In de slag met je ex

Ex-partners die van elkaar verlost dachten te zijn, worden vaak na jaren weer verplicht tot contact om de pensioenrechten te regelen. Wie bij convenant afspraken vastlegt, kan zich veel problemen besparen.

Eigenlijk had ze hem niet meer willen zien of spreken. De scheiding werd bijna tien jaar geleden uitgesproken en echt vriendelijk zijn ze niet uit elkaar gegaan. Toch is contact onontkoombaar, als ze ten minste het deel van het pensioen van haar ex-man wil krijgen waar ze recht op heeft.

De 52-jarige mevrouw X, die anoniem wil blijven, staat voor een dilemma. Haar ex-man bereikt over een paar jaar de pensioengerechtigde leeftijd en als zij een deel van dat pensioen wil krijgen, zal ze actie moeten ondernemen. Veel zin in contact heeft ze niet. ,,De echtscheiding verliep allesbehalve amicaal, we hebben dan ook geen enkel contact meer.''

De verdeling van het pensioen was lange tijd een ondergeschoven kindje bij een echtscheiding. Vóór 1981 kwam het onderwerp eigenlijk helemaal niet ter sprake, er was tot dat jaar ook geen wetgeving die het regelde.

Sinds 1981 is er echter wel een regeling die in 1995 nog eens werd bijgesteld. In het zogenoemde Boon-van Loon arrest uit 1981 bepaalde de Hoge Raad dat een vrouw niet alleen recht heeft op de helft van het pensioen dat de man tijdens het huwelijk heeft opgebouwd, maar ook op een gedeelte van het pensioen dat hij tot aan de trouwdatum opbouwde.

De crux van het Boon-van Loon arrest is dat pensioenen onderdeel zijn van een goederengemeenschap en dus bij de boedelscheiding betrokken moeten worden. Hierdoor kan het meubilair bijvoorbeeld worden ingeruild tegen het pensioenrecht. Van belang is dus dat de verdeling van het pensioen expliciet wordt vastgelegd tussen de partners. Dit kan zowel in een officieel document – een convenant – als mondeling.

,,Men vergeet nog wel eens om zo'n overeenkomst op te stellen. We zijn wel vrouwen tegengekomen die dachten recht te hebben op een deel van het pensioen van hun ex-man, maar dat bleek nergens te zijn geregeld'', aldus advocaat en procureur J.P. Verhaar-Kok van kantoor Berntsen Mulder in Alphen aan den Rijn. De scheiding van de boedel verloopt vaak via de notaris die bijvoorbeeld wel voor het huis een akte van verdeling opstelt, maar bij de scheidingsprocedure niet denkt aan pensioenrechten.

Mevrouw X heeft zo'n convenant, maar haar ex-man zal het geld over moeten maken als hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. En over zijn bereidheid daartoe heeft ze zo haar twijfels. ,,Er is van zijn kant veel rancune, ik kan me niet voorstellen dat hij zonder slag of stoot zal betalen.''

Als de ex-echtgenoot niet wil betalen, kan mevrouw X een kort geding of een bodemprocedure beginnen, aldus Verhaar-Kok. Daarmee kan ze echter beter wachten tot haar ex-man de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, omdat de zaak pas relevant wordt als de man weigert te betalen. Veel zin om deze gerechtelijke stap te zetten heeft de vrouw in kwestie niet, maar ze gaat het wel doen. ,,Ik heb tien jaar thuisgezeten en voor de kinderen gezorgd, ik werk nu weer, maar heb dus wel een gat in mijn pensioensopbouw. Ik zal dus moeite doen om het geld te krijgen, ik heb er immers recht op.''

Mocht het inderdaad tot een juridische procedure komen en mevrouw X wordt door de rechter in het gelijk gesteld, dan heeft zij een zogenaamde `executoriale titel'. Hiermee kan zij naar een deurwaarder stappen en beslag laten leggen op het pensioendeel waar zij recht op heeft. Het grote verschil is dat het pensioenfonds dan direct aan mevrouw zal uitkeren, waardoor zij niet langer afhankelijk is van haar ex-man. Mocht de voormalige echtgenoot overlijden voor hij 65 jaar is, dan verliest mevrouw X haar recht op het pensioen, maar krijgt ze wel een weduwenpensioen.

