze gaan naar het hondencafé De Vrije Blaf. Daar kunnen ze blaffen wat ze denken en doen wat ze blaffen. Maar wat blaffen ze, zult u denken. Verstaat u hondentaal? Natuurlijk! Iedereen die zijn best doet, kan het leren. Eerst verstaan en dan misschien later ook een beetje spreken. Als u zelf een hond hebt of kent, weet u er alles van.

In De Vrije Blaf is het stampvol honden. Een geanimeerd kabaal. Dat komt omdat honden veel meer denken dan u misschien hebt gedacht. Hier en daar is een tafeltje elkaar aan het bijten. Dat mag in De Vrije Blaf. Verderop zitten een stuk of vijf opvallend grote honden zich opvallend kalm te houden. Opeens lopen ze op een onverzettelijk drafje de deur uit.

Hondenliefhebbers hoef je niet te vertellen wat die gaan doen. Ze zijn op weg naar een bekende gelegenheid waar vooral de honden uit de bouwwereld elkaar treffen.

Nee. Waar ben ik aan begonnen! Zo kunnen we nog wel een kolom door gaan.

Een Reinaerdt de Vos, Animal Farm, Fabeltjeskrant is genoeg. Uitgeplette metaforen. Ze zijn al niet leuk als je ze van anderen leest. Zijn ze van jezelf, dan schaam je je. Te laat! Wat eenmaal zwart op wit staat, zal je tot ver na je dood worden nagedragen en als het een misbaksel van een metafoor is, dan tot verdriet van je nageslacht.

Ik kwam op de honden omdat de meeste, in de omgeving waar ik dit schrijf, een hard maar vrij en vrolijk leven leiden. In Nederland en de meeste beschaafde landen zie je ze op straat aan de lijn. Komen ze een andere aangelijnde hond tegen, proberen ze een vleugje van zijn/haar charme of weerzinwekkendheid op te vangen, dan geeft de bazin/baas een ruk aan de riem. Stelt u zich eens voor dat zoiets met uw hoofd gebeurde.

Tegenstribbelend, droevig kijkt het dier nog om terwijl het in het spoor van de normen en waarden wordt voortgetrokken. Het geeft zich gewonnen.

Thuis krijgt het weer zijn brokken, wordt geaaid, doet kunstjes, slaapt, droomt. Dat zie je aan zijn gezicht, de spiertrekkingen langs zijn bek.

Zacht gegrom. Waarvan droomt de hond? Van De Vrije Blaf. Onze honden van het noorden wonen in hun eigen verzorgingsstaat, met op tijd hun natje en hun droogje, maar zonder grandeur en misère.

Op deze plaats in de krant gaat het nooit over politiek. Ook nu niet.

Het gaat deze keer over dier en mens, en in het bijzonder de dieren die door de mens om wat voor redenen dan ook niet `leuk' of `aardig' worden gevonden. Het is weer spinnentijd. In Amsterdam, in de hoek van een brug over een gracht, steekt een dikke buis ongeveer een meter boven het water uit. Ik denk dat het met de gasvoorziening te maken heeft. De buis wordt beschermd door een rechthoekig staketsel van dikke balken. Binnen deze rechthoek heeft een waterhoentjespaar een nest gebouwd. Eieren. Jonge hoentjes werden groot, gingen de wereld in. Het nest werd verlaten. Er klonterde allerlei rommel aan.

Daar kwamen de vliegen, muggen, in zulke massa's dat het voor een spin te veel was. Blijkbaar wordt zoiets door de spinnen begrepen. Ze maakten niet allemaal hun eigen net, maar begonnen een systeem van draden tussen de balken te bouwen, verbindigen waarvan sommige wel een meter lang zijn, en die weer met steun- en dwarsverbindingen. Ten slotte werd dit systeem geëxploiteerd door een stuk of tien mooie vette spinnen. Ik had altijd aangenomen dat spinnen eenlingen zijn. Dit is een collectief, een kolchoze van ouderwetse sovjetspinnen. Hoewel ik de lezers van deze krant vertrouw, zeg ik niet waar het is. Vergelijk het met e-mail. Voor je het weet, heb je toch een virus doorgegeven, en de volgende keer zie je toevallig hoe iemand als een gek met een stok in zo'n web tekeergaat. Tot heil van de vliegen en muggen – dat wel.

Het wordt weer winter. De muggen en vliegen zijn door de spinnen opgegeten, en als de spin nog jong genoeg is, trekt ze zich terug in een beschutte plaats om de volgende zomer af te wachten (heb ik me eens door iemand van Artis laten verzekeren). Maar wat gebeurt er met de vrije honden?

Hoe meer vrije honden er zijn, hoe meer erbij komen. Kent u de geschiedenis van de honden van Constantinopel? Ik heb dat verhaal gelezen toen ik een jaar of tien was. Het is me bijgebleven; om de herkomst heb ik me toen niet bekommerd. In de oude Turkse hoofdstad waren op den duur meer vrije honden dan mensen. Ze dreigden de macht over te nemen. Alle honden werden gevangen en naar een onbewoond eilandje in de Bosporus gebracht. Je hoopt als kind dan dat ze daar hun eigen republiek oprichten. Dit is geen kinderverhaal. Na een maand was het laatste geblaf verstorven.

    • S. Montag