Als mevrouw X twee jaar later zou zijn gescheiden, dan zou contact met haar ex-man niet nodig zijn geweest om haar pensioenrecht op te eisen. In 1995 nam de Tweede Kamer namelijk voor het eerst een wetsvoorstel over het onderwerp aan. Daarmee werd definitief geregeld dat ex-partners recht hebben op de helft van het pensioen van de voormalige echtgenoot. De uitkering van het geld loopt via de pensioeninstantie. Ook mannen kregen een tegemoetkoming, de vrouw had namelijk alleen nog maar recht op het pensioen dat was opgebouwd tijdens het huwelijk.

Bij alle scheidingen tussen 1981 en 1995, waarbij er in gemeenschap van goederen was getrouwd en de pensioenverdeling geregeld, kon de vrouw een deel opeisen van het pensioen dat haar ex-man tot dan toe had opgebouwd, ongeacht de duur van het huwelijk. Zo kon een man op zijn vijftigste in het huwelijksbootje stappen, na een paar jaar weer scheiden en toch de helft van zijn hele pensioenopbouw kwijt zijn. De Wet Pensioenverevening trad op 1 mei 1995 in werking.

Ook een groep vrouwen, zij het een beperkte, die tot dan toe buiten de boot was gevallen, kreeg recht op een deel van het pensioen van hun ex-man: vrouwen die voor 1981 waren gescheiden, minimaal achttien jaar getrouwd waren geweest en kinderen hadden uit het bewuste huwelijk. Zij werden per definitie gezien als een groep die is thuisgebleven en onbetaalde zorg voor echtgenoot en kinderen hadden verricht. Het opnemen van deze groep in de nieuwe wet leidde tot nogal wat discussies. De rechtspositie van de mannen was in het geding, omdat het werd gezien als een inbreuk op hun rechtszekerheid om hun na zoveel jaar te dwingen de helft van hun pensioen op te geven. Het compromis werd uiteindelijk dat deze vrouwen, een groep van ongeveer 140.000, een kwart van het pensioen kregen. Diegenen die na zeventien jaar huwelijk in 1980 waren gescheiden, vielen dus buiten de boot, net als degenen zonder kinderen.

Deze 140.000 vrouwen kregen in 1995 slechts twee jaar de tijd om zich te melden, terwijl er weinig ruchtbaarheid was gegeven aan deze verplichting. ,,Als ik destijds twee vrouwen aan de lijn heb gehad is het veel, deze regeling is echt niet tot heel Nederland doorgedrongen'', zegt advocaat Verhaar-Kok.

De laatste jaren kopen steeds meer echtlieden het pensioenrecht af. ,,Dit zien we vooral bij mensen die scheiden op jongere leeftijd en allebei werken. Zij laten een berekening maken van het opgebouwde pensioen en verrekenen dit dan, zodat ze later niet meer aan elkaar gebonden zijn'', aldus Verhaar-Kok. Toch heeft de man dan vaak al een grotere pensioenopbouw, omdat de vrouw vaak minder gaat werken als er kinderen komen. ,,Je ziet wel dat het pensioen tegenwoordig een vast onderwerp is bij een echtscheiding en dat notarissen vrouwen vertellen wat de consequenties kunnen zijn als zij trouwen op huwelijkse voorwaarden, omdat daarbij de wet pensioenverevening wordt uitgesloten'', zegt Verhaar-Kok.

Ondanks alle veranderingen is het pensioen nog steeds persoonsgebonden. Als de pensioengerechtigde sterft, vervalt het pensioenrecht voor de ex-partner en krijgt zij in plaats daarvan een uitkering in het kader van de weduwen- en wezenwet.

Er is een mogelijkheid om onder de persoonsgebondenheid uit te komen, maar deze is niet erg populair bij de pensioenfondsen. De wet van 1995 voorziet in een zogenaamde conversie: het pensioenfonds bepaalt de waarde van de helft van het pensioen, opgebouwd tijdens het huwelijk, en het weduwepensioen. Deze worden samengevoegd en aan de vrouw uitgekeerd vanaf een tijdstip dat zij zelf bepaalt en loopt tot haar overlijden. Het voordeel voor de vrouw is dat zij mag zeggen wanneer de uitbetaling begint en dat de contante waarde van deze regeling hoger kan liggen dan de standaardregeling. Een probleem is echter dat zij toestemming nodig heeft van het pensioenfonds. En de pensioenuitvoerders voelen er niet altijd voor omdat de betaling doorgaat als de man is overleden.

    • Heleen de Graaf